Ik word brusselaar (deel 2)

‘t Is nu zondagavond, en de eerste echte stedelijke zomerwarmte is nog volop aanwezig in ons appartement onder ‘t dak. De ramen staan wijd open en een zacht briesje predikt gematigde verkoeling en draagt het gepiep van tram 92 om de zoveel tijd met zich mee. Vanuit het achterraam zie ik de VRT-toren (noemen de Franstaligen haar la tour RFTB?) een groen-rode lichtshow geven. Een mooi einde van een minstens even mooi Brussels weekend, dat voor mij vrijdagochtend met een bezoek van de wijkagent begon.

Katrijn had me woensdag een papiertje doorgespeeld met daarop het telefoonnummer van de wijkagent. Na twee maanden geen nieuws van haar inschrijving te ontvangen, was ze zelf naar het gemeentehuis gegaan om daar te horen te krijgen dat haar inschrijving geschrapt was. Ze schreef zich opnieuw in en kreeg het telefoonnummer om zeker te zijn dat het niet mis zou lopen. En ja, de tweede keer ging het vlekkeloos voor haar, dus waarom zou ik het zelf niet onmiddellijk via deze weg proberen?

Ik krijg een vriendelijke man aan de lijn die wat problemen heeft met zijn ordinateur, en me belooft terug te bellen. En inderdaad, nog geen twee minuten later hang ik weer aan de lijn, en probeer een afspraak met de wijkagent te regelen. Wat me frappeert is dat er geen rekening gehouden wordt met werkende mensen (nergens – zelfs niet één avond per week), is er de mogelijkheid om na de werkuren af te spreken. Nu, ik kies eieren voor mijn geld en kleur in mijn agenda braaf het blokje “vrijdag 10-12 uur” politieblauw. Als ie zo snel kan langskomen, dan wil ik gerust eens een ochtend thuiswerken.

Rond kwart voor twaalf zoemt de deurbel. Ik spring op, begroet de agent vriendelijk door de parlofoon en nodig hem uit op het derde verdiep. “Oh, dat is niet nodig, kan u naar beneden komen met uw identiteitskaart?”, klinkt het metalig terug. No problem, denk ik dan, en gezwind vlieg ik de trap af (hmm, ik zeg nu al zo lang dat ik het aantal treden ga tellen, maar neem het maar van me aan, ‘t zijn er veel). De formaliteiten duren ongeveer twee minuten: mijn identiteit wordt gecontroleerd, en hij vraagt of ik met mijn vriendin samenwoon, wijzend naar de Katrijn’s naam op het blad dat ik zelf invulde. Ik affirmeer, en krijg als prijs voor mijn antwoord te horen dat ik binnen drie weken een oproepingsbrief voor mijn nieuwe papieren kan verwachten.

Was het dat maar!? ‘t Is niet dat ik te hoog gespannen verwachtingen had, maar deze snelle twee minuten waren toch echt wel kort. Afin, weer een stap dichter bij het Ezelschap, ik kijk alvast uit naar wat de postbode binnenkort aandraagt. ‘t Zal trouwens mijn eerste elektronische identiteitskaart worden…

Deze post is het vervolg van Ik word Brusselaar (deel 1).

Share

Aboutnico

Nico. Bijna 30. Jonge vader. Blijven hangen in Brussel na studies. Ambtenaar. Gewoond in Etterbeek, Aalborg (DK), Oudergem, Etterbeek, München (DE), Schaarbeek en nu Sint-Joost-ten-Node. Levensgenieter (naar eigen gevoel), beetje workaholic (volgens anderen) - maar daaraan wordt gewerkt :-). Bierliefhebber, amateur-kok. Totaal a-muzikaal. Believer van het goede in de mens en/of maatschappij. Check www.deblauwe.be als je meer wenst te weten...