Gedichtendag

O ja, het was vandaag Gedichtendag, of nauwkeuriger: eigenlijk is het dat nog steeds. Vijf voor twaalf. Niet dat ik het echt vergeten was, maar zelfs voor een bibliothecaris is deze dag zonder de nodige oplettendheid een dag als alle andere. Vanavond liep een collega langs mijn bureau met een pakje poëtische postkaarten, maar ik was zo in uitleenparameters en maximale aantallen verzonken dat ik zelfs vergat haar daarvoor te bedanken. De kaarten (met gedichten van Jules Deelder, Jo Govaerts, Ester Naomi Perquin en Gerrit Kouwenaar en foto’s van Michiel Hendryckx) liggen onaangeroerd in mijn postbakje. Maar ik beloof: morgen zal ik de inhoud ervan gretig tot mij nemen. Want weet, ik mag dan wel bibliothecaris zijn, ik ben en blijf een liefhebber van poëzie en haar visuele evenknie, de fotografie.

De Agenda, de wekelijkse bijlage bij Brussel Deze Week doet me er na het avondeten en een gesuikerd kopje thee weer aan denken dat het vandaag Gedichtendag is. Ik blader… bovenaan pagina zesentwintig valt mijn oog op een gedicht: “Considerans (…) Wij, soeverein, wij volk van Europa…” (*). Ik lees en ik weet. Mijn oog dwaalt naar de onderkant van de pagina en bevestigt slechts wat hart en harses allang voor waar hadden aangenomen: “Geert van Istendael“. Hoe komt het dat ik aan één regel genoeg heb om de stijl van de meester te herkennen? Nescio. Misschien placht men alleen de werkelijk grote meesters aan hun alaam te herkennen?

“Geheugen is rouwen en waken en weten” schrijft Van Istendael nog. Een klein land als het onze moet met stadsdichters een genoegen nemen, maar als iemand de titel Dichter des Vaderlands verdient, dan is hij het wel. Al weet ik dat hij te bescheiden is om de gedachte daaraan zelfs maar in zich te laten opkomen. Laat zijn nageslacht dat dan in zijn plaats doen. Onthouden is een vorm van vergeten, hoorde ik de psycholoog ooit zeggen. Ik ben bereid veel te vergeten om de gedichten van Van Istendael te kunnen onthouden.

(*) Het bedoelde gedicht is eigenlijk een fragment uit de Preambule die Geert van Istendael schreef voor de Europese Grondwet in verzen, een initiatief van het Brusselse dichterscollectief ter gelegenheid van Gedichtendag. In 2009 komt er een plechtige Verklaring van de Europese Grondwet in verzen door een aantal internationale auteurs.

Share

AboutPatrick

Voorouders in West-Vlaanderen en de Kempen. In 1968 geboren in Wilrijk (Antwerpen). Woont sinds midden 2001 in Brussel en werkt er sinds 2002. Woonde tot eind 2013 in Laken, sindsdien in Sint-Jans-Molenbeek. Vindt Brussel een moeilijk lief, maar houdt toch vooral van de schoonheid, de meertaligheid en de diversiteit van het gewest. Ondersteunt beroepshalve de Nederlandstalige openbare bibliotheken in Brussel.
  • Dit mogen we u niet onthouden: de poezie van Paul Delva, Vlaams parlement.

    “Brussel, zwanger van hoop

    Geloven in een stad
    die mensen samenbrengt
    en talen overstijgt

    met een weidse blik op de wereld
    hoopvol kijkend
    naar morgen.

    Ik geloof in Brussel
    stad voor mensen
    stad van talen

    die de hele wereld in zich draagt
    zwanger van hoop
    in morgen.

    Ik geloof in Brussel
    groene stad en proeftuin
    voor steden van later

    waar grenzen en muren vervagen
    een tuin van Eden
    heden – morgen”

  • Peter schreef:

    Dit mogen we u niet onthouden: de poezie van Paul Delva, Vlaams parlement.

    Ik kijk al vol verwachting uit naar de gedichten die Paul Delva over negen maanden zal schrijven naar aanleiding van de bevalling van het zwangere Brussel en de doop van het nieuwe ketje.

  • frederic

    aha, is het omdat paul delva gelooft” in een stad
    die mensen samenbrengt en talen overstijgt ” dat hij een absolute voorrang wil voor nederlandstaligen in het Nederlandstalig onderwijs. Wellicht is paul delva en zijn collega’s van de cd&v ook in kartel met de nationalisten van de NV-A gegaan om “mensen samen te brengen en talen te overstijgen”. Die tsjeven toch…