Een open brief van een boze mama.

De laatste weken was er veel te doen rond de lange wachtrijen aan sommige scholen voor de tweede inschrijvingsronde. Veel slapende mensen, hopende kinderen, en ook boze moeders. In onze mailbox kregen we een “open mail” & “open brief” van Isabel Junius, een teleurgestelde Schaarbeekse.

Beste,

Na 3 nachten en twee dagen kamperen voor een school in de buurt waar wij wonen, zijn we zelfs niet op een wachtlijst geraakt.
De teleurstelling is groot. De flauwe respons van Vlaams minister VandenBroucke, maakt dat meerdere mensen verbolgen raken over de situatie van het schoolkamperen en gebrek aan plaatsen en verschillende Nederlandstalige scholen in het Brusselse.
Ik ben normaal gezien niet zo’n grote activist, maar deze keer moet ik toch mijn frustratie kwijt op papier.

Voor al wie met dit onderwerp begaan is, u vindt mijn relaas in bijlage.

Alvast bedankt!

Isabel Junius,
Schaarbekenaar en mama van een dochter uit het ‘geboortejaar 2006’.

Haar brief kreeg een vervolg op radio FM Brussel (luister hier), en op TV Brussel (kijk hier).
Haar volledige brief kan je lezen door op “continue reading” te klikken.

Hier haar volledige “open brief”.

Beste ministers, beste medeburgers,

Hieronder het relaas van een Brusselse Nederlandstalige schoolkampeerder:

Vrijdagochtend (29 februari)

We staan vroeg op, op het werk is het druk en al wat er ligt, kan best vóór dit weekend geregeld worden. Ik bespeur bij mezelf enige vorm van zenuwachtigheid, het zit al enkele dagen in het bloed maar komt nu pas echt goed tot uiting. We weten immers dat er voor verschillende Brusselse scholen al meerdere dagen gekampeerd wordt.
Wij wonen in Schaarbeek. Nederlandstalige moeders en vader met kinderen in dezelfde crèche als onze dochter, spreken over waar zij zullen kamperen bij welke scholen in het Schaarbeekse. (Sommigen wijken uit naar Evere, Etterbeek en Woluwe.)

Ik besef dat dit weekend cruciaal wordt. De hamvraag is: kunnen wij onze dochter ‘geboortejaar 2006’ maandag inschrijven op een school in Schaarbeek, liefst op de Nederlandstalige school bij ons in de buurt?

Vrijdagavond 18u30

Mijn dochter net opgehaald in de crèche, en spanning ten top, beslis ik toch om de hoek van mijn huis langs de school te passeren waar het allemaal om draait. Tot mijn grote verbazing en teleurstelling constateer ik dat er al drie tot vier man voor de deur staat, ingepakt in K-ways want het regent pijpestelen.
Ik sla in paniek, haast me huiswaarts, en bel mijn ouders met de vraag of zij op onze dochter kunnen passen. Wat ben ik een gelukzak, zo’n goed opvangnet te hebben, wat had ik anders moeten doen? Er zijn vast mensen die niet zoveel ondersteuning krijgen als ik.

Vrijdagavond 19u15

Mijn handen vrij, goed ingeduffeld, haast ik mij naar de schoolpoort met 1 stoel: mijn territorium. Er staan vier stoelen. Er zijn voor deze school nog 5 voorrangplaatsen voor Nederlandstaligen. Er hangt ook al een lijst met namen, 7 namen staan er op. Ik maak de optelling, 4 man, 7 namen? Eén man staat er niet alleen voor zijn eigen dochter maar voor zijn twee vrienden die er niet zo snel konden zijn, maar voegt hij er snel aan toe: ze hebben een ‘volmacht’ gegeven. Ik lach en zeg, wat voor volmacht? Staat er een stempel op?
Naast de wetten van de overheid, is het botsen op de wetten van de straat. Wat kan ik op tegen deze mannen? Het is woord tegen woord.

Ik zet de man onder druk, het kan toch niet zijn dat er mensen op een lijst staan en niet aanschuiven in de rij?
Wees menselijk zegt hij, deze mensen moeten ook hun zoon of dochter in bed kunnen stoppen.
Menselijk, zeg ik? En ik dan zeg ik, ik ben vier maanden zwanger en sta hier in de koude regen te wachten voor een plaats, ook ik kan mijn dochter vanavond niet in bed stoppen.

Wat is menselijk? Iedereen heeft een verhaal, een situatie, en blijkbaar nood aan een plaats in het Nederlandstalige onderwijs.

Mijn man komt er bij. Wat gaan we doen, voorlopig spelen we het spel op de straat mee. De twee mannen op de lijst die er nog niet waren, zijn ondertussen gearriveerd, 2 mensen zijn afgevallen. We staan nummer 6 op de lijst en vallen net buiten de 5 voorrangplaatsen.

Onze volgende vraag is: zullen we op een wachtlijst terecht komen? En is het de moeite voor ons om hier 3 nachten en 2 dagen voor te kamperen?
We gaan al onze informatiebronnen na: wat is er in de rondleiding op de school verteld? Dat er een aannemingslijst zou komen, vanaf maart of vanaf mei? We weten het niet meer zeker. (en een andere wachtende die dezelfde rondleiding heeft meegemaakt, weet het ook niet meer)

We surfen naar www.inschrijveninbrussel.be én lezen de goed bedoelde en op het eerste gezicht erg duidelijke roze brochure: inschrijven in Brusselse Basisscholen. Daar staat enkel in, dat mensen die niet behoren tot de voorrangsgroepen van maart, een brief zullen krijgen met verdere richtlijnen over het inschrijven in de school. Over onze situatie: mensen die thuis Nederlands praten, en die buiten het berekende aantal plaatsen vallen, staat niets geschreven: noch dat die mensen moeten terugkomen in mei (wanneer resterende plaatsen vrijgemaakt worden voor iedereen), noch of er voor hen een wachtlijst komt….

We staan dus nog geen stap verder. We spreken met vele mensen, in dezelfde situatie of die de situaties kennen van vorige jaren. Een meerderheid zegt dat er zeker een wachtlijst komt nu al in maart, dus hopen we dat te kunnen geloven en nemen het risico: drie nachten en twee dagen kamperen.

Zaterdag en zondag 1 en 2 maart:

Het kamperen wordt bij momenten zelfs gezellig. Of hoe een absurde situatie als deze toch nog leuk kan worden: er wordt voor elkaar gekookt. Spaghetti, soepen, quiches, cakes: wie thuis zit, staat ook niet stil maar ondersteunt de kampeerders.
En het moet gezegd, de allerbeste manier voor ouders van toekomstige schoollopers, om elkaar te leren kennen, is een aantal dagen samen kamperen.

Zondagnacht
De spanning stijgt opnieuw: sinds de avond hebben enkelen zich aan de lijst toegevoegd. En vanaf 3.00 ’s nachts komen er elk uur enkelen bijstaan. Tegen maandagochtend zijn we in totaal met 19 man.

Maandagochtend:
De schoolpoort gaat open rond 7u30. De directrice komt aan rond 8.00. De eerste op de lijst mag binnen. Wij zijn nummer 6. We horen meteen dat de plaatsen volzet zijn. Hierop waren we voorbereid. Kort nadien horen we ook dat er niets maar dan ook niets voor ons gedaan kan worden. Zelfs niet onze naam genoteerd in geval van annuleringen? Nee, zelfs dat niet. Er is geen wachtlijst in maart. De enige oplossing is: terugkomen in mei, dan is er sowieso nog 1 plaats vrij.

Maar mevrouw, zeg ik tegen de directrice: er staat nog 14 man daarbuiten te wachten. Hebben wij dat met die wachtlijst allemaal verkeerd begrepen? En in mei wordt er dus opnieuw gekampeerd. De directrice kijkt verschrikt. Jawel, dat is de realiteit.

Maandagnamiddag
We voelen ons verslagen, teleurgesteld: drie nachten en twee dagen voor niets. We voelen ons slecht geïnformeerd, achteruit gesteld ook.

Het verdriet van Nederlandstalige Belgen in Brussel

Vlamingen worden met sympathieke voorstellen, gelokt naar Brussel om hier te wonen. Maar om onze kinderen te kunnen inschrijven in een school in onze eigen taal, moeten we vechten. Zijn we daarom flaminganten, geen van ons allen. We zijn Vlaamse Brusselaars, velen onder ons vormen zelfs gemengde koppels. Zijn we tegen de andere culturen en anderstaligen in de school? Neen. Maar we willen wel dat onze kinderen goed onderwijs kunnen genieten in hun eigen moedertaal.

Kiezen Vlamingen enkel voor zogenaamde topscholen met een opperbest imago?

Het is niet ongekend dat er in Brussel niveauverschillen zijn tussen diverse scholen zowel Vlaamse scholen onderling als tussen Vlaamse en Franstalige scholen en dat is ook enkele franstaligen niet ontgaan. Zorg dat alle niveaus van de verschillende scholen gelijkgetrokken worden en het probleem wordt minder groot.

Er is daarnaast ook een verschil in aanbod: om een voorbeeld te geven: in Schaarbeek bestaan er 4 tot 5 Franstalige gemeentescholen en er is niet 1 Nederlandstalige (!)

Tot slot zijn er nog andere zeer belangrijke motivaties in de keuze van een school die naar mijn mening in het debat volledig over het hoofd gezien worden. Dat zijn de praktische motivaties: Ligt de school op weg van het werk? Is er mogelijkheid tot openbaar vervoer? Kan ik te voet of met de fiets naar school?

Onze situatie: we wonen op nog geen 100meter van de school waar we onze dochter nu niet hebben kunnen inschrijven. Alternatief? Er zijn er twee: in mei terug kamperen, maar dan een week lang, want we willen graag onze dochter te voet of met de fiets naar school kunnen brengen of we kiezen voor een andere school in de buurt van het werk waar voorlopig nog 1 plaats is, en gaan er met de auto heen.
(Voor ons loopt de weg via het Schaarbeekse Meiserplein, omwille van de slechte infrastructuur en overvloed aan wagens ook wel het Place Misère genoemd!)

En dus vraag ik mij ook af: heeft België dan geen milieubeleid? Er wordt bovendien door al het verkeer ook nog veel tijd (en dus geld) verloren. Waar is de minister van economie en welzijn?

Wie de Nederlandstalige Brusselaars nog het best begrijpen, zijn de buitenlanders, diegenen die zich niet laten verblinden door vreemd geforceerde Vlaamse en Brusselse wetten.

Hoe kan het dat een Nederlandstalige school in Brussel slechts 45% prioriteit mag geven aan Nederlandstalige kinderen? Hoe kan dat? De Vlamingen snijden in hun eigen vel, maken van zichzelf een minderheidsgroep in de hoofdstad. (want wees maar zeker dat dit geen Vlamingen lokt en houdt in de hoofdstad)

Tot slot: aan Vlaams minister Van den Broucke

Kent u ons, Vlaamse Brusselaars eigenlijk? Begrijpt u onze noden, verwachtingen en teleurstellingen?

Weet u dat u door de bevolking ‘Struisvogelpolitiek’ zal verweten worden, indien u ervoor kiest om de komende jaren kinderen via een callcenter te laten inschrijven in een school? Inhoudelijk verandert dat immers niets aan de situatie. Het enige dat voor U zal opgelost zijn, dat is het vervelende o zo genante beeld van al die kampeerders voor de scholen.
Een nummertje trekken? En aanschuiven in de rij. Dat kan werken, indien de nummers door een officieel persoon worden uitgereikt. Maar denkt u dan eerlijk gezegd niet dat mensen toch nog zullen kamperen om als eerste een nummer te krijgen?

Ik hoop een ding, dat u verder denkt dan cijfers en percentages maar dat u de realiteit durft onder de ogen zien en er constructief wat aan doet.

Isabel Junius

school

(foto: han soete – “Vierwinden School Molenbeek”)

Share