Pendelaars zijn dieven!

Picqué
Charles Picqué,

minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ( én burgemeester van mijn thuishaven Sint-Gillis én erevoorzitter van la Royale Union Saint-Gilloise – my kind of man, quoi ) hamert al een tijdje op dezelfde nagel : Brussel produceert nog steeds een groot deel van ‘s lands welvaart en werkgelegenheid maar kampt toch met grote armoede onder haar bevolking en een werkloosheidsgraad van 15,9 %, de hoogste van het land. De evidente vraag : waar gaat al die welvaart en werkgelegenheid dan naartoe? Het antwoord : naar onze Waalse en Vlaamse vrienden pendelaars.

Een aantal cijfers om dit te staven:
brusselse conomie

Uit deze cijfers kunnen een aantal conclusies worden getrokken. Weliswaar is de Brusselse economie de kleinste van de drie gewesten ( haar aandeel in de Belgische economie is slechts 19,17%), het wordt interessant als je dit aandeel in verhouding brengt met de bevolkingsaantallen ( = bbp per inwoner ). Dan blijkt dat het bbp per inwoner dubbel zo hoog ligt als het nationale gemiddelde. Dit zou dus logischerwijze betekenen dat de levensstandaard van de Brusselaar eveneens dubbel zo hoog ligt als het nationale gemiddelde. Helaas, dit is niet zo. Bekijk de tewerkstellingsgraad en de werkloosheidsgraad maar even. En dan het alles onthullende cijfer: slechts 47% – minder dan de helft! – van de jobs in Brussel wordt ingenomen door Brusselaars.

Met andere woorden : een gigantisch groot deel van de in Brussel geproduceerde welvaart wordt geëxporteerd naar de gewesten.

Of : pendelaars zijn dieven! Ze roven onze welvaart, laven zich als parasieten aan de rijkdom die een grootstad produceert, maar haasten zich de stad uit voor donker om toch maar niet de ‘lasten’ van diezelfde grootstad te hoeven dragen. Het hier verdiende geld wordt elders uitgegeven en elders belast.

Intussen is het wel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat veronderstelt wordt dit pendelen te financieren. Wie anders financiert het Brussels openbaar vervoer? Wie legt de wegen aan? Plus : wie draagt de lasten die een florerende economie meebrengt – lawaai, vervuiling, verkeersdrukte etc.? Daarbij komt nog dat dit pendelen op zich al een gigantische vervuiling en verkeersdrukte met zich brengt. Cynisch toch? De pendelaar vlucht weg van de vervuiling die hij zelf produceert, hierdoor nog meer vervuiling producerend…

Daarom haat ik pendelaars. Mijn boodschap is: woon waar je werkt, werk waar je woont. Pendelen is zowel vanuit economisch, sociaal als ecologisch perspectief pure misdaad.

Ugh, de Grote Manitoe heeft gesproken!

eerder gepost op BrukselBraaksel

Share
  • De CM zijn alvast begonnen met een leuke campagne. Deze morgen kreeg ik aan een rood licht op de kleine ring plots een lintje rond het stuur van mijn fiets gebonden om me te bedanken dat ik met de fiets onderweg was. Als je het lintje invult en terugstuurt, maak je aanspraak op een fietsarrangement ergens in Limburg.

  • Hoeveel federaal geld gaat naar Bxl, en dat tegenover Vlaanderen en Wallonie in in vergelijking met de bevolking?
    De zeer onduidelijke cijfers waarmee voor de dag worden gekomen zijn toch niet voldoende om alle pendelaars op dergelijke manier te beschimpen!

  • Sorry maar dit is pure hypocrisie.

    Waarom komen de pendelaars naar Brussel ? Omdat de bedrijven in Brussel niemand vinden om het werk te doen.

    Niet meer afhankelijk van de al-dan-niet-stakingsbereidheid van de NMBS ? Uw personeel niet meer vast in de files ? Veel werkgevers tekenen hier meteen voor – als het personeel te vinden was in Brussel.

    Zet Brussel zonder pendelaars en alles ligt op z’n gat.

  • bartje

    Ik ben ook al langer voorstander om de personenbelasting deels te doen verschuiven van woongemeente naar werkgemeente. Maar de manier waarop pendelaars worden beladen met alle zonden Israëls, het lijkt me verre van terecht.
    Nu ja, als we de hele redenering van Picqué en co zouden volgen, zou het gewest moeten uitgebreid worden naar de volledige economische zone (dus met de Rand… en nog wat gemeentes). Als Vlaanderen daar weerwerk tegen wil bieden, gaan ze goede argumenten moeten vinden, want puur economisch heeft hij niet geheel ongelijk.

  • Wel zouden gewesten mogen bijdragen aan openbaar vervoer. Dit is nu geheel ten laste van de Brusselse belastingsbetaler terwijl hij dit niet voor het grootste deel gebruikt.

  • De toon van het schampschrift hierboven doet mij vermoeden dat het meer om de stomp in de maag van lezer te doen is dan om het inhoudelijke.
    Terzake dan: indien we Brussel zouden overdragen aan een buitenlandse interim-topmanager zal één van de eerste ingrepen zonder twijfel het vergroten van het gewest zijn en het afschaffen van een paar micro-baronieën. Je hoeft echt geen universitair diploma te hebben om te zien dat de oplossing voor de mobiliteitsproblematiek van Brussel op de verschillende knooppunten van de grote Ring ligt, op Vlaams grondgebied dus. Over de luchthavenproblematiek zal ik zelfs niet beginnen. Nu aangetoond is dat het gebruik en de acceptatie van het Vlaams in Brussel erop vooruitgaat, mede door de populariteit van het Nederlandstalig onderwijs, denk ik dat de tijd stilaan rijp wordt om van de ‘doodknijp’-strategie rond Brussel af te stappen. Maw. graag een paar verlichte NL politici die doorhebben dat we maximaal moeten streven naar een economisch gezond Brussel met voldoende “body”. Even vertalen voor onze Vlaamse vrienden: ik durf er (stilaan) geld opzetten dat Brussel meer kans heeft om te assimileren in Vlaanderen als we de sprong wagen en Brussel GROTER maken met een gezonder taalevenwicht. Vergeet even die kerktoren in de rand, dat is verleden tijd, we moeten vooruit denken en vooral: blijven vechten voor Brussel als Europese hoofdstad want dat is zeker geen verworven zekerheid.

    Het alternatief is de pessimistische schets van Manu Ruys in de Tijd enkele weken geleden: Brussel en zijn “arrogante nederlandstalige mini-elite” laten vallen als Vlaamse hoofdstad, laten terugploooien in zijn bekrompen dorpsmentaliteit (x 19) en geen traan laten als Europa op termijn naar Wenen of zo verhuist.

  • De toon van mijn stuk is inderdaad wat provocatief. De stelling dat pendelaars dieven zijn is meer een boutade dan een opinie. Wat ik wilde aankaarten, en waar tot mijn genoegen ook over gedebateerd wordt is de aversie van de twee andere gewesten tegenover hun hoofdstad en de al te makkelijk geponeerde stelling dat Brussel het zwakkere broertje zou zijn. Het wordt tijd dat België inziet dat Brussel zeer veel diensten, werkgelegenheid en inkomsten genereert waar heel België beter van wordt, en dat daar ook wel enig engagement mag tegenover staan. Al te makkelijk wordt gedreigd de zogenaamde geldkraan dicht te draaien, terwijl voor dat overheidsgeld – dat inderdaad in Brussel wordt geïnvesteerd – veel economische return wordt geleverd aan het hele land.

    Over één ding wil ik wel duidelijk zijn : dat in Brussel geen werknemers worden gevonden heeft meer te maken met de slechte werking van de BGDA, die tot voor kort ook nogal territoriaal tewerkging en vacatures die bij de VDAB of de FOREM worden ingediend niet mee wilde verspreiden, dan dat de Brusselaar werkonwillig zou zijn of per se laagopgeleid.

  • Bruksel: ik veronderstel dat ‘Ik haat pendelaars’ dan ook geen opinie was ?

    Kan ondertussen iemand verduidelijken hoe de geldstromen tussen de federale overheid en de verschillende gewesten verlopen? Het lijkt mij niet meer als billijk dat de federale overheid bijvoorbeeld bijspringt voor het afval die de pendelaars hier achterlaten, hun gebruik van MIVB 9(tnx mich),… en wat met de betogingen? Waanzinnig veel afval, en vrij frequent tegen federale overheidsbeslissingen.

  • den helft van de brusselaars voldoet niet aan de kwalificaties voro de aanwezige jobs (with all do respect er zijn veel migranten die brusselaar zijn hé, buiten degenen die voor de internationale instllinge werken)
    wij vlamingen blijven lekekr pendelen ze! kwesite van onze horizon te verruimen, wat van andere niet gezegd kan worden 😉

    al is die trein wel dodelijk voor mijn humeur 😀

  • Als de pendelaars hun horizon zo graag willen verruimen, waarom vluchten ze dan elke dag zo snel mogelijk uit Brussel weg? Ik durf wedden dat de grote meerderheid van die pendelaars in Brussel enkel de weg kent tussen hun plaats van tewerkstelling en een van de grotere treinstations/autoparkings.

  • Tom

    Je mag niet vergeten dat pendelaars vaak eigenlijk ook geen vragende partij zijn. Eens je een bepaald niveau van diploma hebt zijn er nu eenmaal niet enorm veel jobs in de provincie.
    Ikzelf pendel dadelijks een aanzienlijke afstand naar één van de minder aangename wijken van Brussel. De werkloosheid ligt daar waarschijnlijk rond de 50%. Ik zou niet liever hebben dan dat er iemand van daar in de buurt me kon vervangen zodat ik dichter bij huis zou kunnen gaan werken.

    Wat betreft het ’s avond de stad meteen ontvluchten, als je nog meer dan een uur trein voor de boeg hebt en al van ’s morgensvroeg op pad bent dan rest er nog weinig tijd om ’s avonds de stad in te trekken.

    Pendelaars lijken me bovendien niet slecht voor de lokale economie. Als je tijdens de lunchpauze in Brussel rondloopt dan doen restaurants, cafés, snackbars en ook winkels gouden zaken.

  • ptr_

    ben volmondig eens met bartje & Richard — maar vooraleer de vlamingen in de rand mee zijn met het idee van een groot brussel (k heb altijd stad als london voor ogen) – hebben we nog een lange weg te gaan — (ik ben zelf van halle afkomstig, en als ik daar op café dit idee durf opperen staat iedereen op zijn achterste poten — ook de mensen van mijn leeftijd (30) — dit terwijl het :
    * vlamingen in brussel op de kaart zou zetten (en dat hele gedoe rond vlaamse schepenen en vlaamse vertegenwoordiging in de gewestregering een echte democratische basis geven – ipv opgelegde regelneverij – wie zijn wij met onze 7%)
    * die spagetti van gewest financiering uit de wereld helpen ()
    * een beleid van ruimtelijke ordening op schaal van een wereldstad zou mogelijk maken);

  • De Kamer van Koophandel van de duitse stadstaat Bremen heeft dé oplossing gevonden: Stoppen met de BTW-inkomsten over het hele land te verspreiden! Als Bremen (en het Brusselse gewest) de BTW-opbrengst uit hun kontreien kunnen behouden, zijn alle financiele problemen opgelost. Dat zou overigens ook de ideale uitweg voor een onafhankelijk Brussel kunnen zijn: Belastingen halveren en de ekonomische toekomst van Europees-Singapoer is verzekerd :-))

  • De oplossing voor die megapendelstroom is heel simpel : decentraliseer de hoofdstedelijke functie van het Brussels Gewest. Waarom moeten al die hoofdzetels, ministeries en federale diensten persé in één en hetzelfde gewest geconcentreerd worden? Waarom laten wij elke werkdag zovele Walen en Vlamingen opdraven richting navel van België ? Waarom creëert de federale overheid niet meer werk in die regio’s (Wallonië en Vlaanderen) door haar diensten te decentraliseren en Brussel te ontvetten ? Werk in eigen streek zou een mooi uitgangspunt zijn, ook voor de federale overheidsdiensten om daar werk van te maken. Wallonië maar ook bijv. Limburg zullen er zeer dankbaar voor zijn.

  • Albert Rosner

    De schuld lijkt me zeker niet te liggen bij de pendelaars.

    Het is een samenloop van omstandigheden en een gebrek aan vooruitziende politici die gemaakt hebben dat men het Brussels Gewest half plat gelegd heeft, dat men haar economisch hinterland ontnomen heeft, en dat men een verdeel- en heerspolitiek in stand houdt om de belangen van wat men vandaag Vlaanderen en Wallonië noemt beter te dienen.

    Het resultaat vandaag is dat een groot deel van het onderwijs rampzalige resultaten oplevert, dat men meer aandacht heeft voor het GEN dan voor het lokaal openbaar vervoer, dat men nachtvluchten stuurt over centrum-Brussel en niet over centrum-Leuven (resp. 10 en 12 km verwijderd van de startbanen), en dat centrum-Brussel iets van een Parijse banlieu heeft.

    Als inwoners Brussel verlaten, dan is dit meestal omdat de leefbaarheid van deze stad niet goed is : je weet nooit of je buurt niet zal verpauperen, of men je achtertuin inpikt voor het GEN, of men een vliegroute boven je huis tekent, of je tramlijn niet afgeschaft wordt, en of je lokale belastingen niet verdubbelen.
    Op een bepaald ogenblik ben je het trouwens beu in volgestouwde trams te staan en om de haverklap een incident mee te maken. Om nog maar over de risico’s en het comfort per fiets te zwijgen.

    Voor Nederlandstaligen die gehecht zijn aan het Nederlands komt daar nog bij dat Brussel minder en minder Nederlandstaligen huisvest, en dat Brussel verder cosmopoliseert.
    (vandaag : 50 % mensen van buitenlandse oorsprong, in 2020 : 75 % – volgens socioloog Jan Hertogen)

    Kortom, door de communautaire strijd, in combinatie met de kleine afmetingen van dit land en een aantal corrupte politici die van beton rijk geworden zijn heeft Brussel als hoofstad van Europa een collectief patrimonium-klassement van Unesco gemist, en is de leefbaarheid tot onder het vriespunt gezakt.
    Als Europees voorbeeld kan dat tellen.

    Maar laten we niet treuren. De vraag voor de toekomst is : moet deze tweestrijd tussen gemeenschappen verder blijven duren, zou een Brussels DC iets opleveren, moet dit stadsgewest onder federale voogdij geplaatst worden, of zouden gewestelijke politieke partijen (i.p.v. taalgebonden)een oplossing kunnen bieden ?

  • Laat iedereen wie echt een Veel-Te-Groot Brussel wil nu opstaan. En die krijgt een pak voor z’n broek! 😉

    Waar ik woon dat was voor 1954 nog een Nederlandstalige plattelandsgemeente in Brabant maar is nu Brussel geworden. De verstedelijking bracht ook de verfransing met zich mee. Wat ooit nog een gemeente was als pakweg Gooik is nu voor 80% verfranst en huidig burgemeester Joëlle Riguelle moest vorig jaar erkennen dat van het gemeentepersoneel 1/3 niet tweetalig is. Wie deze “verbrusseling” graag uitgesmeerd wilt zien over gans Vlaams-Brabant moet zeker kiezen voor een Alsmaar Groter Brussel.

    Een Alsmaar Groter Brussel dat is zowiezo allesbehalve een vredespijpidee. Dat is een gewest dat zich uitbreidt ten nadele van een ander gewest. Dat betekent oorlog. En Brussel heeft bij mijn weten geen leger om dat te winnen. 😉

    En wie persé socio-economisch cijfermateriaal wil aanzeulen om Brusselse annexatieplannen te ondersteunen moet beseffen dat zoals een deel van Vlaams-Brabant deel uitmaakt van de economische en sociale Brusselse realiteit ook Brussel op haar beurt voor een zeer groot deel uitmaakt van de Vlaamse socio-economische realiteit. En dat dus dezelfde argumenten die gebruikt worden om de Vlaamse rand bij Brussel te willen voegen ook gebruikt kunnen worden om Brussel bij Vlaanderen te gaan voegen. En dan mag Brussel wat mij betreft terug hoofdstad van de Nederlanden worden! 😉

  • Albert Rosner

    Hey, easy going, Mr Henry.
    I can be wild too.

    De vraag van de financiële leefbaarheid van het Brussels Gewest blijft bestaan.

    De bestuurlijke uitbreiding (zonder aan de taalgrenzen te raken) is een oplossing die sommigen suggereren.
    Anderen stellen voor om een deel van de belastingen op de werkplek te laten betalen.
    Dit heeft z’n beperkingen : want hoe meer de bijdragende bedrijven de Rand opzoeken, hoe minder inkomsten voor Brussel. En de inwoners van Brussel blijven verpauperen.
    Een bijdrage van Europa zou ook niet mis zijn : voorlopig betalen zij geen belasting op hun gebouwen.

    A réfléchir, Mr. Wilder.

  • Albert Rosner

    Zoek de fouten in dit recente interview van Charles Picqué in De Tijd van 14 april 2007 :

    ‘Onkunde Nederlands dé jobhandicap’

    Interview met Brussels minister-president Charles Picqué (PS)

    ‘Mijn eerste prioriteit is opleiding, de laaggeschooldheid van de werklozen is het grootste probleem van Brussel. Maar goed, ik verkies de toestand in Brussel boven die in Wallonië. Daar is een tekort aan economische activiteit. Hier hebben we een hoog niveau van economische activiteit en dat is de eerste stap om de welvaart van een gewest te waarborgen. De rest is een probleem van sociale aard.’ Dat zegt minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Charles Picqué (PS). Ter afsluiting van onze reeks over Brussel legden we hem zes stellingen voor.

    Stelling 1: De dalende export en werkgelegenheid bewijzen de economische terugval van Brussel.

    Charles Picqué: ‘Absoluut niet akkoord. Er zijn cijfers die bewijzen dat Brussel economisch helemaal niet achteruitgaat. Als je kijkt naar de bijdrage van bijna 20 procent van Brussel tot het bruto binnenlands product is dat indrukwekkend. We zijn de op twee na rijkste regio van Europa. Ik denk ook aan de inplanting van een groot aantal internationale ondernemingen in en rond Brussel. Ik denk aan het creëren van nieuwe banen: in 2005 ongeveer 25.000 nieuwe banen (een brutocijfer, nvdr). Brussel blijft een belangrijke tewerkstellingsplaats. Onder meer dankzij 9.000 nieuwe ondernemingen in 2006. De daling van de export is te verklaren doordat dat cijfer enkel rekening houdt met goederen en niet met diensten. Niemand kan ontkennen dat Brussel gekenmerkt is door een economisch ritme en een belangrijke activiteit.’

    ‘Onze voornaamste bekommernis is dat van de 25.000 nieuwe jobs slechts 14 procent ging naar Brusselaars en 71 procent naar pendelaars uit Vlaanderen. De evolutie is zorgwekkend, de bestaande banen gaan voor ‘slechts’ 56 procent naar pendelaars. De cijfers van 2005 tonen dat ondanks de nieuwe banen de werkloosheid blijft bestaan.’

    ‘Het probleem blijft de laaggeschooldheid van de werkzoekenden en dat de kwalificaties van de werkzoekenden niet overeenstemmen met de eisen van de ondernemingen. Brussel evolueert zoals vele steden naar een tertiaire economie met veel hooggeschoolden.’ ‘Het belangrijkste antwoord is de tweetaligheid te bevorderen. We moeten eerlijk zijn, een gebrek aan kennis van de talen en vooral van het Nederlands blijft een belangrijke handicap voor de Brusselse werkzoekenden. We hebben daarom meer geld uitgegeven aan taalvorming. Ook voor bijvoorbeeld de contractuelen in onze gemeenten, het is een belangrijk politiek probleem dat wij niet in staat zijn tweetaligen aan te werven in de gemeenten.’

    Stelling 2: De vele werklozen bewijzen de gebrekkige kwaliteit van het onderwijs in Brussel, met name het Franstalig onderwijs.

    Picqué: ‘Ik kan niet loochenen dat ons onderwijs over onvoldoende middelen beschikt ten aanzien van de problemen die we moeten oplossen. Veel gezinnen kiezen voor een Nederlandstalige school. Die wordt moeilijk te besturen, ook voor de Vlamingen. Zij moeten de jonge Franstaligen onthalen, maar daarmee doen ze de job van het Franstalige onderwijs. De enige oplossing is de kwaliteit van het Franstalig onderwijs op taalgebied te verbeteren. We moeten bijvoorbeeld soepeler zijn in het eisen van diploma’s voor wie Nederlands wil geven. Dat is toch beter dan niets, nu vinden we geen leraars Nederlands. In de school van mijn zonen was er gedurende drie maanden geen leerkracht Nederlands. Tijdens die periode werd Nederlands gegeven door een Franstalige onderwijzer, die slecht tweetalig was. Dat is onaanvaardbaar in de Europese hoofdstad.’

    Stelling 3: Het vele zwartwerk tempert de problemen rond armoede en rond de allochtone gemeenschappen.

    Picqué: ‘Het zwartwerk is iets dat speelt in veel grote steden. Persoonlijk ben ik voorstander van het beheersen van de migrantenstromen. Nu zijn de grote steden het voornaamste slachtoffer van een gebrek aan beleid, bijvoorbeeld door het aantal illegalen. Wij moeten onze sociale diensten en ziekenhuizen aanpassen aan hun aanwezigheid.’

    ‘Het beleid dat gevoerd wordt door het gewest is een stadsbeleid, rekening houdend met de problemen in de achtergestelde wijken. Mijn politieke engagement begon met de stijging van de armoede in bepaalde wijken van Brussel, vooral in de kanaalzone. We hebben een doeltreffend beleid en een strategie uitgewerkt tegen de verpaupering: om de stad te vernieuwen, renovatie, wijkcontracten en nieuwe voorzieningen.’

    ‘Het volstaat niet de stenen te renoveren, wij moeten ook zorgen voor de sociale begeleiding van de bevolking. Maar de voornaamste leemte blijft het werk. Hoe schakelen we die mensen in via een job? We hebben alles in het werk gesteld om het imago van die wijken te verbeteren en om de levensvoorwaarden te verbeteren, maar wij stuiten op één doorslaggevend probleem: de kwalificaties van deze mensen. Het is heel aangenaam in een mooie omgeving te leven, met een vrijgevig beleid ten voordele van de so- cioculturele activiteiten van die mensen, maar als die jongeren niet werken is dat bezigheidstherapie.’

    Stelling 4: Brussel is slecht georganiseerd.

    Picqué: ‘Er is natuurlijk een versnippering van de besluitvorming. Maar in Vlaanderen is iedereen ervan overtuigd dat de echte macht in Brussel bij de gemeenten ligt en dat de gemeenten de projecten van het gewest afremmen. Dat is niet waar. Soms moeten we wel psychologie gebruiken om de projecten tot een goed einde te brengen.’

    ‘Neem bijvoorbeeld Tour & Taxis. Wat was de vergissing tijdens de vorige legislatuur? Minister Willem Draps had beslist één ontwikkelingsschema op te stellen, zonder overleg met de stad Brussel. Die voelde zich – terecht – gekwetst. Ik richtte een werkgroep op en een werkte richtschema uit, rekening houdend met de vragen van de stad Brussel zonder de coherentie van ons gewestelijk project in gevaar te brengen. Wij kwamen tot een akkoord zonder tijdverspilling.’

    ‘Ik denk dat de geesten nu rijp zijn – tenzij er een institutionele oorlog losbreekt – om ons te buigen over een nieuwe herverdeling van de bevoegdheden tussen het gewest en de gemeenten. In de twee richtingen. Bijvoorbeeld netheid is de opdracht van de gemeenten, mobiliteit en de uitreiking van bepaalde bouwvergunningen moet een gewestelijke taak worden. Daarom ben ik ook een voorstander van de aanwezigheid van lokale mandatarissen in het Brussels Parlement.’

    Stelling 5: Enkel intense samenwerking met Vlaanderen kan Brussel uit de problemen halen.

    Picqué: ‘We moeten samenwerking met de twee andere gewesten aanmoedigen. Een voorbeeld is ons samenwerkingsakkoord over de mobiliteit van de werkzoekenden, tussen BGDA, VDAB en Forem, met uitwisseling van informatie over de vacatures en over de werkzoekenden. Dat bestaat sinds juni vorig jaar, en het werkt goed. Daarnaast hebben we een apart akkoord met Vlaanderen over jobs in Vlaams-Brabant.’

    ‘We moeten een strategie bepalen op een schaal die ruimer is dan de 19 gemeenten. Ik pleitte vroeger al voor ‘une communauté urbaine’, die bestaat onder meer in Frankrijk. Om te werken op de schaal van het sociaaleconomische bekken. Dat betekent dat er overleg moet zijn over mobiliteit, over grote infrastructuur en over fiscaliteit.’

    ‘Men spreekt over de transfers vanuit Vlaanderen, maar wat mij opvalt is dat altijd vergeten wordt welke rol Brussel speelt in de verschillende financiële stromen. De analyse van de stromen is vaak beperkt tot de stroom van noord naar zuid. Men houdt geen rekening met de stromen die in Brussel ontstaan ten bate van Vlaanderen en van Wallonië, dankzij alle economische activiteiten in Brussel.’

    ‘In een volgende communautaire ronde zullen wij de vooroordelen rond Brussel bestrijden: Brussel kost, Brussel profiteert van de sociale zekerheid, Brussel is slecht. Maar als we alles in rekening brengen, is er niet alleen wat Brussel kost, maar ook de arbeidsplaatsen in Brussel voor Vlamingen en Walen. Ik denk ook aan de vele internationale bedrijven die zich gevestigd hebben in de randgemeenten, dankzij de uitstraling van Brussel. Diegem of Terhulpen zijn aantrekkelijk omwille van de aanwezigheid van de Europese hoofdstad.’

    ‘Er is ook de kostprijs van de mobiliteit. Een kwart van de Brusselse begroting gaat naar mobiliteit, voor een groot deel voor de pendelaars. Beliris (het federale geld voor de financiering van de hoofdstedelijke rol van Brussel, nvdr) is een druppel in die oceaan.’

    Stelling 6: De problemen met de aflevering van bouwvergunningen bewijzen dat Brussel het voorstadsnetwerk (GEN, gewestelijk expressnetwerk) niet wil.

    Picqué: ‘Ik ben er niet tegen. Men verwijt het Brussels Gewest dat het GEN nog niet werkt omdat wij traag zijn in de aflevering van de vergunningen. De vertragingen zijn ook te wijten aan de NMBS.’

    ‘De kern van de zaak is ook dat de NMBS financiële middelen moet besteden aan de uitrusting van de Brusselse stations om de mobiliteit in de stad te verbeteren. Iemand uit Etterbeek moet het GEN kunnen nemen om naar het centrum te gaan, zo zal het verkeer in de stad verminderen. Het is een gerechtvaardigde eis het nut van het GEN te optimaliseren. Het GEN is een aanvulling voor het metronet en de twee moeten geïntegreerd zijn. Het GEN mag niet alleen stoppen in de drie grote stations, om daar alle pendelaars te laten overstappen op de metro.’

    Dirk DE WILDE – De Tijd – 14 april 2007

  • Annie

    Helemaal mee eens, dat woon-waar-je-werkt (of omgekeerd) principe. Sommige bedrijven eisen het zelfs (colruyt, ikea begint ook al – weliswaar misschien om andere redenen…)
    Dat Brussel niet genoeg personeel te bieden heeft, zou me sterk verwonderen, getuige daarvan de toch wel zeer vele Brusselse vzw’tjes die door Brusselaars bemand worden. Het verschil is dat voor die mensen hun job vaak een verlengstuk is van hun sociale leven, wat niet kan gezegd worden van de overheidsjobs, die meestal door de pendelaars worden ingevuld, die dan ‘s avonds als een kudde blinde schapen naar de trein denderen om zo snel mogelijk in hun veilige thuishaven te geraken. Dieven? Zeker niet bewust of gewild, maar hun interesse voor de stad waar ze werken is er maar in beperkte mate. Logisch ook. Ik heb ook geen interesse voor pakweg het sociale leven in Brugge.

  • Giraf

    QUOTEdoor de pendelaars worden ingevuld, die dan ’s avonds als een kudde blinde schapen naar de trein denderen om zo snel mogelijk in hun veilige thuishaven te geraken

    Een beetje realiteitszin graag… De gemiddelde werkmens haalt zijn kinderen af, maakt eten en kan tegen 20u aan het vervolg van zijn avond beginnen, afgemat voor tv, kwiek in zijn sportclub of gezellig op cafe.

    Waar zijn trouwens al die Brusselaars die na hun werk gezwind op de trein springen voor een bezoek aan het SMAK of de Bourla of te dineren in Hasselt??
    Ik maak me sterk dat de doorsnee Gent/Antwerpen/Leuvenaar vaker naar Bxl afzakt voor een socio-culturele activiteit dan vice versa, terwijl genoemde steden toch ook niet moeten onderdoen op cultureel vlak…

    Verder ken ik voldoende pendelaars -inclusief mezelf- met een gezonde interesse in Bxl en een behoorlijke kennis vd stad. Heus niet elke pendelaar blijft smiddags braafjes in de bedrijfskantine.. De omzet tijdens lunchpauzes, zowel in horeca als overige winkels moet enorm zijn. Ga eens naar de H&M op de Elsenesteenweg om 13u, grote variatie aan dialecten uit ‘de vlaanders’ te horen, terwijl dit niet meteen een vlaamse buurt is…

    En wat betreft het economisch aspect: zonder pendelaars geen economie, zonder economie geen grootstad met uitstraling en tal van faciliteiten… Trouwens, neem alle projecten en instellingen weg die voor het grootste deel met geld van de vlaamse of waalse gemeenschap gefinancierd worden en er blijft weinig over… Geen AB, Bota, KVS, Beurs, enz enz… En als ik me niet vergis betaalt men daarvoor mee van Brugge tot Diepenbeek.
    In dit land is het nu eenmaal een kwestie van geven en nemen en niet te veel zagen… Den boom zal altijd wa scheef staan, tis alleen kwestie van langs de juste kant te kijken…

  • Tom

    Waar zijn trouwens al die Brusselaars die na hun werk gezwind op de trein springen voor een bezoek aan het SMAK of de Bourla of te dineren in Hasselt??

    De vergelijking gaat totaal niet op, want ‘t ging hier specifiek over de Vlaamse (en waalse) pendelaars die in Brussel werken en daarna vaak direct naar huis gaan. Het aantal brusselaars die naar Antwerpen/Gent/Hasselt/Leuven/… pendelen is véél minder groot dan dit ( – 350.000 pendelaars in Brussel)
    Of die Brusselaars die wel naar Antwerpen/Gent/… gaan werken daar lang blijven hangen weet ik niet, maar dat doet er ook niet toe.

    ‘t gaat hier vooral om de pakweg 20km rond Brussel waar die pendelaars vandaan komen, niet om de gentenaren, antwerpenaren etc. (waar natuurlijk ook een deel van de pendelaars vandaan komt, maar de hoofdmoot komt van omgeving rond Brussel)
    Als ge het wilt vergelijken met Antwerpen, dan moet ge kijken naar de pakweg 20km rond Antwerpen, en niet met hoeveel brusselaars in antwerpen zitten en dan wel of niet naar de Bourla gaan.

    Waar het verschil zit tussen Brussel en andere steden is dat het Brusselse gewest een ANDER GEWEST IS dan het gewest waar de pendelaars vandaan komen.
    Komt een pendelaar uit Wommelgem in Antwerpen werken, dan is dat iemand die
    – in Vlaams Gewest belastingen betaalt (Wommelgem)
    – aleen maar openbaar vervoer gebruikt van Vlaams Gewest (op trein na, die federaal is) (zowel in Wommelgem als Antwerpen)
    – gebruik maakt van wegennet dat door Vlaams Gewest betaald wordt
    – in een bedrijf werkt dat in het Vlaams Gewest gevestigd is

    Bij Brussel is het iemand die in Vlaams Gewest woont (en dus belast wordt als Vlaming) maar werkt in Brussels Gewest.
    Wat is nu het probleem?

    Als een Vlaming in Vlaanderen werkt, is
    – het werk in Vlaanderen (= Vlaanderen zorgt voor werkgelegenheid)
    – de arbeider komt uit Vlaanderen (= Vlaanderen zorgt voor een goed opgeleide arbeidskracht)
    en in dat geval is het dus duidelijk een geheel Vlaamse verdienste (zowel werker als werkgelegenheid zijn Vlaams)

    maar als die arbeidsplaats dan in brussel is (en brussel dus voor de helft verantwoordelijk is voor die economosche activiteit) dan is in huidig systeem NOG STEEDS Vlaanderen degene die 100% de lof en financiele beloning ervoor krijgt.
    Dit komt doordat bij het verdelen van het Gewestgeld, alleen gekeken wordt naar waar de belastingbetaler WOONT, en helemaal GEEN rekening met waar dat werk is.

    Met het aanbieden van werkgelegenheid zijn een hoop financiele en andere nadelen verbonden. Zowel in Antwerpen als in Brussel.
    – Een kantoor dat in brussel staat komt in de plaats van groene ruimte of anders een stuk woonwijk
    – parkeergelegenheid neemt ook weer groene ruimte of woonwijk in OFWEL is dat ondergronds maar das dan weer duur. (ofwel betaalt de privé dit en is investeren in brussel dus duurder, ofwel komt uit het de gewestkas of gemeentekas)
    – extra autoverkeer (in brussel dus het dubbele!) => dus ook extra vervuiling, verkeersonveiligheid…
    – extra kosten openbaar vervoer: dubbel aantal bussen en trams nodig omdat je de spitscapaciteit nodig hebt en ik schat gemiddeld een kwart meer rijuren (de pendelaar is vooral tijdens spitsuren, tijdens andere uren is t vooral brusselaar die op bus zit)
    – wegennet moet een dubbele piekcapaciteit hebben (bredere wegen of meer wegen) en zal pakweg een kwart vaker gerepareerd en vervangen moeten worden door extra autoverkeer

    Een verschil met bijv Antwerpen is dat in Antwerpen het openbaar vervoer en het gewestelijk weggennet door HETZELFDE gewest betaald worden als waar de Anwterpse pendelaars vandaan komen. (maar het probleem van extra verkeer en extra bebouwing enzo hebben ze daar evenzeer) De pendelaars betalen daar dus wél mee aan die extra kosten.
    In Brussel daarentegen is dat volledig uit de Brusselse Gewestkas.

    Een bus in brussel bestaat voor 75% uit brusselaars, en 25% pendelaars. Maar 100% van die bus wordt betaald door die Brusselaars.
    Straten hetzelfde verhaal: 75% gebruikt door brusselaars, 100% erdoor betaald.

    (terwijl het in antwerpen etc dus uit DEZELFDE gewestkas betaald wordt, vandaar het verschil.)

    Er staan natuurlijk ook wel een aantal voordelen tegenover dat pendelgedrag, zoals een iets hogere broodjesverkoop ‘s middags, en taxen op bedrijven enzo. Maar die compenseren het slechts gedeeltelijk…

    Wat je opmerking over “Geen AB, Bota, KVS, Beurs, enz enz… En als ik me niet vergis betaalt men daarvoor mee van Brugge tot Diepenbeek.” betreft: dat klopt, maar de Bourla, Vooruit, Flanders Expo… worden ook door gans Vlaanderen en Brussel betaalt…
    – Brusselaars betalen ten eerste evenzeer voor de Vooruit als Gentenaren voor de AB betalen
    – en ten tweede zijn AB, Bota, KVS, Beurs,… niet alleen voor de brusselaar bestemd, maar zijn dat dingen die op gans Vlaams-brabant gericht zijn. net zoals de Vooruit niet gewoon voor Gentenaren is, maar voor Oost-Vl.
    Elke gemeente heeft zijn lokale dingen, die gewoon bestemd zijn voor mensen uit die gemeente en vlak erbij (zoals gemeenschapscentra, jeugdhuizen,..) en hier en daar is (in de grote steden) ook een grootschaliger iets (Bourla, Vooruit, AB,..) dat bestemd is voor de grote omgeving van die stad (~provincie).

    Geld voor die grote dingen (AB, KVS,…) gaat dus eigenlijk naar het doelpubliek Brussel Vlaams-Brabant. Die gebouwen staan wel in Brussel ja, omdat dat nu eenmaal een logischer plaats is om ze te zetten dan Dworp. Maar als je ze in Dworp zou zetten zouden ze nog steeds bestemd zijn voor datzelfde doelpubliek Brussel Vlaams-Brabant…

  • Tom

    PS: hoe maak je tekst cursief?

  • Met em en /em tussen < en >

  • Giraf

    Beste Tom,

    het is een mooi verhaal, ware het niet dat de fiscaliteit een federale materie is.. Op een paar broodkruimels na hebben de gewesten maar weinig in de belastingspap te brokkelen…. Dus al helemaal niet als het gaat over tax op inkomen uit arbeid. Uiteraard vloeien die federale gelden deels terug naar de gewesten, maar over die verdeelsleutel is al veel wetstraat-inkt gevloeid.

  • Albert Rosner

    Men kan, zoals iemand hierboven meldt, alles van tafel vegen met dit soort uitspraken : “Den boom zal altijd wa scheef staan, tis alleen kwestie van langs de juste kant te kijken…”
    Maar hoe lang kan men doen alsof er niets aan de hand is, hoelang kan men een hoofdstad en hun inwoners elke gezonde toekomst ontnemen door de strijd tussen twee gemeenschappen die politici op een perverse manier in stand houden ?
    Waaraan heeft de Belgische bevolking een hoofdstad verdiend dat 20 jaar achterophinkt i.vgl. zelfs met zuiderse Europese steden ? Van den Boeinants ?

    Het blijft een feit dat het Brussels Gewest verarmt :
    Verschillende redenen liggen aan de basis hiervan. Zelf heb ik ooit ‘s berekend dat voor elke 100.000 migranten in gans Vlaanderen er 100.000 migranten in het BHG instromen. In een aantal paradoxen, recent uiteengezet door Philippe Van Parijs (UCL-Harvard) die ik jullie aanraad te lezen, wordt gesteld dat de dalende lijn van de financiën van het Brusselse Gewest onvermijdelijk is : toevloed van arme migranten die financieel weinig bijdragen, en toevloed van rijke migranten die onder buitenlands belastingsstatuut vallen en ook niet bijdragen.
    zie artikel http://www.bruxsel.org : “Menaces sur bruXsel bedreigd”
    Het is zelfs een perverse cirkel : het BHG moet hoe langer hoe meer haar lokale inwoners belasten, waardoor meer en meer mensen met gemiddeld inkomen naar buiten het BHG verhuizen voor een aldaar voordeligere fiscaliteit.

    Volgens Van Parijs dreigt het BHG in twee maatschappijen verdeeld te raken : de noorderoever en de zuideroever van het kanaal. Armen en rijken, die beiden niet bijdragen tot de financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
    Dit intensifieert een duale maatschappij waar de facto de ene rijke mens geen verantwoordelijkheid opneemt voor zijn arme medemens. Mooi is dat.

  • Tom

    Giraf, ik had het niet over de gewestbelastingen, maar over hoeveel het gewest krijgt van dus die federale. En die verdeelsleutel van de gewesten is voornamelijk gebaseerd op het percentage personenbelasting, en dus in het nadeel van Brussels Gewest.

  • Vraagje : waarom betalen de EEG-ambtenaren geen personenbelasting in Brussel? Wordt het niet eens tijd daar een punt van te maken?

    Opmerking : zijn de pendelaars niet eerder slachtoffer omdat zij uren onderweg moeten zijn om werk te vinden in de hoofdstad in plaats van werk in eigen streek? Ik heb een collega en die komt van limburg en die is elke dag 3u40 kwijt aan transport. En haar vervoerskosten krijgt ze maar voor de helft terugbetaalt. Pendelaars dieven? Kom zeg.

    Dat Brussel onder financiële druk staat wil ik aannemen. Maar om de Vlaamse en Waalse pendelaars daarvoor te gaan brandmerken vind ik zelf als Brusselaar compleet misplaatst. Een beetje respect voor dat frustrerend op en neer gependel lijkt mij beter gepast.

    Ik zie anders wel vier oplossingen voor de Brusselse financiële ademnood (zonder daarbij iemand anders het gelag te laten betalen):
    1. Laat het groeiend leger aan Euro-ambtenaren hun belastingen betalen waar ze wonen èn werken (dus in Brussel).
    2. Doe iets aan de kwaliteit van het (franstalig) Brussels onderwijs zodat op termijn de jonge Brusselaars zelf meer en meer vacatures in Brussel kunnen gaan invullen met een vers verworven kennis van niveau die van pas komt in de sectoren waar werk is.
    3. Doe iets aan de veel te lage en slechte scholing van de huidige massa volwassen Brusselse werklozen. Stuur bv. een maximum aan mensen voor een jaar op stage waar ze zowel een interessante job als talen leren.
    4. Maak Brussel veel aantrekkelijker dan nu zodat de midddeninkomens en gezinnen met kinderen terug naar de stad komen in plaats van ze te verlaten zoals nu veelal het geval is.

  • “Intussen is het wel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat veronderstelt wordt dit pendelen te financieren. Wie anders financiert het Brussels openbaar vervoer? Wie legt de wegen aan?”

    Pendelaars uit Vlaanderen en Walloniê maken helemaal niet zo veel gebruik van het Brussels openbaar vervoer. Om te beginnen komen een mooi aantal pendelaars via Vlaamse en Waalse buslijnen Brussel gerold, nml. via de bussen van De Lijn en TEC die beiden Brussel “bevoorraden” met pendelaars. Verder neemt 1/3 van de pendelaars de auto (zie artikel “Derde van pendelaars verkiest auto” verschenen in De Standaard op 19/4/2007). En er komt een enorm pak Vlaamse en Waalse pendelaars via de trein en die stappen dan met hun aktentas gezwind in drommen naar de kantoren rond het Noord, Zuid en Centraal Station. Veel van mijn collega’s van buiten Brussel bv. komen met de trein en stappen dan naar onze kantoren aan het Muntplein. En ja die “verslijten” dan onze Brusselse asfalt maar alsof wij Brusselaars 24u/24 binnen onze gewestgrenzen blijven. De Ring rond Brussel bijvoorbeeld ligt wel degelijk voor ‘t grootste gedeelte in Vlaams-Brabant (en wordt niet gefinancierd door het Brussels Gewest) maar wordt wel duchtig ook door wij Brusselaars versleten om maar niet te zwijgen over de snelweg naar de Vlaamse kust en naar de Waalse Ardennen. Dit voorbije week-end ben ik trouwens met mijn Brusselse fiets de straten van Dilbeek gaan befietsen en niemand in Dilbeek heeft mij gevraagd daarvoor een vergoeding voor te betalen. Ik vrees dat we met van die provocatieve one liners als “Pendelaars zijn dieven” niet ver zullen geraken in het debat.

  • Tom

    waarom EU ambtenaren geen belasting betalen? dat zou brussel een stuk minder leuk maken om Europese instellingen in te vestigen, en dan zou de EU mogelijk elders heen willen gaan. De EU is trouwens een heel belangrijk onderdeel van de Brusselse/Vlaamse economie. Maakt brussel internationaal relevant, zorgt voor extra congressen, extra toeristen, extra arbeidsplaatsen, extra aantrekkelijkheid voor internationale bedrijven…
    Mogelijk zijn er ook andere redenen, maar dit lijkt mij al een belangrijke waarom men dat liever niet zou doen.
    Met 30.000 EU ambtenaren op 350.000 werkende brusselaars zou dat natuurlijk wel handig zijn als die hier belastingen betalen.

    Het grote probleem van is inderdaad de werkloosheid van brusselaars. Die mensen moeten aan het werk gezet worden. Door betere scholing, maar ook door bijv arbeidsplaatsen in de Rand (brusselse jobs zijn vooral diensten enzo, eerder voor hogergeschoolden en tweetaligen enzo). Door betere samenwerking met de Vlaamse en Waalse arbeidsdiensten is daar al vooruitgang geboekt nu.

    Mensen werken hier, maar wonen elders. Dat is voor elke stad een ongezonde situatie. Maar in Brussel is het pendelen nog extremer, en zit er bovendien die gewestgrens tussen woon- en werkplaats, wat het nog lastiger maakt qua geldstormen.

    Met de toon van de originele post “pendelaars zijn dieven” ben ik het natuurlijk helemaal niet eens. (Bij die geldstromen gaat het geld trouwens naar alle inwoners van de gewesten, niet naar de pendelaars zelf, die hebben daar zelf niet zo erg veel bij te winnen..)
    ‘t gaat zeker niet om “diefstal door parasieten die de stad uithollen”.

    ‘t Gaat in mijn ogen gewoon om onvoldoende rekening houden met het pendelfenomeen, volgens mij in het nadeel van het BHG. Er zitten een hoop grijze zones waar subjectief geoordeeld moet worden over “hoe veel verdient die of die te krijgen/betalen voor dit of dat”, maar ‘t lijkt mij dat bij die keuzes brussel vaak aan het kortste eind trekt.
    Genre: brussel heeft 9,5% van de arbeidskrachten en 19,3% van de jobs, en zou dus een getal daar ergens tussen moeten krijgen. Wat krijgt het? Iets gebaseerd op waar de belastingen betaald worden, dus op die 9,5%, maw het strikte minimum.
    Er komen honderden aandere dingen bij kijken, maar ook bij een hoop van die factoren zie je hetzelfde fenomeen.
    Zoals dat voorbeeld hierboven met hoeveel van het openbaar vervoer wordt betaald door Brussel. Daarbij moet redelijkerwijs dus iets tussen 75% en 100% door brussel betaald worden, wat is het in de praktijk? De volle 100%.

    Over elk van die factoren kan je eindeloos discussieren. De (objectieve) cijfers geven een minimum en een maximumwaarde, en daar moet dan op subjectieve basis (afhankelijk van wat je correct vindt en welke argumenten naar jouw mening meer doorwegen, hoe solidair je wil zijn,.. ) een getal tussen gekozen worden.

    Als iemand een duidelijk (en objectief) overzicht heeft van al het geld dat heen en weer gaat en hoe veel naar waar gaat, zou ik dat graag zien want erg makkelijk lijken al die cijfers niet te vinden en ‘t is zowieso nogal een onntwarbaar kluwen van gemeenschappen gewesten gemeenten pendelaars stadsfondsen belirissen en dergelijke meer. Moeilijk om aan uit te geraken.
    Maar ik krijg toch de indruk dat die onderfinanciering van het gewest inderdaad klopt. Maar om hoe veel het gaat zou ik echt ni weten te zeggen, en dat is natuurlijk dus ook een erg subjectief gegeven. Maar als stelselmatig gekozen wordt in het nadeel van BHG, dan kan het in elk geval niet te veel krijgen, dan is het ofwel net juist, ofwel te weinig.

  • “(…) Brussel is een stad met veel gezichten. En in een dergelijke schizofrene toestand ontstaan de meest wonderlijke paradoxen, zij het vaak niet de meest opbeurende.

    In het Brussels Gewest, dat 10% van de Belgische bevolking telt, produceert men 19% van de Belgische toegevoegde waarde. Maar het gemiddelde netto belastbaar inkomen per inwoner bedraagt 90 % van het nationaal gemiddelde. Volgens het laatste armoederapport leeft meer dan één vierde van de Brusselaars in een huishouden zonder arbeidsinkomen. Tussen 2001 en 2002 steeg het aantal huishoudens dat een leefloon ontvangt met 6,6%. Voor ongeveer de helft van de Brusselse huishoudens zijn inkomsten uit sociale uitkeringen belangrijker dan inkomens uit arbeid.

    Brussel is goed voor 16% van de Belgische banen. Anderzijds worden 54% van die jobs in Brussel ingevuld door pendelaars. De werkloosheidsgraad bedraagt 22% (tegenover 12,4% nationaal) en zelfs 33% voor de min-25-jarigen.

    Brussel is als tertiair en quartair dienstencentrum, en als onderwijspool natuurlijk relatief sterk geassocieerd met hoogopgeleide jobs, maar 65% van de werkzoekenden in het Brussels Gewest kampen met een kwalificatietekort.

    De werkzaamheidsgraad (mensen aan de slag tussen 15 en 64 jaar) bedraagt 54,5% (tegenover 59,9% nationaal), terwijl de bevolking relatief “jonger” is dan elders. Meer nog dan met een vergrijzingsgolf is Brussel geconfronteerd met een golf van jongeren die geen toekomstperspectief zien buiten een leeflooncarrière.

    De relatieve fiscale positie van het Brussels Gewest is de afgelopen jaren gevoelig verslechterd. In 1989, toen de financieringswet in zijn eerste versie werd goedgekeurd, bedroeg de gemiddelde personenbelasting in Brussel nog 116% van het nationaal gemiddelde, vandaag is dat 94%. Deze daling komt de gewestbegroting duur te staan, omdat het mechanisme van de financieringswet de basisdotatie vanwege de federale overheid koppelt aan de personenbelasting. Dat zet de inkomstenstroom van het Brussels Gewest structureel onder druk in vergelijking met de twee andere Gewesten.

    (…)

    We moeten hoe dan ook de economische toestand van Brussel versterken, het ondoorzichtig bestuur ervan aanpakken en ten slotte ook de kost naast de baat zetten: geeft Brussel te veel uit of heeft het nu net veel geld nodig? Of anders gezegd, kiezen we voor een stadsregio zoals nu of een regionale hoofdstad?

    In ieder geval, Brussel heeft nood aan een aangepast statuut omdat het een stadsgewest is, met een zeer beperkte territoriale omvang, in vergelijking met Vlaanderen en Wallonië. Maar Brussel is wel een gewest is met een bijzondere hoofdstedelijke en internationale rol. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest institutioneel behandelen als een kopie van de andere twee Gewesten leidt tot absurde situaties zoals een Brussels Gewest dat verantwoordelijk is voor landbouwbeleid (het beschikt hiervoor over welgeteld één ambtenaar) en tot een beleid dat niet aangepast is aan de Brusselse specificiteit. Precies omdat het gevangen zit in het statuut van een Gewest dat op de maat van Vlaanderen en Wallonië geschreven is, kan Brussel onvoldoende investeren in economie (relatief gezien minder dan de helft van Vlaanderen en Wallonië), hoewel het voor België een essentieel economisch centrum is.

    Brussel lijdt momenteel aan ondoorzichtig bestuur. Het aantal Brusselse beslissingsgremia is indrukwekkend: één Gewest, twee Gemeenschappen, drie Gemeenschapscommissies, zes politiezones, negentien gemeenten en evenveel OCMW’s. En dat allemaal op 161 vierkante kilometer. Agoria Brussel berekende dat er in Brussel twintig beslissers zijn voor stedenbouwkundige vergunningen, ofwel één per acht vierkante kilometer (ter vergelijking, in Wenen is dat één voor 450 vierkante kilometer); hoe moet een bedrijf in die jungle aan zijn uitbreiding werken? In Brussel blijken er nog steeds volgens Agoria Brussel meer dan 800 verschillende gemeentelijke reglementen te zijn, waaronder een enorm aantal, zeer verschillende, belastingreglementen, en dit alles, ik herhaal, op 161 km². De gevolgen laten zich uiteraard raden: een chaos waarin burgers en bedrijven hun weg niet meer vinden.

    Brussel heeft verder nood aan meer coherent beleid. Een coherent mobiliteitsbeleid – nochtans essentieel in een grootstad met een centrumfunctie – wordt bemoeilijkt doordat de gemeenten hierin constant interfereren: gemeenten kunnen beletten dat er aparte busbanen komen, gemeenten kunnen beletten dat er een gecoördineerd parkeerbeleid komt en ga zo maar door. Een coherent veiligheidsbeleid wordt dan weer bemoeilijkt door zes politiezones. Eén voorbeeld slechts: de politiezone Brussel-Elsene zit al jaren zonder geldige begroting omdat de twee burgemeesters, gesteund door hun gemeenteraad, het niet met elkaar eens kunnen raken. Een coherent beleid ten slotte voor de enorme grootstedelijke uitdagingen zoals kansarmoede, dakloosheid en dergelijke wordt bemoeilijkt door de versnippering van beleid over gewest, gemeenten, OCMW’s en gemeenschapscommissies. De grote Brusselse bevolking aan kansarmen en daklozen wordt hier echt niet beter van.

    Brussel heeft vooral nood aan meer samenwerking met Vlaanderen en Wallonië om zijn uitdagingen aan te kunnen. De oplossing voor de Brusselse werkloosheid (meer dan 20%) is niet te vinden in een Brussel dat zich als Gewest afscheidt van Vlaanderen en Wallonië. De oplossing voor de mobiliteit in Brussel (tussen haakjes: openbare werken en vervoer slorpt momenteel 30% van het gewestbudget op) vereist samenwerking met Vlaanderen: bijvoorbeeld de Brusselse grote ring ligt grotendeels op Vlaams grondgebied! Ik steek als Vlaams regeringsleider opnieuw de hand uit onder de vorm van bereidheid om samenwerkingsakkoorden te tekenen, gebaseerd op zakelijke afspraken en duidelijke verantwoordelijkheden. En dat is heus geen utopie. Dit jaar keurden de Vlaamse regering en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al een samenwerkingsakkoord goed op het vlak van opleiding en arbeidsmarkt. Doel van deze samenwerkingsovereenkomst is te komen tot een betere afstemming en samenwerking op vlak van het opleidings- en arbeidsmarktbeleid tussen Vlaanderen en Brussel. Met het akkoord wordt een heel praktische en concrete samenwerking beoogd, in eerste instantie tussen de VDAB en de BGDA. Concreet: sedert juni van dit jaar wisselen VDAB en BGDA hun vacatures uit, zowel knelpuntvacatures als andere werkaanbiedingen waarvoor geen kandidaten gevonden worden; er wordt ook werk gemaakt van de oprichting van drie lokale werkwinkels in Brussel waarbij VDAB, BGDA en lokale tewerkstellingsinstanties gaan functioneren als één aanspreekpunt voor de werkzoekenden; ten slotte wordt er bijkomend geïnvesteerd zowel door Brussel als door Vlaanderen in taalopleidingen. In de praktijk moeten de diverse initiatieven ook leiden tot een grotere mobiliteit tussen Vlaanderen en Brussel op de arbeidsmarkt. En we denken ondertussen al verder, aan een grotere samenwerking en uitwisseling van cursisten en opleidingstrajecten.

    Een aangepast statuut is nodig, niet om Brussel te kortwieken maar wel om haar de kansen te bieden om zich te ontplooien als een echt dynamisch stadsgewest en als een echte nationale en internationale hoofdstad. De nefaste gevolgen van het onaangepaste gewestelijke statuut zijn immers zonneklaar: in 1989 lag het gemiddeld inkomen in Brussel nog ver boven het nationaal gemiddelde (en veel hoger dan dat in Vlaanderen), nu ligt het 10,5% onder het nationaal gemiddelde; de nationale solidariteitsbijdrage richting Brussel benadert in absolute cijfers de transfer richting Wallonië; in de jaren negentig verlieten netto bijna 700 bedrijven Brussel, per jaar verlaten ongeveer 10 000 Brusselaars het gewest om zich in Vlaanderen of Wallonië te gaan vestigen; de werkloosheid blijft in Brussel pijnlijk hoog niettegenstaande het enorme jobaanbod in de hoofdstad zelf en de enorme ontwikkeling van de regio’s rond de hoofdstad zoals Halle-Vilvoorde, Leuven en Nijvel.

    Diverse Brusselse overheden geven zelf aan dat Brussel nood heeft aan een speciaal statuut. Waarom pleiten ze anders voor een andere financiering? Een andere financiering zal echter niet helpen, tenzij er ook een ander bestuur komt met een ander statuut, aangepast aan de realiteit van Brussel als stadsgewest en als nationale en internationale hoofdstad. Want Brussel heeft ontegensprekelijk ook potentieel: Brussel is de 4de Europese zakenstad, na Londen, Parijs en Frankfurt. Op het vlak van zakelijke dienstverlening staat Brussel op de 15de plaats in de wereld, net na Frankfurt. De eerstvolgende Belgische stad in de ranking is Antwerpen op een 96ste plaats. De totale werkgelegenheid in het Brusselse hoofdstedelijke gewest bij de EU-instellingen, de internationale instellingen en de door EU beïnvloede sectoren beliep in 2001 55 000 personen. Vanuit deze instellingen, organisaties en bedrijven werden in totaal voor 7,5 miljard euro uitgaven gegenereerd waarvan naar schatting 6 miljard besteed werd in België. Het aandeel van deze activiteiten in het Brusselse BBP wordt geraamd op ruim 11%. Er wordt in lijn met de EU-uitbreiding een verdere toename van werkgelegenheid verwacht van 9 000 extra jobs tegen 2011.

    Terzijde, ik ben trouwens niet de eerste die vindt dat de Europese Unie best wat meer lokale verantwoordelijkheid zou mogen opnemen in haar hoofdstad – maar elke formule moet een voldoende democratische legitimiteit vanwege de bewoners combineren met een correcte invulling van de hoofdstedelijke opdracht. Zoiets veronderstelt dat de Brusselaars beslissen wie hen bestuurt, maar ook dat de overheden waarvan Brussel hoofdstad wil zijn, eveneens iets in de pap te brokkelen hebben.

    Brussel is op internationaal vlak ook meer dan alleen de EU. De stad heeft ongeveer 1 300 buitenlandse ondernemingen op haar grondgebied, waarvan 177 uit de VS, 161 uit de UK en 45 uit Japan, waarvoor vliegtuigverbindingen van groot belang zijn. In termen van zakelijk gewicht hebben de Amerikaanse investeringen het grootste gewicht in de buitenlandse investeringen, met een aandeel van 53%. In een ruimere definitie telt Brussel 1 809 buitenlandse ondernemingen, goed voor 234 000 jobs en 22 miljard euro toegevoegde waarde. Dit komt neer op afgerond ruim één derde van de Brusselse werkgelegenheid en 40% van het Brusselse BBP. Brussel heeft echt wel het potentieel om ook in de toekomst een internationale economische aantrekkingspool te zijn.

    (…)

    Yves Leterme, Brussel, 14 september 2006.

    bron: http://www.yvesleterme.be/actua/voka_brussel.htm

  • Staf

    Mss moet men ook maar de vraag durven stellen waarom andere steden wel aantrekkelijk zijn voor de middenklasse om te wonen en bxl minder…?

    Mij lijkt het naast geld vooral aan politieke wil en ambitie te ontbreken… Kijk naar wat men op 10 jaar in Leuven gerealiseerd heeft: van een grijs kleurloos studentenstadje naar een propere, comfortabele, moderne stad waar het bijzonder aangenaam wonen is. Uiteraard zijn beide steden totaal verschillend, maar het begint toch vaak bij details. Neem een plein zoals de Zavel in bxl: onvoorstelbaar dat dit nog steeds een rommelige openlucht parking is met doorgaand verkeer… Zoiets is in Leuven omgetoverd tot een autovrije groene oase met terrasjes.

    Akkoord er zijn er genoeg die gruwen van ‘te proper en te af’ maar mij valt telkens op hoe smerig bxl is en hoe hard het er echt ronduit stinkt; geen brug, tunnel of steegje zonder doordringende pisgeur… Helaas geen cliche -ik draag de stad echt een warm hart toe- maar kan niet anders dan het telkens weer vaststellen… Idem met vuil op straat.

    In dezelfde lijn ook geen toeval dat de straten tussen Warande- en Leopoldpark dan weer wel netjes proper en gezellig ingericht zijn… Voor de EU kan er al iets meer.

    Daarnaast blijft overlast ook een probleem… Voortdurend in bus of metro opgefokte testosteron-mannetjes moeten tollereren is -zelfs voor politiek correct denkenden – uitputtend.

    Idem voor het oudzeer van deftige en kwalitatieve kinderopvang en onderwijs. Ik zie de grootste brusselfanaten telkens naar de rand verhuizen zodra ze kleuters hebben en geconfronteerd worden met deze problemen.

    Last but not least, doe iets aan de woningmarkt, wees creatief. Ik ben bereid bovengenoemde problemen erbij te nemen als ik in ruil een beetje betaalbaar huis vindt. Als ik daartegen onmenselijk hoge bedragen moet gaan ophoesten tja… laat maar zitten dan.

    Dat laatste is -toegegeven- niet echt simpel behoudens rigide wetswijzigingen, maar alle voorgaande punten zijn gewoon een kwestie van politieke prioriteiten en goeie wil.
    Zolang politici dit niet inzien zullen ze blijven jammeren over het leeglopen van de stadskas, met nog minder speelmarge gevolgd door nog minder investeringen enz… En voor je het weet is Katowice hipper dan onze hoofdstad…

  • Ik kan mij alleen maar aansluiten bij hetgeen wat Staf hier heeft neergepend.

    Greetz vanwege een geboren en getogen Brusselaar-Schaarbekenaar.

  • Kris

    GROOT gelijk… de pendelaars zijn dieven… laten we de pendelaars stoppen !!!!
    358.000 jobs meer in Brussel dan… en wie gaat ze invullen: mensen die met moeite beide (laat staan 1 van beide) landstalen machtig zijn…
    maar ook : 358.000 mensen MINDER die ‘s middags in Brussel eten, hun inkopen doen, shoppen in de winkelcentra enzovoort…
    Gevolg: horecazaken en winkels over kop… nog meer werkloosheid…
    echt waar, fantastisch idee…

    Misschien even dit lezen: http://trends.rnews.be/nl/economie/nieuws/finance/brussel-overleeft-dankzij-pendelaars-en-hinterland/article-1194633537739.htm#

    voor je begint

  • bartje

    Welke oude koeien worden hier uit de sloot gehaald? Dat de pendelaars niet de wortel van alle kwaad zijn in deze stad, daar waren zelfs de meest rabiate Brusselverdedigers al achter, hoor. En dat er ook iets mag gebeuren aan het beleid van deze stad, eveneens. De gebreken zijn niet alleen op conto te schrijven van een gebrek aan financiële middelen.
    Toch wel interessant om al die oude reacties nog eens te lezen. Veel is er al die tijd niet veranderd.