Portret van een Sint-Joostenaar pur sang!

Woensdagavond in Sint-Joost. Het is donker, mistig en koud. We hebben afgesproken in het het gemeenschapscentrum ‘Ten Noey’. We worden begroet door een opmerkelijk figuur: een kleine, gezette man met een frappant gezicht. Jos Laporte. Hij vormt op zich de heemkundige kring van Sint-Joost en leidt sinds jaar en dag met strakke hand het gemeenschapscentrum. Voer genoeg voor een portret.

Jos Laporte werd in 1949 geboren in de Spoormakersstraat te Brussel. Zijn moeder, afkomstig uit Herk-de-Stad, vluchtte in ’45 samen met haar broer voor haar tirannieke vader. In Sint-Joost ontmoette ze vader Laporte en samen begonnen ze een crèmerie, een zuivelhandel. Tegen de tijd dat Jos geboren werd was de winkel aan het uitgroeien tot een volwaardige voedingswinkel. De kleine Laporte had andere ambities en de winkel werd uiteindelijk overgenomen door enkele Turken.

De zaak boerde goed en Jos kwam dan ook niets tekort in zijn kindertijd. Op tienjarige leeftijd werd hij misdienaar in de kerk van Saint-Josse en een jaar later sloot hij zich aan bij ‘Le Patro’, de Franstalige chiro. Daar bleef hij zeven jaar actief.
Sinds 1955, op zesjarige leeftijd, zat Jos op internaat in het Nederlandstalige Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht. Aan die strenge kostschool heeft hij weinig goede herinneringen, maar hij kwam er wel veel in contact met het Vlaamsgezinde gedachtegoed, bijvoorbeeld via de leraar Nederlands. In ‘Le Patro’ daarentegen was de franskiljon heer en meester.
Door deze unieke combinatie kent Jos het handelen en denken van beide groepen. Hiertussen heeft hij getracht een evenwicht te vinden, maar uiteindelijk is hij meer naar de Vlaamse kant geheld. Hij noemt zichzelf dan ook een overtuigd flamingant.
Vanuit deze Vlaamsgezindheid werd met enkele vrienden het project JODYNA opgericht. Een jeugdclub bestaande uit een groep Vlaamse twintigers met Laporte als voorzitter. JODYNA stond oorspronkelijk voor Jong Davidsfonds Apollo (naar de maanraket, nvdr.), achteraf werd de middelste term vervangen door Dynamisch. Davidsfonds werd in de eerste plaats in de naam van de organisatie verwerkt omdat de club vergaderde in de lokalen van een nieuw Davidsfonds afdeling Schaerbeek. Later werd Laporte trouwens voorzitter van deze vereniging. Tot op de dag van vandaag is hij actief bij deze vlaamskatholieke organisatie.

Tezelfdertijd werden in Brussel overal cultuurraden opgericht. En ook hier was onze Jos weer van de partij, als stichtend lid van de cultuurraad Sint-Joost. Deze raden groeiden al snel uit tot sociaal-culturele raden die een overkoepelend orgaan voor de jeugdclubs vormden.
Hieruit ontstond de Vlaamse cultuurvereniging van Sint-Joost-Ten-Node. De vereniging zorgde voor een plaatselijk cultureel centrum dat uiteindelijk het gemeenschapscentrum ‘Ten Noey’ is geworden, waar Laporte nog steeds voorzitter van het plaatselijk bestuur is.

We vragen meneer Laporte ook wat hij nog zou willen veranderen in Saint-Josse. Zonder aarzeling antwoordt hij: “de tweetaligheid?. Hij stoort zich aan het tekort aan kennis van de Nederlandse taal bij een groot deel van de bevolking. Dit probleem vinden we terug op commercieel vlak, maar het manifesteert zich vooral in de politiek. Er zijn namelijk weinig (één) Nederlandstaligen in het gemeentebestuur. Net als in de rest van Brussel staan de Franstaligen in Saint-Josse (numeriek) het sterkst, en deze laten zo weinig mogelijk Vlamingen toe. Volgens Jos heeft deze kwestie waarschijnlijk iets te maken met de vele immigranten in de wijk, maar hij benadrukt ook dat de meeste buitenlandse inwijkelingen een basiskennis Nederlands onder de knie hebben. Daarenboven geeft ‘Ten Noey’ als hoofdactiviteit lessen Nederlands aan anderstaligen.

Geschiedenis van eigen bodem is Jos’ grootste interesse. De basis hiervan is te vinden bij zijn ervaringen omtrent het grote onderscheid tussen Vlaams- en Franstaligen. In de Nederlandstalige kerk van Sint-Joost vond Laporte destijds enkele graftombes met eentalig Frans opschrift. Hierbij borrelden vragen naar boven en om daarop een antwoord te vinden is Laporte met volle overgave de geschiedenis van de kerk beginnen bestuderen.
Deze studie is het beginpunt geweest van een jarenlange zoektocht naar de geschiedenis van en kennis over Sint-Joost. Naast geschiedenis, zijn voornaamste hobby, is Jos een gepassioneerd samensteller van stambomen.

De lievelingsplek van Jos Laporte in Sint-Joost is helaas onlangs gesloten. Het ‘Restaurant Brabançon’. De pot schafte Belgische specialiteiten als kip, witloof, bloedpens, … vergezeld van een fles wijn die je per centimeter betaalde. De ‘vrouw des huizes’ was een legende op zich, er wordt zelfs gefluisterd dat zij in een vorig leven de persoonlijke kokkin van Leopold III was. Omwille van haar hoge leeftijd heeft zij haar activiteiten echter moeten stopzetten, enkele weken geleden is het ‘Restaurant Brabançon’ openbaar verkocht.

Een typische Sint-Joostenaar bestaat niet volgens Jos, Sint-Joostenaars zijn ‘Brusseleirs’, en dat is een uitstervend ras. Tegenwoordig zijn Brusselaars en Sint-Joostenaars van overal afkomstig, behalve van Brussel zelf. “Sint-Joost is een multiculturele gemeente geworden met veel nationaliteiten die moeten samenleven.? Dat dit af en toe voor probleempjes zorgt is duidelijk. Zelf is Jos bijvoorbeeld een beetje ongelukkig dat hij bij de buurtslagers geen spek kan vinden. De meeste slagers verkopen enkel ‘Halal’ producten, dus geen varkensvlees. De enige overgebleven ‘Vlaamse’ slager weigert dan weer tweetalige opschriften te gebruiken. Hoewel hij zelf een Vlaming is, is Frans de voertaal in zijn winkel. Een slag in het gezicht voor Jos.

Weer buiten is het nog steeds guur weer, maar we bekijken de buurt nu anders. De eerste kerstverlichting is al aanwezig en op straat loopt een smeltkroes van culturen. Jos heeft de buurt diepgaande veranderingen zien ondergaan en heeft in zijn diverse activiteiten zelf de geschiedenis van Sint-Joost mee beïnvloed. Dit is een wijk in volle beweging, die de komende jaren nog veel zal evolueren. We hebben er een goed oog in.

Portret ingediend door het Sint-Joostgroepje: Barbara Beys, Maarten Brebels, Indiana Demset, Robby Dierickx, Joeri Massagé en Guy Stevens.

Share