Eurociné25, deel 2

Deze avond, iets voor zeven. Door de regen, door de wind, dwars door alles heen, onderweg naar de Eurociné25. Met de fiets – op dit uur van de dag veruit het snelste vervoermiddel om het stuk VUB-Toison d’Or (ok, ok, Gulden Vlies voor de puristen) te overbruggen – was dit ideaal om in de Ierse sfeer te komen. Op het programma: Small Engine Repair van de Ierse cineast Niall Heerey. De tickets waren gewonnen via de Jameson wedstrijd (merci voor de hint, Peter).

Small Engine Repair‘t Is geen slechte film, en hij heeft zijn mooie momenten, maar niet echt een bioskoopfilm (volgens mij). Goed geacteerd, maar het verhaal overstijgt zelden de banaliteit van het gewone leven. Wel een magistrale openingsscène die de ingenieur in mij ongelofelijk boeide. Maar van een festivalfilm verwacht ik toch wel net een tikkeltje meer.

Nu, goed, ik wil het eigenlijk meer over het festival hebben. Wat ik jammer vond is dat er geen tijd meer gevonden was om de film te ondertitelen. ‘t Was dan wel een wereldpremière, dus ik begrijp de tijdsdruk. Maar toch, het had als gevolg dat een heleboel mensen (ik schat 15% van de zaal) gedurende het eerste kwartier de zaal verlaten hebben. Wat bij een screening in het bijzijn van de regisseur eerder pijnlijk is…

Minpunt voor de organisatoren dus, die hun publiek beter hadden moeten kennen… Voor mij (en ik pretendeer toch wel vlot Engelstalig te zijn) was het Ierse accent al moeilijk om volgen (gelukkig went het wel zeer snel), maar voor een doorsnee Franstalige (en waar werd er vooral promotie gemaakt voor dit festival… rarara, kijk eens naar hun sponsors) lijkt het me toch wel een zeer intensieve klus.

Nu, voor de rest geen kwaad woord over de meertaligheid tijdens het festival zelf: van het festivalboekje dat vlotjes in drie kolommen was opgedeeld (Fr – Eng – Ndl) tot en met de speech voor de film (een paragraaf per taal, zonder vertaling van het de vorige paragrafen, in a real multilingual spirit. C’est comme ça que je l’aime bien). Volgend jaar zien ze me hier in elk geval weer! Maar dan kies ik wel zelf mijn film…

Share

Aboutnico

Nico. Bijna 30. Jonge vader. Blijven hangen in Brussel na studies. Ambtenaar. Gewoond in Etterbeek, Aalborg (DK), Oudergem, Etterbeek, München (DE), Schaarbeek en nu Sint-Joost-ten-Node. Levensgenieter (naar eigen gevoel), beetje workaholic (volgens anderen) - maar daaraan wordt gewerkt :-). Bierliefhebber, amateur-kok. Totaal a-muzikaal. Believer van het goede in de mens en/of maatschappij. Check www.deblauwe.be als je meer wenst te weten...
  • Iers valt dan nog mee, ik ben ooit op de opening van het festival van de Latijns-Amerikaanse film beland na 8 lessen spaans. Maar goed dat ik de korte inhoud van de film op voorhand kende… 😉

  • Je hebt gelijk qua ondertiteling, maar we zijn als organisatie afhankelijk van de copies die we krijgen van de distributeurs of productiehuizen. Vaak bestaan er zelfs geen 35 mm copies met frans/nederlandstalige ondertitels. Qua sponsoring proberen we elk jaar om de Vlaamse media warm te krijgen, maar hun reactie is altijd hetzelfde: het festival is te Frans en te Brussels, niet interessant voor hun Vlaamse doelgroep dus… en dan heb ik het over zowel de openbare omroep als de commerciële omroepen qua radio en TV en respectabele tijdschriften en kranten.
    Gelukkig staat de Europese unie achter het initiatief en hebben zij ook dit jaar weer beloofd om er volgend jaar wat meer geld in te steken.
    Onze grote droom is om het festival echt Europees te maken. Vandaag gaat het door in een aantal landen van de Europese unie, maar de bedoeling is om het ooit in al de 25 landen te laten doorgaan waarbij de Europese unie de vertaling/ondertitels sponsort voor een film uit elk land. Via een soort jury of scoresysteem wordt er een winnaar gekozen en die film komt dan één jaar later op televisie in de 25 landen… Of zoiets… een droom hé 🙂