reus

De kolossale man naast mij leunt tegen mij aan. Ik begin wat ongemakkelijk te wrikkelen maar hij wil van geen wijken weten. Zijn dikke dijen duwen tegen de mijne. Ik kantel mezelf zoveel mogelijk naar de andere kant tot ik met al mijn gewicht op één bil zit. Hij blijft even wijdbeens zitten. Ik kan ruiken hoe onfris hij is en adem dan maar door mijn mond, tracht mij op iets anders te concentreren. Tevergeefs. Ik sta enkele haltes voor mijn stop zuchtend op. Dan liever rechtstaan. Net als ik me omdraai om hem een van mijn ‘viezerikblikken’ toe te werpen, zie ik dat zijn ogen bloeddoorlopen zijn en twee verschillende kanten op kijken. En dat de oude vrouw naast hem, zijn moeder neem ik aan, zorgvuldig zijn veters strikt. En dan zijn muts wat beter over zijn hoofd trekt.

Share