Of u vannacht nu een uurtje minder heeft geslapen, of gewoon wat langer in bed bent blijven liggen: uw wekelijkse selectie van Brusselse beelden staat voor u klaar. De eerste week van de paasvakantie zorgde voor een flinke oogst. En omdat het begin van de lente sneeuwwit was, ook heel wat foto’s met sneeuwlandschappen. Beelden van mensen zijn deze week in de minderheid. Op straat komen was misschien geen optie. U zat natuurlijk zelf ook liever in uw zetel met een fleecedekentje en een warme chocomel of een mooie bourgogne.
Foto hierboven: Cécile Trophime, alias Ciou van Miss Excellence. Het werk van de Brusselse Française (of is het omgekeerd?) Cécile Trophime werd eerder al tentoongesteld in Espace Art 22 in Elsene. Nog tot 7 mei is haar Acid Candy te bewonderen in Gallery Excellence op de Anspachlaan.
Waar u zich in Brussel ook bevindt, de Financiëntoren (145 meter, 2de grootste gebouw van België na de Zuidtoren) is bijna altijd zichtbaar. Als u de laatste dagen goed heeft opgelet, dan heeft u misschien ook gezien dat de kraan op haar dak is verdwenen, met behulp van een ander type kraan.
Morgen komt het laatste deel er waarschijnlijk nog af, dan verdwijnt de truck die alles heeft van ‘Transformers’. Dit uitzonderlijk vervoer moet zeker de moeite zijn om live te zien:
Hierbij enkele beelden van de veranderingen aan het Anspach Center uit het afgelopen half jaar van de reporter ter plaatse, gestationeerd aan een van de overkanten van het gebouw.
Deze dreigend-zonnige foto van het vijfde verdiep dateert nog van juli ’07, maar de rest is recenter. Van de oorspronkelijke binnenkant is ondertussen niets over.
Net op tijd terug van het paaseierenrapen om u de wekelijkse selectie van “Brussel in Beeld” te presenteren.
Foto hierboven: “Party People (11)” of “Roel & Eva” van PeterForret. De fotograaf veranderde de titel terwijl ik er op stond te kijken! Waar Roel & Eva gaan eindigen, kunnen we alleen maar raden. Dat ze zich niet vervelen, zoveel is duidelijk. En wat een mooi kleurenspel.
Wie onlangs nog in de Gulden Vlies/Toison d’Or galerij binnengelopen is, zal weten wat ik bedoel: er hangt een postnucleaire sfeer. Bijna alle winkels staan leeg, en de weinige mensen die passeren zijn op weg van de Gulden Vlies/UGC naar de Elsensesteenweg of omgekeerd. Ik was er de laatste keer een jaar of twee geleden, en toen was het bijlange nog niet zo erg. Hier en daar hangt een bericht “we zijn aan het verbouwen” maar dat kan er gerust al een paar jaar hangen. Je gelooft niet echt dat ze nog terugkomen.
Ik weet niet wie de eigenaar van het gebouw is, maar veel huur zal die niet binnenkrijgen. Kent iemand meer achtergrond?
Er is al een tijdje commotie over de vermeende saaiheid van Brussel voor toeristen. Volgens één of ander reisbureau, dat blijkbaar naast citytrips ook enquêtes organiseert, vinden haar klanten Brussel maar zo-zo als bestemming. Provincialen uit Antwerpen en Gent sprongen graag mee op de kar en verklaarden zichzelf terstond wél interessant. En Brussel-fans vonden het dan weer nodig om te reageren en pakten uit met de troeven van de hoofdstad.
Er is een soort dogma dat verkondigt dat toeristen goed zijn voor een stad en iedereen gelooft dat. Toeristen zouden nodig zijn voor de economie. Onzin is dat. Dure restaurants met slappe maaltijden, die profiteren ervan. Grote hotelketens ook, en hebberige marchanten die doen in souvenirs en wansmaak. En verder? Ik denk niet dat de patron van mijn stamcafé echt geniet van het half uurtje dronken Britten dat hij elke vrijdagavond over de vloer krijgt. Ik ook niet trouwens.
Hoge prijzen en een lelijk straatbeeld, dat krijg je met toeristen. Een koffie op een terrasje wordt duurder, de straat wordt drukker, de duiven worden vetter. Iemand moet mij eens uitleggen hoe dat goed is voor een stad of voor haar inwoners.
En dus ben ik, als Brussel-fan, zeer verheugd als overal breed wordt uitgesmeerd dat het een saaie stad is. Hoe saaier ze ons vinden, hoe beter. Toeristen mogen gerust wegblijven. Of naar Antwerpen en Gent gaan, daar mogen de duiven gerust wat dikker staan.
Met wat vertraging zijn hier de plaatjes van week 11. Om het wachten te verzachten, een foto’s extra.
Foto hierboven: Come on, Dover! Move your bloomin’ arse! van JLA Kliché. De fotograaf zelf moet bij dit beeld aan My Fair Lady denken. Ik ken haar niet, ik vind het gewoon een heel sterk beeld: de kleuren, de compositie, de lampen.
Bovenstaand filmpje lijkt mij opgenomen in Brussel of het Brusselse gezien het tweetalig bordje over de verplichte douche. Iemand een idee waar en wanneer dit werd opgenomen?
Ik vroeg me af… wat doe jij – Brusselaar – op een druilerige zondagnamiddag als deze? Beperk je de interactie met de stad tot een korte tocht naar de dichtsbijzijnde bakker en verdwijn je daarna in de geborgenheid van je thuis. Of vind je net dat dit gespetter bij onze hoofdstad hoort, en de sfeer in de cafeetjes net dat ietsiepietsie intiemer en samenzweerderig maakt?
Wat hebben vlierbes, kruiden, sinaas & gember en litchi gemeen? Het zijn de vier verrassende smaken waarin de biologische limonade Bionade verkrijgbaar is. Na de verovering van de Duitse markt trekt de producent uit het Beierse Ostheim de grenzen over. In Brussel wordt het drankje momenteel prominent aangeboden in hippe locaties zoals café Walvis en de foyer van het Kaaitheater.
De ontstaansgeschiedenis van Bionade leest als een eigentijds sprookje. Een brouwmeester van een slecht draaiende dorpsbrouwerij werkt in de jaren ’90 in zijn woonkamerlaboratorium aan een nieuw recept. Uiteindelijk slaagt hij erin een niet-alcoholisch drankje te ontwikkelen, dat net zoals bier ontstaat door de fermentatie van natuurlijke grondstoffen (water, mout, vruchten en kruiden). De innovatieve formule is in de regio geen instant succes, maar Bionade groeit dan uit tot een cultdrank in Hamburgse bars. Dankzij mond-tot-mondreclame volgen andere steden. De merkbekendheid en de afzet stijgen jaar na jaar. In 2007 verkocht de succesvolste nieuwkomer in de limonademarkt sinds Red Bull 200 miljoen flessen van 33 cl. Na Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland wil het bedrijf het product nu lanceren in heel Europa en zelfs de Verenigde Staten.