Taalgemengd onderwijs

Daar zijn die van BRIO weer:

Brusselaars zien taalgemengde klassen als verrijking
BRUSSEL – Taalgemengde klassen zijn een realiteit in alle Brusselse scholen en 80 procent van de Brusselaars ziet dat als een verrijking. Maar als de overheid in de toekomst een tweetalige dienstverlening wil garanderen, dan is een beter georganiseerd taalonderwijs in de toekomst noodzakelijk.

Dat zijn enkele vaststellingen van de tweede zogeheten ‘taalbarometer‘, het onderzoek van BRIO, het centrum van de Vrij Universiteit Brussel (VUB) dat de kennis en het gebruik van de talen in Brussel onderzoekt.

De taalbarometer werd opgesteld via een bevraging van 2.500 meerderjarige Brusselaars in 2005 door BRIO (het Brussels Informatie- Documentatie- en Onderzoekscentrum). Uit die bevraging blijkt onder meer dat de tweetalige Brusselaars in de publieke sfeer steeds meer Nederlands gebruiken en dat zowel Nederlands-, Frans- als tweetaligen zeggen dat ze veel meer Nederlands horen spreken in Brussel dan in 2001.

Het onderwijs, dat zich in Brussel vaak in een meertalige omgeving afspeelt, heeft een belangrijk aandeel in deze evolutie. De onderzoekers wijzen op het stijgend succes van cursussen Nederlands voor volwassenen en van het Nederlandstalig onderwijs.

‘Taalgemengde klassen zijn een realiteit in alle scholen en dit wordt door ruim 80 procent van de Brusselaars als een verrijking gezien’, klinkt het. Toch is volgens de onderzoekers een andere aanpak voor het taalonderwijs in Brussel dringend nodig.

Terwijl er via onderwijs veel uitwisseling bestaat tussen de verschillende taalgemeenschappen, blijft de informatieverwerving via de media echter strikt gescheiden volgens taalregime. ‘Nederlandstaligen lezen Franstalige en Nederlandstalige kranten, Franstaligen informeren zich bijna uitsluitend via de Franstalige pers’, klinkt het.

Volgens de onderzoekers is de Franstalige Brusselse krant Le Soir zelfs de meest gelezen krant onder de Nederlandstaligen in Brussel. Dat hangt volgens de onderzoekers van BRIO vast aan de manier waarop de Vlaamse pers over Brussel bericht. Het beeld over Brussel is vaak erg negatief. Vanuit de overheid bestaan volgens BRIO nog niet de juiste kanalen om aan dit probleem te verhelpen.

bron: De Standaard

Share
  • Ik vind het sentiment mooi, maar ik ben er niet van overtuigd dat tweetalig onderwijs de beste oplossing is.

    Ik ben zelf Franstalig en heb in het Nederlands school gelopen. Ik heb vaak Nederlanstalige schoolgenoten moeten helpen met hun huiswerk Frans. Wat mij opviel is dat degenen die het niet zo goed deden in het Frans meestal ook slecht Nederlands spraken (tussentaal, geen aandacht voor spelling…) Omgekeerd was het niveau in het Frans van de Franstalige kinderen die moeite hadden op school meestal niet zo goed (grammatica, spelling, enz.) Maw, je kan geen vreemde taal leren als je je moedertaal niet onder de knie hebt.

    Een aantal “tweetaligen” zijn eigenlijk “geentalig”, in die zin dat ze slecht Frans en slecht Nederlands spreken, en het probleem verergert nu meer en meer Franstalige ouders kost wat kost hun kroost naar de Nederlandse school willen sturen, in de ijle hoop dat het wel vanzelf zal gaan. Misschien is een tweetalige school leuk voor een leerling die geen taalproblemen kent, maar voor de anderen heb ik zo mijn twijfels. Ik denk dat een goede school van de andere gemeenschap én inspanningen van de ouders voor het correct aanleren van de moedertaal (ook schriftelijk) een veel beter alternatief zijn.

  • Albert

    Nochthans zijn er immersiescholen die zeer goede resultaten boeken. Eén van de specifieke problemen is dat men een vreemde taal uitsluitend tracht aan te leren via het aanleren van de taal als dusdanig, terwijl het herhalen van een specifieke materie als “rekenen” of een ander betere resultaten oplevert.
    En dan spreken we nog niet over het feit dat Nederlands in Franstalige scholen geven wordt door native Franstaligen.
    De VUB en de universiteit van Namen zijn actief bezig met het Belgische aspect, en bestuderen aan welke voorwaarden efficiënt twee- of meertalig onderwijs moet beantwoorden. Zie ook http://www.tibem.be.

  • Pieter

    Twee -en meertalig onderwijs is de facto en de jure aan de orde in veel educatieve instellingen.
    Het meertalige onderwijs bestaat dan ook allang in Brussel. Op bijna alle Nederlandstalige scholen (let op, bijna 30 % van onze ketjes tussen 6 en 12 bevindt zich in het primaire nl onderwijs) is de instructietaal Nederlands en de schoolpleintaal Frans. De Europese scholen va de EU die onderwijs geven aan meer dan 10 % van alle Brusselse leerlingen, zijn onderverdeeld in taalsecties waarin in ieder geval iedereen die afstudeert geacht wordt minstens twee maar vaak drie Europese talen vloeiend te spreken. Buiten de officiele Europese Scholen (straks vier)zijn er nog zo’n 30 andere internationale scholen in Brussel en de Rand die vaak een uitheemse taal als instructietaal gebruiken en het Frans (en vaak ook het Engels) er met een immersiesysteem er meedogenloos in stampen.
    Als er een Europese stad geobsedeerd is door taal, en de ouders door taalonderwijs, dan is het wel Brussel. Als er een stad is met een gevarieerd aanbod in school-instructie-talen dan is het Brussel.
    En guess what….Men maakt er massaal gebruik van!

    @ Melodius: Inderdaad kost het verwerven van meerdere talen een EXTRA inspanning. Zowel op school, als vanuit de ouderlijke omgeving. Voor wat betreft het verwerven van het Nederlands: De armzalige culturele Nederlandse input op de televisie (op de Vlaamse TV wordt momenteel ongeveer de helft van de Vlamingen, zowel als alle Nederlanders consequent ondertiteld, wegens kennelijke onverstaanbaarheid) helpt niet.
    Maar toch zullen we moeten accepteren dat elke samenleving, onafhankelijk van de manier waarop haar onderwijs is ingericht altijd een bepaald percentage geentaligen zal kennen. In een economie die het moet hebben van communicatie en netwerken wel niet zo handig. Het feit dat vooral in Vlaanderen locale dialecten tot de norm worden verheven, stemt mij niet vrolijk.

  • Albert

    “Het meertalige onderwijs bestaat dan ook allang in Brussel”.
    Sorry hoor, Pieter. Wat mij betreft is dit geen twee- of meertalig onderwijs.
    Ten eerste omdat de ketjes in het NL-onderwijs vaak enkel straatfrans machtig zijn, en ten tweede omdat 70 % van de Brusselse ketjes in het Franstalig onderwijs zitten waar al helemaal geen efficiënt Nederlands onderwezen wordt.
    De internationale scholen bestaan wel, maar daar kan ik mijn kinderen niet naartoe sturen gezien de extreme inschijvingsgelden.

  • Pieter, het zijn geen locale dialecten die tot norm worden verheven maar de tussentaal, het “Verkavelingsvlaams”. De dialecten hebben het voordeel dat zij een “echte talen” zijn. Het Verkavelingsvlaams is een bijzonder mottig creool. En jammer genoeg ontkomt niemand eraan.

    Een van de redenen waarom men trouwens werk zou moeten maken van een behoorlijke kennis van het algemeen Nederlands is dat de huidige situatie het aanleren van het Nederlands als vreemde taal enorm bemoeilijkt. Een van mijn neven, die in Waals Brabant woont, ging indertijd op uitwisseling bij een Vlaamse familie uit het Antwerpse om zijn Nederlands wat bij te schaven. Ik weet niet wat die mensen daar spraken, maar het resultaat bij mijn neef was noch als Nederlands, noch als Antwaarps te identificeren, en bovendien amper verstaanbaar.

    Ik heb niet de indruk dat de situatie er sedertdien vooruit op is gegaan.

    Misschien zou het nuttig zijn om een aantal uren per jaar van de Nederlandse les te spenderen aan het dialect van de streek van de school, al was het maar om de leerlingen te helpen verstaan wat de verhouding is tussen standaardtaal en dialect en om een basiskennis te verwerven van beide.

  • Ah, en degenen die baat hebben bij het Frans als lingua franca op “de koer” zijn de Nederlandstalige kinderen die immers thuis en op school Nederlands leren (enfin, “Nederlands”, zie hierboven). Voor de Franstalige kinderen is het daarentegen een zoveelste hindernis om Nederlands te leren. – Disclaimer : ik sprak zelf ook vaak Frans op de speelplaats en ben er trouwens een paar keer voor gestraft geweest ! 😉

    Wat de Europese scholen betreft, talen zijn dan ook het enige dat ze min of meer behoorlijk aanleren. Voor de andere vaken is het niveau bedroevend.

  • Pieter

    @Albert
    Niet 70 % van de jonge Brusselaartjes gaan naar de franstalige scholen maar ongeveer 55 %. Onderwijs in een andere taal dan nl of fr neemt een steeds grotere plaats in in het Brusselse. Ook in deze discussie wordt de internationalisering van Brussel over het hoofd gezien. Een ontwikkeling die alleen maar belangrijker wordt. Het zou mij dan ook niet verbazen als over twintig jaar de instructietaal verhoudingen tussen nl/fr/anders, 33/33/33 zullen zijn.

    @Melodius
    Ik denk dat het cultiveren van dialect nou net niet moet worden gestimuleerd. Overal in de wereld tenderen dialecten te verdwijnen.
    Ook moet niet uit het oog worden verloren dat het feit dat de televisie in het hele Nederlandse taalgebied niet wordt nagesynchroniseerd maar wordt ondertiteld enorme repercussies heeft voor de “taaltolerantie” van de inwoners uit dit gebied. Die is zeer laag, en dit komt tot uiting in het feit dat als de andere spreker geen perfecte beheersing vertoont van het nederlands (of hetzelfde dialect) snel toevlucht wordt gezocht tot een andere taal. Lage taaltolerantie leidt tot exclusie en ook tot gebruik van een ander taal op straat of schoolplein.
    Hoe dit op te lossen?
    een mogelijke denkpiste is het verplichten van taalbaden (maand of drie) in een Nederlandstalige omgeving. Maar waar? Natuurlijk niet in een omgeving waar een zwaar dialect wordt gebrabbeld. Maar dan wordt Vlaanderen al erg klein. Nederland is misschien een optie. Maar dan moeten we ons realiseren dat “taal” in Nederland steeds meer langs de lijnen van de sociale status en etnische achtergrond ontwikkeld heeft dan op basis van een geografische regio. En dan heb je meteen een politiek probleem.

    En dan nog over het Europese onderwijs. Er is geen onderwijsvorm die er in slaagt om zoveel van haar leerlingen naar een universiteit te sturen. Voorts wordt de hand gehouden aan het curriculum van het land van herkomst en aan alle voorwaarden voldaan om toegang te garanderen tot welke academische opleiding dan ook.
    Zijn de leraren beter? Niet. Maar de peer-group is natuurlijk fantastisch! Allemaal klasgenootjes met hoogopgeleide ambitieuze immigranten ouders. Kwaliteit van het onderwijs….it’s all about the peer-group baby!

  • erik

    Ook het Brussels jeugdwerk laat zich horen!

    Geplukt van: http://www.nl-fr.be/

    Voor tweetalig jeugdwerk in Brussel!

    Als jeugdwerking in Brussel, de enige tweetalige stad in België, ijveren we voor tweetalig jeugdwerk! Al te vaak wordt tweetaligheid gezien als een probleem, als een tegenstelling. Wij zien het als een kans, een mogelijkheid tot ontmoeting en uitwisseling. Het lijkt ons absurd om in een stad als Brussel alles te willen opsplitsen. Voor een jeugdwerking, waar ontmoeting en vrijwillig karakter belangrijk zijn, is het onmogelijk om een taal op te leggen.

    De Nederlandstalige en Franstalige politiek willen geen tweetalige jeugdwerkingen financieren. Als jeugdwerking zijn we verplicht om een taalkeuze te maken, maar dat willen we niet. Onze kinderen en jongeren zijn immers meertalig! Maar wie als jeugdwerking wil werken met deze meertaligheid krijgt uit de beide gemeenschappen hiervoor geen middelen. Daarom willen we een oproep doen aan alle overheden op alle niveaus om te kijken hoe Brussel op maat van de realiteit van haar (meertalige) bewoners bestuurd kan worden.

    We beseffen dat tweetalig werken niet evident is en dat er nog een weg is af te leggen, maar het onmogelijk maken van ontmoeting binnen eenzelfde jeugdwerking, vinden we echt een verarming. We werken met de toekomst van Brussel -kinderen en jongeren- maar we willen ook reeds werken aan de toekomst van Brussel. Een toekomst die er volgens ons anders moet uitzien. We dromen van een stad waarin eentalige overheden niet langer tegenover een meertalige realiteit staan, een stad waar gekeken wordt welke doelen gerealiseerd worden, eerder dan zijn eigen middelen te kanaliseren naar zijn eigen publiek, een stad waarin kinderen en jongeren niet worden uitgesloten omwille van hun taal !

    De ondertekenaars van deze tekst, geloven in deze droom en willen niet langer aanvaarden dat (hun) kinderen en jongeren het slachtoffer worden van deze taalpolitiek. We viseren in dit verhaal niet één overheid in het bijzonder: we spreken alle overheden in Brussel aan. Uiteindelijk zal het aan beleidsverantwoordelijken op verschillende niveaus zijn om een nieuwe realiteit mogelijk te maken. Deze verandering willen we zelf in gang zetten door in de eerste plaats te leren en te ervaren wat er tussen de twee taalgemeenschappen mogelijk is. In de tweede plaats willen we de zo opgedane inzichten gemeengoed maken bij/bekend maken bij/delen met de Brusselaars. Wij kiezen in het bijzonder voor ontmoetingen en uitwisselingen tussen kinderen, jongeren en animatoren uit de twee taalgemeenschappen. Dit helpt ons om te ontdekken waarin we verschillen en waar we elkaar kunnen aanvullen.

    We vragen dan ook dat er een gesprek komt tussen de bevoegde politiek verantwoordelijken, over de taalgrenzen heen, om tweetalig jeugdwerk in Brussel mogelijk te maken. En dat er niet enkel gepraat wordt, maar ook dat er het nodige wetgevend werk wordt gerealiseerd.

    2. DOELSTELLINGEN

    • In het kader van een tweetalige samenwerking in het Brusselse jeugdwerk kiezen wij voor ontmoetingen en uitwisselingen tussen kinderen, jongeren en jeugdwerkers uit de twee taalgemeenschappen.
    • Wij vragen dat de verantwoordelijke instanties onze ervaring op het gebied van tweetalige samenwerking erkennen. Concreet kunnen zij dit doen door het tweetalige jeugdwerk in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te (co)-financieren, waarbij subsidies niet verminderd of geweigerd kunnen worden op basis van het taalgebruik.
    • We willen de aandacht van de Brusselse instanties van beide taalgemeenschappen vestigen op (de meerwaarde van) tweetalige samenwerking.

  • pampero

    Misschien zouden we van de “navel gazing” af. In Luxemburg is het onderwijs drietalig ! (Frans, Duits en Letzebuerger). Wat dialekten bereft, hebben de Duitsprekende Zwtzers acht varianten en moeten soms “Hochdeutsch” gebruilen om elkander te verstaan. Het schijnt dat tussen Alemanischen en Romands het nu meeer en meer gewoonlijk is Engels te gebruiken.
    Wat niet in De Standaard verscheen, maar wel in het oorspronkelijke tekst is het veerschil dat de Brusselaars maken tussen Nederlands (positief gezien) en Vlaams (negatief indruk). Het is de moeite waard de tekst in Brussels Studies te lezen

  • Albert

    @ Pieter
    “….it’s all about the peer-group baby!”
    zoals een ondernemer mij ooit zei :
    “Dat je arm geboren bent, daar kun je niets aan doen….
    maar dat je arm trouwt, da’s je eigen schuld !”

    Daarna mogen je kinderen zo dom zijn als kiekens, ze geraken er toch ;-).