Een open brief van een boze mama.

De laatste weken was er veel te doen rond de lange wachtrijen aan sommige scholen voor de tweede inschrijvingsronde. Veel slapende mensen, hopende kinderen, en ook boze moeders. In onze mailbox kregen we een “open mail” & “open brief” van Isabel Junius, een teleurgestelde Schaarbeekse.

Beste,

Na 3 nachten en twee dagen kamperen voor een school in de buurt waar wij wonen, zijn we zelfs niet op een wachtlijst geraakt.
De teleurstelling is groot. De flauwe respons van Vlaams minister VandenBroucke, maakt dat meerdere mensen verbolgen raken over de situatie van het schoolkamperen en gebrek aan plaatsen en verschillende Nederlandstalige scholen in het Brusselse.
Ik ben normaal gezien niet zo’n grote activist, maar deze keer moet ik toch mijn frustratie kwijt op papier.

Voor al wie met dit onderwerp begaan is, u vindt mijn relaas in bijlage.

Alvast bedankt!

Isabel Junius,
Schaarbekenaar en mama van een dochter uit het ‘geboortejaar 2006’.

Haar brief kreeg een vervolg op radio FM Brussel (luister hier), en op TV Brussel (kijk hier).
Haar volledige brief kan je lezen door op “continue reading” te klikken.

Hier haar volledige “open brief”.

Beste ministers, beste medeburgers,

Hieronder het relaas van een Brusselse Nederlandstalige schoolkampeerder:

Vrijdagochtend (29 februari)

We staan vroeg op, op het werk is het druk en al wat er ligt, kan best vóór dit weekend geregeld worden. Ik bespeur bij mezelf enige vorm van zenuwachtigheid, het zit al enkele dagen in het bloed maar komt nu pas echt goed tot uiting. We weten immers dat er voor verschillende Brusselse scholen al meerdere dagen gekampeerd wordt.
Wij wonen in Schaarbeek. Nederlandstalige moeders en vader met kinderen in dezelfde crèche als onze dochter, spreken over waar zij zullen kamperen bij welke scholen in het Schaarbeekse. (Sommigen wijken uit naar Evere, Etterbeek en Woluwe.)

Ik besef dat dit weekend cruciaal wordt. De hamvraag is: kunnen wij onze dochter ‘geboortejaar 2006’ maandag inschrijven op een school in Schaarbeek, liefst op de Nederlandstalige school bij ons in de buurt?

Vrijdagavond 18u30

Mijn dochter net opgehaald in de crèche, en spanning ten top, beslis ik toch om de hoek van mijn huis langs de school te passeren waar het allemaal om draait. Tot mijn grote verbazing en teleurstelling constateer ik dat er al drie tot vier man voor de deur staat, ingepakt in K-ways want het regent pijpestelen.
Ik sla in paniek, haast me huiswaarts, en bel mijn ouders met de vraag of zij op onze dochter kunnen passen. Wat ben ik een gelukzak, zo’n goed opvangnet te hebben, wat had ik anders moeten doen? Er zijn vast mensen die niet zoveel ondersteuning krijgen als ik.

Vrijdagavond 19u15

Mijn handen vrij, goed ingeduffeld, haast ik mij naar de schoolpoort met 1 stoel: mijn territorium. Er staan vier stoelen. Er zijn voor deze school nog 5 voorrangplaatsen voor Nederlandstaligen. Er hangt ook al een lijst met namen, 7 namen staan er op. Ik maak de optelling, 4 man, 7 namen? Eén man staat er niet alleen voor zijn eigen dochter maar voor zijn twee vrienden die er niet zo snel konden zijn, maar voegt hij er snel aan toe: ze hebben een ‘volmacht’ gegeven. Ik lach en zeg, wat voor volmacht? Staat er een stempel op?
Naast de wetten van de overheid, is het botsen op de wetten van de straat. Wat kan ik op tegen deze mannen? Het is woord tegen woord.

Ik zet de man onder druk, het kan toch niet zijn dat er mensen op een lijst staan en niet aanschuiven in de rij?
Wees menselijk zegt hij, deze mensen moeten ook hun zoon of dochter in bed kunnen stoppen.
Menselijk, zeg ik? En ik dan zeg ik, ik ben vier maanden zwanger en sta hier in de koude regen te wachten voor een plaats, ook ik kan mijn dochter vanavond niet in bed stoppen.

Wat is menselijk? Iedereen heeft een verhaal, een situatie, en blijkbaar nood aan een plaats in het Nederlandstalige onderwijs.

Mijn man komt er bij. Wat gaan we doen, voorlopig spelen we het spel op de straat mee. De twee mannen op de lijst die er nog niet waren, zijn ondertussen gearriveerd, 2 mensen zijn afgevallen. We staan nummer 6 op de lijst en vallen net buiten de 5 voorrangplaatsen.

Onze volgende vraag is: zullen we op een wachtlijst terecht komen? En is het de moeite voor ons om hier 3 nachten en 2 dagen voor te kamperen?
We gaan al onze informatiebronnen na: wat is er in de rondleiding op de school verteld? Dat er een aannemingslijst zou komen, vanaf maart of vanaf mei? We weten het niet meer zeker. (en een andere wachtende die dezelfde rondleiding heeft meegemaakt, weet het ook niet meer)

We surfen naar www.inschrijveninbrussel.be én lezen de goed bedoelde en op het eerste gezicht erg duidelijke roze brochure: inschrijven in Brusselse Basisscholen. Daar staat enkel in, dat mensen die niet behoren tot de voorrangsgroepen van maart, een brief zullen krijgen met verdere richtlijnen over het inschrijven in de school. Over onze situatie: mensen die thuis Nederlands praten, en die buiten het berekende aantal plaatsen vallen, staat niets geschreven: noch dat die mensen moeten terugkomen in mei (wanneer resterende plaatsen vrijgemaakt worden voor iedereen), noch of er voor hen een wachtlijst komt….

We staan dus nog geen stap verder. We spreken met vele mensen, in dezelfde situatie of die de situaties kennen van vorige jaren. Een meerderheid zegt dat er zeker een wachtlijst komt nu al in maart, dus hopen we dat te kunnen geloven en nemen het risico: drie nachten en twee dagen kamperen.

Zaterdag en zondag 1 en 2 maart:

Het kamperen wordt bij momenten zelfs gezellig. Of hoe een absurde situatie als deze toch nog leuk kan worden: er wordt voor elkaar gekookt. Spaghetti, soepen, quiches, cakes: wie thuis zit, staat ook niet stil maar ondersteunt de kampeerders.
En het moet gezegd, de allerbeste manier voor ouders van toekomstige schoollopers, om elkaar te leren kennen, is een aantal dagen samen kamperen.

Zondagnacht
De spanning stijgt opnieuw: sinds de avond hebben enkelen zich aan de lijst toegevoegd. En vanaf 3.00 ’s nachts komen er elk uur enkelen bijstaan. Tegen maandagochtend zijn we in totaal met 19 man.

Maandagochtend:
De schoolpoort gaat open rond 7u30. De directrice komt aan rond 8.00. De eerste op de lijst mag binnen. Wij zijn nummer 6. We horen meteen dat de plaatsen volzet zijn. Hierop waren we voorbereid. Kort nadien horen we ook dat er niets maar dan ook niets voor ons gedaan kan worden. Zelfs niet onze naam genoteerd in geval van annuleringen? Nee, zelfs dat niet. Er is geen wachtlijst in maart. De enige oplossing is: terugkomen in mei, dan is er sowieso nog 1 plaats vrij.

Maar mevrouw, zeg ik tegen de directrice: er staat nog 14 man daarbuiten te wachten. Hebben wij dat met die wachtlijst allemaal verkeerd begrepen? En in mei wordt er dus opnieuw gekampeerd. De directrice kijkt verschrikt. Jawel, dat is de realiteit.

Maandagnamiddag
We voelen ons verslagen, teleurgesteld: drie nachten en twee dagen voor niets. We voelen ons slecht geïnformeerd, achteruit gesteld ook.

Het verdriet van Nederlandstalige Belgen in Brussel

Vlamingen worden met sympathieke voorstellen, gelokt naar Brussel om hier te wonen. Maar om onze kinderen te kunnen inschrijven in een school in onze eigen taal, moeten we vechten. Zijn we daarom flaminganten, geen van ons allen. We zijn Vlaamse Brusselaars, velen onder ons vormen zelfs gemengde koppels. Zijn we tegen de andere culturen en anderstaligen in de school? Neen. Maar we willen wel dat onze kinderen goed onderwijs kunnen genieten in hun eigen moedertaal.

Kiezen Vlamingen enkel voor zogenaamde topscholen met een opperbest imago?

Het is niet ongekend dat er in Brussel niveauverschillen zijn tussen diverse scholen zowel Vlaamse scholen onderling als tussen Vlaamse en Franstalige scholen en dat is ook enkele franstaligen niet ontgaan. Zorg dat alle niveaus van de verschillende scholen gelijkgetrokken worden en het probleem wordt minder groot.

Er is daarnaast ook een verschil in aanbod: om een voorbeeld te geven: in Schaarbeek bestaan er 4 tot 5 Franstalige gemeentescholen en er is niet 1 Nederlandstalige (!)

Tot slot zijn er nog andere zeer belangrijke motivaties in de keuze van een school die naar mijn mening in het debat volledig over het hoofd gezien worden. Dat zijn de praktische motivaties: Ligt de school op weg van het werk? Is er mogelijkheid tot openbaar vervoer? Kan ik te voet of met de fiets naar school?

Onze situatie: we wonen op nog geen 100meter van de school waar we onze dochter nu niet hebben kunnen inschrijven. Alternatief? Er zijn er twee: in mei terug kamperen, maar dan een week lang, want we willen graag onze dochter te voet of met de fiets naar school kunnen brengen of we kiezen voor een andere school in de buurt van het werk waar voorlopig nog 1 plaats is, en gaan er met de auto heen.
(Voor ons loopt de weg via het Schaarbeekse Meiserplein, omwille van de slechte infrastructuur en overvloed aan wagens ook wel het Place Misère genoemd!)

En dus vraag ik mij ook af: heeft België dan geen milieubeleid? Er wordt bovendien door al het verkeer ook nog veel tijd (en dus geld) verloren. Waar is de minister van economie en welzijn?

Wie de Nederlandstalige Brusselaars nog het best begrijpen, zijn de buitenlanders, diegenen die zich niet laten verblinden door vreemd geforceerde Vlaamse en Brusselse wetten.

Hoe kan het dat een Nederlandstalige school in Brussel slechts 45% prioriteit mag geven aan Nederlandstalige kinderen? Hoe kan dat? De Vlamingen snijden in hun eigen vel, maken van zichzelf een minderheidsgroep in de hoofdstad. (want wees maar zeker dat dit geen Vlamingen lokt en houdt in de hoofdstad)

Tot slot: aan Vlaams minister Van den Broucke

Kent u ons, Vlaamse Brusselaars eigenlijk? Begrijpt u onze noden, verwachtingen en teleurstellingen?

Weet u dat u door de bevolking ‘Struisvogelpolitiek’ zal verweten worden, indien u ervoor kiest om de komende jaren kinderen via een callcenter te laten inschrijven in een school? Inhoudelijk verandert dat immers niets aan de situatie. Het enige dat voor U zal opgelost zijn, dat is het vervelende o zo genante beeld van al die kampeerders voor de scholen.
Een nummertje trekken? En aanschuiven in de rij. Dat kan werken, indien de nummers door een officieel persoon worden uitgereikt. Maar denkt u dan eerlijk gezegd niet dat mensen toch nog zullen kamperen om als eerste een nummer te krijgen?

Ik hoop een ding, dat u verder denkt dan cijfers en percentages maar dat u de realiteit durft onder de ogen zien en er constructief wat aan doet.

Isabel Junius

school

(foto: han soete – “Vierwinden School Molenbeek”)

Share
  • Plinne

    Hier bij ons op het werk vroeg iemand zich een aantal dagen geleden af hoe het komt dat er geen openlijk protest komt op deze situatie.
    Mensen komen nochtans snel op straat om te demonstreren voor vanalles en nog wat.

    Ik ben op dit stadium nog niet betrokken bij het probleem, maar ik weet dat ik ooit kinderen wil, en dat ik ze liefst van al in Brussel naar het Nederlandstalig onderwijs stuur.
    En stilaan begin ik mij dan ook reeds zorgen te maken over een situatie waar ik in de toekomst misschien mee geconfronteerd word.

    Bij deze wil ik dan ook mijn steun betuigen aan alle ouders die zoals Isabel de frustratie kennen om hun kind niet in de school van hun keuze te kunnen inschrijven.
    Het is misschien hoog tijd om op straat te komen en luid te protesteren tegen dit totaal absurd, maar in mijn ogen vermijdbaar probleem.

  • frederic

    Vooreest , zoals iedereen vind ik dit verhaal erg schrijnend en ik hoop oprecht dat deze ouders een goede oplossing kunnen vinden maar ik moet wat kwijt over dit alles en wellicht zal ik hier tegen de stroom in zwemmen.

    Ik ga hier zeker niet de verdediging van de minister opnemen. De suggestie van Frank Vandenbroucke om de fysieke rijen te vervangen door een virtuele rij via een callcenter is zeker interessant, maar het zal de kern van het probleem niet oplossen. Het probleem wordt alleen wat minder tast- en zichtbaar. Wie al eens geprobeerd heeft een ticket te bestellen voor een hippe popgroep weet goed dat een telefonische procedure evenzeer tot veel frustratie leidt.

    Scholen kunnen zich immers ook profileren en hip maken – en klanten werven – door de beste en kansrijkste leerlingen binnen te rijven, met andere woorden door de markt af te romen. Zo verhoogt hun reputatie vanzelf. Als het niet mag door hoge inschrijvingsgelden kan het nog altijd door andere selectiemechanismen zoals B-attesten voor zwakke presteerders, hoofddoekenverboden, tuchtmaatregelen en intellectuele drempels. Zo krijg je op de duur een polarisatie tussen elitescholen en gettoscholen. Niet voor niets kent Vlaanderen ook de grootste tussenschoolse verschillen in gemiddelde leerlingprestaties. Hebben we dat ook gewild? De kampeertoestanden aan de schoolpoort hebben het voordeel dat ze de publieke opinie wakker schudden omtrent dit probleem. Indien een school 100 plaatsen telt en er zijn 140 gegadigden zullen er altijd veel mensen frustratie oplopen (vraag en aanbod weet je wel). De vraag is hoe bepaal je wie meer recht heeft op dat plaatsje dan anderen. Welke criteria zijn hier relevanter dan anderen?

    De spiraal van segregatie tussen ‘witte’ en ‘zwarte’ of ‘sociaal sterke’ en ‘sociaal zwakke’ scholen valt te doorbreken. De inschrijving van nederlandstaligen in de school sint-joost-aan-zee waar al jaren geen vlaamse leerlingen meer was gesignaleerd en het initiatief ‘samen naar school’ van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, waarbij ouders via het internet contact konden leggen met het oog op gezamenlijke inschrijving van hun kind, zette dit nog wat krachtiger in de verf. Evengoed maakte de inschrijvingsronde duidelijk dat er wellicht toch een capaciteitsprobleem van Nederlandstalige scholen in de hoofdstad is. Geen wonder dat Brussels onderwijsminister Guy Vanhengel aankondigt te overwegen bijkomende scholen in Brussel-stad en Schaarbeek te bouwen.

    Voorts wil ik wil toch enkele kanttekeningen plaatsen bij het zo verguisde GOK-decreet en inschrijvingsrecht.
    in 2002 bedacht minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (Open VLD) een decreet om alle leerlingen evenveel kansen te geven om zich in te schrijven. Tot die tijd konden scholen selecteren en naar eigen goeddunken bepaalde kinderen wel, en andere niet inschrijven. Dit was totaal onaanvaardbaar maar aangezien de stem van sociaal zwakkeren niet echt werd gehoord kon het niemand wat schelen. Het GOK-decreet voerde het principe ‘eerst komt, eerst maalt’ in en zorgde ervoor dat de inschrijvingsprocedure in alle scholen transparant en eenduidig werd. Op die manier kwam heel nadrukkelijk aan het licht dat er in Brussel populaire en minder populaire scholen bestaan. Voorheen bestonden die populaire scholen ook, maar ze liepen vol (met vooral kansrijke kinderen) zonder dat er nagegaan kon worden hoe precies de inschrijving was gebeurd. Nu uit de populariteit zich dus in kampeertoestanden. Die hebben inmiddels een nieuwe ongelijkheid gecreëerd: wie moet werken of ziek is en geen grootouders of een student (toegegeven het ging maar om één geval)kan inschakelen, heeft minder kans om zijn kind ingeschreven te krijgen in zijn school van keuze. Maar betekent dit dat we het decreet met het badwater moeten weggooien?

    ULB-prof Dirk Jacobs heeft wellicht het meest constructieve voorstel. Er valt volgens hem te denken aan een puntensysteem om desgewenst elementen als reistijd naar de school, thuistaal en sociale mix in rekenschap te nemen. Ook kan aan broertjes of zusjes voorrang gegeven worden zoals dat vandaag al gebeurt. Een waterdicht systeem valt wellicht niet te bedenken. Het moet evenwel mogelijk zijn vrije keuze, een niet-discriminerend inschrijvingsrecht en de doelstelling van sociale en etnische mix op een betere manier dan vandaag met elkaar te combineren in een billijk systeem dat onnodige wachtrijen en telefoonstress overbodig maakt.

  • Eerder deze week verscheen er een gelijkaardig verhaal in de opiniesectie van De Standaard, waarbij 2 ouders in een open brief aan Frank Vandenbroucke en Guy Vanhengel tot de conclusie kwamen dat ze nu misschien uit Brussel zouden moeten vertrekken:

    3 maart 2008: in Brussel beginnen de inschrijvingen voor het Nederlandstalig onderwijs voor kinderen van het geboortejaar 2006 voor de zogenaamde ‘voorrangsgroepen’, waaronder de Nederlandstaligen. Een campagne van de Vlaamse overheid, aangevuld met informatie van de VGC (mooie folder en website), manen ouders aan hun peuters tijdig naar de kleuterschool te sturen, onder het motto ‘Goed begonnen is half gewonnen’. Voor onze kleuter in spe begint dit echter niet goed. Als ouders van een peuter van 17 maanden weten we nu al dat we ons kind niet zullen kunnen inschrijven in de Nederlandstalige basisschool in onze buurt.

    Wij zijn allebei opgegroeid in Elsene en naar school gegaan in de Lutgardisschool, net als onze broer en zus, en hun kinderen nu. We wonen al bijna heel ons leven in de buurt en de keuze voor deze school was voor ons dan ook een evidentie. Maar de regels die de Vlaamse overheid sinds een paar jaar oplegt voor inschrijvingen houden hier natuurlijk geen rekening mee. En daardoor worden we geconfronteerd met een situatie waarin er – nog voor het begin van de inschrijvingen – geen plaats meer is voor onze zoon.

    Immers, de zogezegde ‘voorrangsregeling’ voor Nederlandstaligen is beperkt tot 45 procent van de inschrijvingen. In de praktijk betekent dit in ons geval dat er – na de inschrijvingen van broertjes en zusjes in de school, waarvan overigens meer dan de helft Franstaligen – nog precies twee plaatsen resten voor Nederlandstaligen. Dit terwijl er alleen al in de crèche verbonden aan de school minstens vier kindjes waren die nog moesten worden ingeschreven. Nadat dit bericht vorige week woensdag op de schoolpoort werd geafficheerd (met een cynisch ‘veel geluk’ erbij vanwege de directrice aan de ouders…) had donderdagavond de eerste fanatieke ouder zijn tent opgeslagen voor de schoolpoort. Ouders die gewoon moeten werken zoals wij kunnen het dus vergeten.

    Spijtig dat we beiden werk hebben en de mama een hoger diploma. Anders had onze zoon iets meer kansen, want voor de zogenaamde ‘Gok-groep’ zijn er nog vier plaatsen in de school beschikbaar waardoor een kind van Franstalige werklozen of van een Franstalige laagopgeleide moeder dus meer kans heeft om zich in te schrijven in de Nederlandstalige school die wordt gefinancierd met Vlaams belastinggeld dan een kind van Nederlandstalige ouders die om de hoek wonen.

    Het probleem is duidelijk gecreëerd door het Gok-decreet en de voorrangsregeling voor Brusselse scholen. Vroeger was hier nooit een probleem, het is er pas sinds drie jaar.

    Wij doen dan ook een oproep aan de verantwoordelijke beleidsmakers om dit beleid te evalueren en aan te passen, rekening houdend met de realiteit in Brussel en de reële behoeften van de Brusselse Vlamingen.

    De regeling met 45 procent voorrang voor Nederlandstaligen voldoet duidelijk niet: in de praktijk betekent deze 45 procent immers geen minimum maar een maximum (deze groep bevat bovendien ook de kinderen uit taalgemengde gezinnen, aangezien het enige criterium voor Nederlandstaligheid een ‘verklaring op eer’ is). In ons concreet geval zullen er in het eerste kleuterklasje van deze Nederlandstalige basisschool elf Nederlandstalige en veertien Franstalige kindjes zitten, allen via één of andere ‘voorrangsregeling’.

    De facto organiseert de Vlaamse overheid (met betrokkenheid van de VGC) zelf de discriminatie van Vlamingen in Brussel en werkt ze de verfransing van de Vlaamse scholen in de hand. Immers, in een school waar nog redelijk wat Nederlandstalige kindjes zitten, wordt de 45 procent van de plaatsen ingenomen door broertjes en zusjes en kunnen er geen nieuwe Nederlandstalige kindjes meer worden ingeschreven. Enkel in volledig verfranste scholen heb je als eerstgeborene nog een kans. Maar ervaringen van vrienden (feitelijke discriminatie van hun Nederlandstalig kindje door de meerderheid van Franstaligen in zijn klas) weerhouden ons ervan zo’n school te kiezen (naast de praktische problemen die een verder afgelegen school met zich meebrengt).

    Hoewel we als Vlaamse Brusselaars altijd voluit achter de keuze van de Vlaamse overheid om te investeren in Brussel stonden, stellen we ons nu toch vragen over het nut daarvan. Je kan als overheid immers niet eens garanderen dat Vlamingen zich op een normale manier in een Nederlandstalige school in hun buurt kunnen inschrijven. Als Vlaanderen zoveel investeert in het onderwijs in Brussel, is het dan echt te veel gevraagd een absolute voorrangsregeling voor Nederlandstalige kinderen uit de buurt/gemeente te voorzien? Voorrang geven aan mensen uit de buurt heeft trouwens meteen een pak andere voordelen: vergemakkelijken van de combinatie werk en gezin, verkeersveiligheid aan de schoolpoort en minder vervuiling.

    Het gevolg van deze ervaring is dat wij nu ernstig overwegen om, net als zovele andere jonge gezinnen, Brussel te verlaten en naar Vlaanderen te verhuizen.

    Marcel en Machteld Duhamel-Wauters, ouders van Matthias (17 maanden) die al enkele woorden Nederlands spreekt

    Gisteren reageerde Sven Gatz (Open VLD) als volgt:

    Marcel en Machteld Duhamel Wouters (DS 4 maart) zijn ontgoocheld omdat ze hun kinderen niet in de school van hun eerste keuze kunnen inschrijven. Ik kan hen begrijpen. Maar wij hebben als beleidsmakers een ongeschreven contract met de Brusselaar. Dat contract houdt niet in dat wij garanderen dat ouders hun kinderen in de school van hun eerste keuze kunnen inschrijven. Die garantie zullen we nooit kunnen bieden, het absolute recht daarop bestaat immers niet, in Brussel noch in Vlaanderen. Wachtrijen zijn er altijd al geweest, ook lang voor het decreet voor Gelijke Onderwijskansen. Er zullen altijd scholen zijn die meer gegeerd zijn dan andere. Vraag is trouwens of die wachtrijen gebaseerd zijn op de werkelijke kwaliteit van de school of op de kuddegeest van de ouders. Misschien ligt de waarheid in het midden?

    Het echte contract tussen ons en de burger ligt op een ander punt. Wij moeten als beleid kunnen garanderen dat ook de volgende school in de buurt een goede school is. We moeten erin slagen in alle Nederlandstalige Brusselse scholen een goede onderwijskwaliteit te laten bieden, voor álle Brusselaars die hun kinderen er willen laten schoollopen, Vlamingen en andere. Voor het overgrote deel van de kinderen (en zeker voor de van thuis uit Nederlandstalige kinderen) slagen wij daar wel degelijk in: op het eind van hun schoolloopbaan staan zij op een peil dat de vergelijking met Vlaanderen kan doorstaan. Dat is volgens mij het echte debat.

    Ik begrijp best dat mijn rationeel en onderbouwd antwoord zeker niet volledig tegemoet komt aan de hartenkreet van de ouders en ik ben zeker bereid het debat verder te voeren, maar dan wel graag op basis van de juiste uitgangspunten.

    Sven Gatz

  • Pingback: » Blog Archive » brief aan de minister()

  • het meest zinvolle dat ik tot nog toe gelezen heb:

    -ouders stellen een lijst op van scholen die hun voorkeur wegdragen (vb vier scholen genummerd van 1 tot 4 volgens voorkeur)
    – de plaatsen worden toegewezen per loting (deurwaarder,… etc).

    De huidige regeling mbt broertjes en zussen, mix nederlandstalig/anderstalig kan m.i. best behouden blijven en in zo’n formule ingebouwd worden.

    Werken met een callcenter lijkt me geen oplossing, evenveel frustatie en mogelijkheid tot misbruik door gefortuneerden (even een callcenter afhuren en 100 lijnen tegelijktertijd laten inbellen om de kleine in St-Jan Berchmans binnen te krijgen…)

  • Jo

    Nu komt de ware aard van het GOK-decreet naar boven : het is een loterij. En vanaf volgend jaar ook beschikbaar via een belspelletje…

  • Het is en blijft een zeer schrijnende situatie.

    Wij hebben meer geluk(?) gehad. Onze dochter (16 maanden) is ingeschreven geraakt in de school van onze keuze zonder al te veel moeilijkheden (enkele uren aanschuiven).

    We vonden het vooral zeer schrijnend dat het zogezegde Nederlandstalige onderwijs in Brussel in de praktijk vaak nog amper Nederlandstalig is (ik spreek hierbij enkel over leerlingen).
    Na enkele omzwervingen doorheen Brussel kopen we uiteinlijk in Brussel een huis, er komen kindjes en dan ineens stelt zich probleem: welke school?. We zagen altijd al wel enkele scholen in de buurt met de gedachte van dat komt wel io. Tot als het dan zover is en we ettelijke maanden voor de grote maand maart beginnen met het bezoeken van die scholen. Dit was een vrij ontnuchterende ervaring.

    We zagen ons dus genoodzaakt uit te wijken naar een andere Brusselse gemeente. Gelukkig was er hier nog geen sprake van kampeertoestanden.

  • Michel

    Een puntensysteem waarbij reisafstand meetelt, lijkt me toch belangrijk. Eerst zou de overheid moeten zorgen dat er voldoende plaats in de buurtschool is voor Nederlandstalige kinderen, vervolgens die school als eerste mogelijkheid voorstellen en als de ouder niet tevreden is wegens geen vrijheid van keuze, dan moet die maar proberen in een andere school binnen te geraken.

    Het voorstel van Vandenbroucke is dus in Leuven getest bij de inschrijving in middelbare scholen. De afstand tussen Paridaens, HDD of andere scholen is daar 1km. Een 12-jarige kan dat gerust alleen te voet doen. Hoe moet dat met kleuters in het Brussels Gewest?

    Het kan toch niet zijn dat iemand ‘s morgens van Koekelberg naar Sint-Joost moet zien te geraken omdat daar wel nog plaats is en in de buurtschool niet wegens populair bij pendelaars.
    Hoe valt dat te rijmen met de pogingen om bepaalde buurten aantrekkelijk te maken of om de mobiliteit te verbeteren?

  • Anton

    Frank Vandenbroucke werd uitgenodigd om zijn visie voor het nederlandstalig onderwijs in Brussel uit de doeken te doen tijdens een discussieavond. Hij heeft hiervoor toegezegd en zal dus begin mei ook aanspreekbaar zijn over het probleem van de inschrijvingen. Als het niet door de moderator of andere panelleden gebeurt (schooldirecteur vrij onderwijs, iemand van de scholengroep Brussel (gemeenschapsonderwijs) dan zullen de vragen wel uit het publiek komen! Ik kan geinteresseerden meer informatie geven vanaf eind maart. Laat maar weten op anton_muyldermansAThotmailDOTcom (je mag toch een emailadres achterlaten op brusselblogt?)

  • frederic

    @jo, Als je geen argumenten aandraagt en zomaar makkelijke slogans lanceert kan je beter zwijgen vind ik.

    het gok-decreet is geen loterij want het probeert een sociale mix te doen ontstaan en is zeer gedetailleerd uitgewerkt. Willekeur komt er niet aan te pas. Het probleem is dat er voor bepaalde scholen meer vraag is dan aanbod en dat (naast anderen bevolkingsgroepen) Nederlandstaligen daar soms de dupe van zijn. De overheid kan geen extra aanbod verzorgen want het onderwijs wordt hoofdzakelijk niet door de Vlaamse gemeenschap ingericht maar door steden en gemeenten en het katholiek onderwijs. Wij kunnen hen dus niet opleggen extra plaatsen te voorzien of hun school uit te breiden. Daar beslist het schoolbestuur autonoom over.

    Maar ik wil hier toch nog even bemerken dat er voor het gok-decreet van start ging je niet eens kon kamperen voor de schoolpoort want toen werd alles op soms erg obscure wijze door de directeur zelf geregeld en stond je net zo goed voor een gesloten poort. Nu kan je zeggen dat het allemaal de fout is van het GOK-decreet.

  • Ik ben niet zeker of een punten-systeem met nog eens een pakket voorrangsregels wenselijk is. Zeker de factor “afstand” lijkt me moeilijk. Sommigen willen een school dicht bij huis, anderen dicht bij hun werk, of misschien dicht bij de woning van de kinderoppas of de grootouders? Kortom, weer stof voor frustraties…

  • tommy1975

    Het gok decreet zorgt ervoor dat rijke ouders een student betalen om een week op voorhand te gaan kamperen.

    Maar dat is waarschijnlijk ook een slogan.

  • frederic

    @tommy1975, het gaat hier om één al dan niet geensceneerd geval…je kan niet een hele wetgeving op basis hiervan weggooien, dus ja ik zou zeggen dat het een slogan is. Het is niet het GOK-decreet dat dit soort praktijken doet ontstaan maar de wet van vraag en aanbod en de vaak niet te verantwoorden reputatie van bepaalde scholen … Ik denk dat we genuanceerd moeten denken en niet volgens de wetten van de media waarbij alles moet herleid worden tot ‘goed’ of ‘slecht’ , liefst in één makkelijk te vatten one-liner. Slogans behouden we liefst voor de marketing en niet om een goed beleid te voeren.

  • Jo

    @ frederick
    geen argumenten ? wat ik hierboven schreef is de samenvatting van wat ik als ervaringsdeskundige van het GOK-decreet vind.
    Sinds het ingaan van het GOK-decreet (2003) kan ik mijn gezin al als slachtoffer beschouwen van dit decreet. Er was toen nog geen uniforme regeling door het LOP ingericht. Wij waren zelfs volledig onwetend over de gewijzigde wetgeving over de inschrijvingen. Hoewel we dachten er op tijd bij te zijn kregen we de deur op de neus. Gevolg : gedurende anderhalf jaar konden wij onze kleuters naar twee verschillende scholen brengen. (toen bestond de broer-zus regeling nog niet) Aangezien beide scholen niet in onze buurt, of in elkaars buurt lagen maar wel op het zelfde tijdstip begonnen, moesten we dus met 2 auto’s de schoolritten doen.
    Uiteindelijk hebben we dan toch onze kinderen in dezelfde school gekregen. (dank zij het gekende kamperen, nog steeds voor de broer-zus regeling)). Nu we enkele jaren verder zijn herbegint de onrust want binnenkort volgt de overstap naar de middelbare school en zullen we opnieuw hetzelfde gaan meemaken.

    Deze affaire heeft mij zeer verzuurd en als politici zich afvragen vanwaar de kloof met de burger toch zou komen….
    Van vrije schoolkeuze is dus geen sprake, en ouders die toch proberen een keuze te maken voor een pedagogisch project of voor een school in de buurt, worden scheef bekeken als elitair of zelf racistisch…

    Verder ben ik ook zeer pessimistisch over de toekomst, want het is duidelijk dat er noch in de politiek, noch in het verzuilde onderwijs een wil is om dit aan te pakken. Destijds ontkende men dat er een probleem was. Nadien (kamperende ouders aan meer dan alleen maar 2 elitescholen) was het een opgeblazen probleem veroorzaakt door panikerende en hysterische ouders…
    En nu gaat men gewoon proberen om de symtomen weg te nemen. En zeg nu zelf : inschrijven via een callcenter, dat is zoals tickets kopen voor een U2-concerts : een loterij, je moet geluk hebben om op tijd binnen te geraken.

    Politiek is er geen wil om het probleem aan te pakken of bij te sturen. Dat blijkt zeer duidelijk uit de historiek van het ontstaan van het GOK-decreet. En ook de scholen blinken uit door immobilisme. Ik hoorde de directrice van Maria Boodschap in de media zeggen “dat het geen zin heeft om klassen of scholen bij te creëren, omdat door fluctuaties in nataliteit en wijkdynamiek er nadien misschien te veel capaciteit zou zijn.”
    Wel als het onderwijs geen flexibiliteit kan tonen om aan deze noden te beantwoorden, dan zijn het de gezinnen en de kinderen die flexibel moeten zijn, met alle gevolgen van dien.

    Ik wil hier ook duidelijk tegenspreken dat de Vlaamse overheid hier niets zou kunnen aan doen. Als zij het niet kunnen, wie dan wel? Door het stemmen van een GOK-decreet dat helemaal niet aangepast is aan de Brusselse situatie, liggen ze aan de oorzaak van de huidige problematiek.
    En als je wil teruggrijpen naar de situatie van voor het GOKdecreet : toen had iedere school inderdaad zijn eigen inschrijvingspolitiek, met als gevolg dat er een echt voorrangsbeleid was voor vlaamse kinderen.
    De geïdealiseerde “sociale mix” die het GOK-decreet zou betrachten : ik daag je uit om na 5 jaar GOK eens te gaan kijken in de scholen. De verschillen tussen de scholen zijn ze alleen nog groter op geworden.

    Nog een tip voor “gefrustreerde” ouders : er is een methode om het GOKdecreet te omzeilen. Ik zelf kan en durf de truc hier niet uit de doeken te doen, maar je kan zeker meer info krijgen bij een gezin uit Laken dat nooit heeft moeten kamperen om hun kindjes in Sint-Jan Berchmans in te schrijven.

  • tommy1975

    Met het berekende risico als sloganesk over te komen…

    In het communistische Cuba of voormalige USSR beslisste de staat ook hoe de gemeenschap, school, samenstelling er moest uitzien.

    Daar werd op objectieve criteria bepaald of een kind eerder een technische of een algemene richting moest volgen.

    Ik zeg niet dat Vandenbroecke een Trostkist is, maar ik weet wel waar hij de mosterd vandaan heeft gehaald als hij het over de maakbaarheid van de samenleving heeft.

    Geef een ouder toch het recht zijn kind naar school te laten gaan daar waar hij wil.

  • tommy1975…maar dat is het nu net…niemand denkt eraan om hen een keuze op te leggen. er is niet genoeg plaats in bepaalde scholen waar vele ouders naartoe willen. Dat is erg en frustrerend maar hoe los je dat op ? het antwoord op die vraag krijg ik maar niet te horen. Willen we scholen waar enkel vlamingen naartoe mogen (zelfs dat is niet noodzakekelijk een garantie op succes) dan mogen we 95% van de vlaamse scholen in brussel sluiten.

    Jo, ik leef echt met je mee maar de sociale mix is in heel wat scholen wel danig veranderd…ga eens kijken in sint-joost aan zee bijvoorbeeld. Verder ben ik absoluut tegen de callcenters en politici zijn er om wakkergeschud te worden tot ze reageren. Ik weet alleen niet of ze alle kaarten in handen hebben. Er zijn zoals je zegt scholen die weigeren de capaciteit uit te breiden. Voor hen zijn kamperende ouders de beste reclame…

  • “Willen we scholen waar enkel vlamingen naartoe mogen”

    Nee, mijn zoontje zit nu in zo’n taalgemengde omgeving, het is gewoon de Brusselse realiteit, maar zelfs nu heb ik soms al het gevoel dat het een Japans kindje is die naar de Japanse school gaat, bij wijze van spreken…

    De hele structuur met de verschillende inschrijvingsmomenten lijkt me nu wel stilaan in orde en gerechtvaardigd.
    Wat er nu nog moét gebeuren is vooral een technisch probleem: de samenstelling van de files bij de diverse inschrijvingsmomenten NIET overlaten aan de “wetten van de straat”, zoals zeer terecht aangeklaagd door de boze mama hierboven.
    De politiek moét hier haar verantwoordelijkheid opnemen, en dringend aub.

  • Joris

    Het uiteindelijke doel van een school is nog steeds om leerlingen zoveel mogelijk algemene kennis te laten opdoen. Die taak komt in het gedrang wanneer een meerderheid van de leerlingen niet eens de taal beheerst waarin de lessen gegeven worden, omdat dan teveel tijd moet besteed worden aan herhalingen en taallessen. Ik pleit voor een beperking van het aantal anderstaligen in Vlaamse scholen (zowel op school- als op klasniveau), bijvoorbeeld maximum 20-25% anderstaligen.
    Wat de inschrijvingen betreft zie ik twee oplossingen, die eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar staan: ofwel laat je de markt volledig vrij en kan iedereen zich inschrijven waar ie wil (first come, first served), ofwel reguleer je het en verplicht je iedereen om naar de buurtschool te gaan (dan moet er wel in elke buurt een school zijn). In beide gevallen zullen er “rijkere” en “armere” scholen zijn (zowel financieel als intellectueel), maar zo zit de maatschappij nu eenmaal in elkaar. Wie gelooft dat daar via onderwijs iets aan te veranderen is, is een dromer (zoals Vandenbroucke).

  • Je kan iedereen laten “voor”-inschrijven in een aantal scholen gerangschikt naar voorkeur en dan deze plaatsen verloten. Niet mijn idee, ik las het in de krant.

    Op deze wijze blijft de vrije keuze gelden en wordt het principe van “first come first served” iets vriendelijker en gelijkwaardiger afgehandeld.

    Een loting houdt natuurlijk in dat er niet meer gefoefeld kan worden, want zoals hierboven gezegd: er zijn mogelijkheden.

    Een bijverschijnsel van zo’n loting zou kunnen zijn dat een aantal scholen plots wél ruimte zien voor uitbreiding.

  • ” Ik pleit voor een beperking van het aantal anderstaligen in Vlaamse scholen (zowel op school- als op klasniveau), bijvoorbeeld maximum 20-25% anderstaligen.”

    Dat lijkt me ook beter maar de realiteit is nu éénmaal anders. Voor mijn part mogen er ook scholen zijn met 100 % nederlandstaligen. Waarom niet. Maar dat ze dan ze dan consequent zijn en niet bij mij aan deur komen leuren met een solidariteitsactie voor een ander werelddeel want wie niet wil zien dat er hier op het terrein werk aan de winkel is, nl. duizenden kinderen een kans geven en wegtrekken uit een poel van werkeloosheid en sluimerend moslimfundametalisme, wél… wat doen deze mensen eigenlijk nog in Brussel.

  • het aantal anderstaligen beperken met quota’s betekent dat jullie leerlingen gaan weigeren op basis van hun thuistaal. Hoe denken jullie dit soort voorstellen de grondwettelijke toets te latten doorstaan? Zo’n voorstel zal nooit voorbij de Raad van State passeren want het schendt het gelijkheidsbeginsel. Ik zou ook eens willen zien hoe een Brussels (overwegend franstalig) gemeentebestuur dit voorstel gaat onthalen als het over een gemeenteschool gaat…en zo staan we weer niet verder dan het huidige beleid waarbij we door middel van voorrang een sociale en taalkundige mix proberen te doen ontstaan.

  • tommy1975

    Euh… nu worden Nedrlandstaligen op basis van dezelfde quota geweigerd

  • ieldk

    “Scholen met veel kansarme leerlingen
    (namelijk 10% meer dan het aandeel in de buurt) kunnen dan weer voorrang geven aan kansrijke kinderen. ”
    Quota bestaan er dus zeker wel, sinds de invoering van het GOK decreet.

    Ik wil ook nog eens het Franse voorbeeld aanhalen van de ‘schoolkaart’ (een systeem waar Sarkozy nu vanaf wil). De schoolkaart is een syteem in Frankrijk waar ouders een school toegewezen krijgen. Broertjes en zusjes zitten natuurlijk in dezelfde school. Je hebt dus geen keuze, de school die je toegewezen krijgt moet je nemen. Die wordt toegewezen a.d.h.v. bepaalde criteria, zoals onder andere de woonplaats. Er is nog wel een mogelijkheid om in te gaan tegen de opgelegde school, maar daar weet ik het fijne niet van en… er moet nog plaats zijn.
    Meer informatie, en vooral voorstanders van dit systeem, vind je op http://www.democratischeschool.org

  • ieldk

    Wat ook nog een mogelijkheid is natuurlijk… het niveau van het Franstalig onderwijs omhoog brengen, dan zullen Nederlandstalige ouders misschien vlugger kiezen voor een franstalige school om zo hun kind tweetalig te laten opgroeien.

  • prosper

    als je besluit om aan het kampeer-circus voor dat handjevol brusselse ‘hitscholen’ deel te nemen, moet je er ook rekening mee houden dat je van een kale kermis kan terugkomen.

    ik vind de verontwaardiging van mevrouw Junius dan ook ‘n beetje theatraal. wij wonen zelf ook in deze buurt en hebben vooraf beslist om GEEN kampeerschool voor ons zoontje te kiezen. blijkbaar vergeten de verongelijkte ‘verliezers’ dat er in 90% van de scholen NIET wordt gekampeerd. zo ligt op 500 meter van het fameuze boodschap-instituut de hendrik conscience school waar zo maar liefst 11 plaatsen voor nederlandstaligen waren. en nee de school is allesbehalve een concentratieschool, heeft een gepassioneerd directeur en een goede reputatie. toen ik er toekwam een half uur voor de inschrijvingen openden, waren er welgeteld 6 ouders voor mij (waarvan er toegegeven 3 een nacht hadden gekampeerd). geen vuiltje aan de lucht dus.

    in plaats van verongelijkt te schreeuwen tegen de onrechtvaardigheid van het minst onrechtvaardige systeem, stel ik voor dat de vicieuze cirkel van de kampeerscholen wordt doorprikt. nu lijkt het immers dat enkel de kampeerschool de “kunnen” zijn voor je kind, daarrond ligt de jungle. en het is die perverse “hit-perceptie” (“het is goed want iedereen wil het”) die in dit soort tribunes helaas nog versterkt wordt.

  • tommy1975, er worden bij mijn weten geen leerlingen geweigerd omdat ze Nederlandstalig zijn, wel omdat de school vol is…dat is een wereld van verschil.Op dit moment worden leerlingen die niet het geluk hebben om de vooraf bepaalde voorrangsplaatsen te bemachtigen trouwens niet geweigerd maar gevraagd om tijdens de volgende inschrijfperiode in mei terug te komen. Wat in de ‘hit-scholen’ wellicht niet veel zoden aan de dijk zal brengen maar soit.
    Er is een verschil tussen quota en voorrang…quota betekent, zoveel percent allochtone of anderstalige kindjes binnen en de rest blijft buiten, voorrang betekent,jantje en mieke mogen eerst komen voor een bepaald aantal plaatsen en daarna mag iedereen zonder onderscheid zich komen aanbieden voor de overige plaatsen. Het eerste principe is juridisch en politiek niet te realiseren in Brussel , het tweede wel.

  • Joris

    @frederic: het gaat er niet om om leerlingen te weigeren op basis van hun thuistaal, maar wel op basis van hun kennis van het Nederlands (ongeacht de taal die ze thuis spreken). Leerlingen die niet voldoende Nederlands kennen om de lessen te volgen én er ook nog iets van te onthouden (wat uiteindelijk toch de bedoeling is) vormen een last voor de rest van de klas, en halen het algemene niveau omlaag. Het doel van ons onderwijssysteem is in de eerste plaats om leerlingen kennis bij te brengen over een hele rits onderwerpen, en niet om anderstaligen Nederlands te laten leren. Ik ben 100% voor aderstaligen die hun kinderen Nederlands willen bijbrengen, maar dan moeten daarvoor andere systemen ontwikkeld worden waardoor kinderen eerst Nederlands kunnen (moeten) leren en pas dán naar een Nederlandstalige school kunnen gaan.

  • Jo

    Het feit dat een te veel aan kinderen die het Nederlands niet machtig zijn het peil van de klas naar beneden zou halen, wordt zowel in onderwijsmiddens als door politici ontkend. Dat is vreemd, want het was nu net om die achterstand tegen te gaan dat men via het GOK-decreet het fenomeen van de concentratiescholen wou te lijf gaan. Alleen voor Brussel wil men dat niet toegeven. Kleine tegenspraak dus.

    Uit mijn eigen ervaring merk ik hoe erg het met het taalniveau van mijn eigen kinderen zit. Elementaire spelling en grammatica wordt bijna niet gegeven, of toch zeker niet getest of bijgestuurd. Het antwoord van de school : als we daarop moeten werken dan buist 80% van de klas.

    Als ik vergelijk met neefjes en nichtjes uit Vlaanderen is de kloof groot.

  • frederic

    joris,

    Er zijn aparte klassen voor anderstalige nieuwkomers. Dat heet onthaalonderwijs. Het gaat om een taal- en cultuurbad van één schooljaar om daarna in het regulier onderwijs in te stromen. Helaas zijn die enkel voorzien voor nieuwkomers dus niet voor franstaligen of migranten die hier al jaren leven. Voor Nederlandsonkundigen die in de loop van hun schoolcarriere in het Nederlandstalig onderwijs instromen moet er inderdaad een oplossing komen.
    Maar kleuters tussen 2,5 jaar en 5 jaar die instappen in ons onderwijs weigeren omdat ze niet ‘Nederlandstalig’ zijn vind ik wat dubieus. Voor inschrijvingen in het lager onderwijs heeft Minister Vandenbroucke trouwens voorgesteld om minstens één jaar kleuteronderwijs als inschrijvingsvoorwaarde op te leggen. ik ben me bewust van de pedagogische kant van het verhaal. Maar wat je nu voorstelt is een apartheidsysteem in het onderwijs waarbij vlaamse kindjes en allochtone kindjes apart worden onderwezen (ooit een programmapunt van het vlaams vierkant)… In de ideale situatie starten anderstalige vanaf 2,5 jaar in ons kleuteronderwijs en bevinden ze zich in klassen met een kritische massa Nederlandstaligen (50%) en volgens ze na de lesuren ook activiteiten in het Nederlands…naar die ideale situatie wil ik streven. Niet naar apartheidsonderwijs.

  • Jo

    Met excuus voor de dt fout (je ziet waar het niveau naar toe gaat) , maar verbeteren van je eigen posts kan blijkbaar niet ?

  • @Jo : Neen, dat kan niet.
    Maar we hebben de fout voor jou verbeterd 😉

  • Joris

    “In de ideale situatie starten anderstalige vanaf 2,5 jaar in ons kleuteronderwijs en bevinden ze zich in klassen met een kritische massa Nederlandstaligen (50%) en volgens ze na de lesuren ook activiteiten in het Nederlands.”
    Volledig akkoord daarmee! Maar om dat te laten slagen moeten die twee voorwaarden dan wel vervuld zijn: het kind moet vroeg genoeg beginnen én er moet een voldoende grote kritische massa zijn (50% bijvoorbeeld, bij voorkeur nog meer). Maar wat doe je dan als die ideale situatie zich niet voordoet? Als kinderen bijvoorbeeld later willen instromen in een klas met meer dan 50% anderstaligen. Je maakt mij niet wijs dat leerlingen die in dat geval zijn (Nederlandstaligen en anderen) de eindtermen halen.

  • Bart

    Minister Vandenbroucke heeft het weeral niet begrepen (of wil het niet begrijpen).
    Hij zou de situatie oplossen door een call centre in te schakelen (invoeren van een soort ticketsysteem zoals bij de beenhouwer).
    Wat dien ik dan te doen als het uiteindelijk mijn beurt is en de beenhouwer zegt: “sorry, het verse vlees is op, u kan wel nog een biefstukje krijgen die een week oud is”.

    Het probleem is geen probleem van kamperende ouders. Het probleem is er één van een tekort aan kwaliteitsonderijs in Brussel.
    Ik heb van een aantal scholen de inspectieverslagen opgevraagd aan het ministerie van onderwijs. Als ik in die inspectieverslagen lees dat er een negatief advies wordt gegeven aan bepaalde scholen betreffende onderwijsniveau, veiligheid, hygiene, … dan wil ik mijn kind daar zeker niet naar teoe sturen. Kan iemand mij ongelijk geven?

    Mr Vandenbroucke. U omzeilt het probleem, u lost het niet op! De oplossing is toch zo simpel.
    1. Organiseer tweetalig onderwijs in onze tweetalige stad
    2. Het algemene niveau van de scholen dien opgekrikt te worden.

  • Brigitte De Pauw en Paul Delva, Brussels en Vlaams parlementslid CD&V

    Omdat we over dit onderwerp samen een opiniestuk geschreven hebben, willen we dit jullie toch even meegeven. Binnenkort zal er ook een hoorzitting komen in de Raad van de VGC. We moeten een open discussie houden over het GOK-decreet zodat die kampeertoestanden kunnen vermeden worden.

    De basisfilosofie van het GOK-decreet is volledig eerbaar: alle kinderen, zonder onderscheid, hebben het fundamentele recht op gelijke onderwijskansen. Vraag is of dit GOK-decreet, zeker in Brussel, het gepaste instrument is om deze doelstelling te halen.

    Het GOK-decreet heeft in een hoofdzakelijk eentalige omgeving (Vlaanderen) wellicht enkele gunstige gevolgen, hoewel het ontnemen aan de schooldirecties van elke vrijheid inzake het inschrijvingsbeleid wel zeer verregaand is. Natuurlijk waren er, voor de invoering van het decreet, enkele directies die bewust “witte” scholen wilden bereiken via een specifiek inschrijvingsbeleid. Maar het overgrote deel van de scholen (van alle netten!) waren wel degelijk bezig met het uitstippelen van een inschrijvingsbeleid dat mikte op een gezonde “mix” in hun schoolbevolking. Het wantrouwen tegenover de schooldirecties, dat mee aan de oorsprong ligt van het GOK-decreet, was ons inziens fel overdreven.

    Dit decreet is evenwel niet geconcipieerd voor een meertalige omgeving zoals Brussel. In Brussel, (1) veeltalige stad, waar (2) de Nederlandstaligen een minderheid vormen, en waar (3) de ouders de vrije keuze hebben tussen het Nederlandstalig en het Franstalig onderwijs, lijkt het GOK-decreet averechtse effecten te hebben.

    Wie heeft immers baat bij de toepassing van het GOK-decreet in Brussel? In eerste instantie de goed geïnformeerde en goed georganiseerde inwoners, die tijd (of geld – zie de studenten die soms tegen betaling in de wachtrijen staan) hebben. Wie zijn dit in de praktijk? Dikwijls anderstaligen uit de betere klassen. Laat ons duidelijk zijn: wij werpen hén absoluut geen steen. Zij hebben gewoon het beste voor met hun kind…

    In Brussel bestaan er, binnen het kader van het GOK-decreet, twee specifieke voorrangsregelingen. Die voor Nederlandstaligen is beperkt tot 45 procent van de inschrijvingen. Maar dit inschrijvingspercentage wordt sterk beïnvloed door de broertjes en zusjes van kinderen die al in de school zitten. Vaak zijn er, na het inschrijven van deze broertjes en zusjes, maar enkele plaatsen meer over. De voorrangsregeling voor GOK-leerlingen is beperkt tot 30 procent van de inschrijvingen.

    Nederlandstalige ouders slagen er geregeld niet in om hun kinderen in de school van hun keuze in te schrijven. Dikwijls wordt hen dan gezegd: “Ga toch naar een andere school kijken, er zijn voldoende Nederlandstalige scholen in Brussel.” Als christendemocraten zijn wij zeer gehecht aan het fundamentele basisrecht van de vrije schoolkeuze voor de ouders. Ouders die bewust voor een bepaalde school kiezen (bijvoorbeeld vanwege de ligging, het groen op de speelplaats, de (dikwijls gemengde) schoolbevolking, het pedagogisch project, …) moeten bij hun keuze gerespecteerd worden.

    Welke oplossingen kunnen aangereikt worden? Het inschrijvingssysteem van de call centers, onlangs voorgesteld door minister Vandenbroucke, kan een oplossing bieden voor de (fysieke) wachtrijen, maar niet voor onderliggende problemen. En het uitbreiden van de capaciteit van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel door nieuwe scholen te bouwen (waaraan bevoegd VGC-collegelid Guy Vanhengel denkt) is op zich lovenswaardig, maar zal volgens ons het probleem alleen maar verschuiven.

    Het is tijd om het GOK-decreet te evalueren via een ruim maatschappelijk debat. Enkele denksporen (binnen het kader van het GOK-decreet) lijken ons:
    (a) aan schooldirecties het vertrouwen en de minimale vrijheid geven om het inschrijvingsbeleid in goede banen te leiden;
    (b) de 45 procent-voorrangsregel voor Nederlandstaligen optrekken;
    (c) een bijkomende voorrangsregel voorzien voor kinderen die al in de Nederlandstalige voorschoolse kinderopvang hebben gezeten.
    (d) de verdere uitwerking van de website http://www.samennaarschool.be om onder andere meer kinderen van de Rand aan te trekken, en dit in samenwerking met het LOP.

    De vrije schoolkeuze voor de ouders, en de omarming van de stedelijke diversiteit van Brussel zijn hierbij onze uitgangspunten. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel trekt anderstaligen aan, en dat juichen we toe, aangezien dit onze gemeenschap versterkt. Maar we willen wel dat Nederlandstalige kinderen in Brussel altijd in het Nederlandstalig onderwijs terecht kunnen.

    Brigitte De Pauw en Paul Delva, Brussels en Vlaams parlementslid voor CD&V

  • Wouter

    Vreemd genoeg is er een maatregel niet voorgesteld: beschouw Frans niet langer als een “vreemde thuistaal” voor de toepassing van het GOK-decreet in Brussel.

    Dat past in de geest van het GOK-decreet. In het eentalige Vlaanderen hebben kinderen van anderstalige ouders inderdaad een zekere handicap op school, wat een voorkeursbehandeling verantwoordt. De wet maakt (waarschijnlijk terecht) alleen onderscheid tussen Nederlands en andere talen, en dus niet tussen pakweg Turks, Pools, Engels of Frans.

    Een Franstalige ouder in Brussel heeft de mogelijkheid om zijn kind onderwijs in zijn moedertaal aan te bieden. Wie aan die mogelijkheid verzaakt, maakt een bewuste keuze en heeft geen recht op een voorkeursbehandeling.

    Ik geef toe dat dit niet het hele probleem oplost. Een groter aanbod, beter Franstalig onderwijs, beter Nederlands in de Franstalige scholen (tweetalige scholen?), … er is hier al een pakket van mogelijke oplossingen voorgesteld.

    Ten slotte wil ik dit nog kwijt:
    1) Absolute prioriteit voor de afstand tot de school kan net leiden tot ghetto-scholen. Veel hangt af van randvoorwaarden, maar je moet hiermee opletten. Extreme vormen treffen we aan in de Verenigde Staten.
    2) Prioriteit voor kinderen die in een Nederlandstalige opvang gezeten hebben, is ook slechts het probleem verschuiven. Met enige zin voor overdrijving: zwangere vrouwen zullen dan kamperen aan de deur van Nederlandstalige crèches.

  • seppe

    Nederlandstalige ouders zouden voorrang moeten krijgen! Heb je al eens een klas gezien vol met andertaligen? Sorry maar het niveau daalt als een kogel.

  • seppe, er is al een voorrang voor Nederlandstalige ouders (tot 45% terwijl er in Brussel maar 15% nederlandstaligen leven) maar voor enkele scholen volstaat dat niet omdat ook anderstalige ouders die scholen wel zien zitten. Als jij een absolute voorrang wil voor Vlamingen mag je aan de Raad van state eens uitleggen op welke basis je het gelijkheidsbeginsel wil schenden (elke belg is gelijk voor de wet weet je wel)…Ik denk ook niet dat de (franstalige politici in de )Brusselse gemeentebesturen met Nederlandstalig gemeentelijk onderwijs staan te springen om dit voorstel.

    trouwens, wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het niveau van een klas niet afhangt van het aantal anderstaligen maar wel van het aantal kansarmen wat niet helemaal hetzelfde betekent. Ik ben het wel met je eens dat we moeten streven naar een kritische massa Nederlandstaligen in onze klassen maar dan zullen we wel moeten spreiden en niet en masse naar Sint-jan-berchmans hollen. We kunnen ook in onze ivoren geel-zwarte toren blijven zitten natuurlijk.

  • Tom

    @ frederic:
    dat 45% van het nederlandstalig onderwijs he! Niet 45% van het onderwijs in Brussel.
    En die 15% nederlandstaligen: de klassieke fout van te veronderstellen dat brusselaars ofwel nederlandstalig zijn ofwel franstalig, en dat anderen niet bestaan. De helft van de brusselaars is van vreemde origine, een hele hoop ervan heeft even veel of weinig affiniteit met nederlands als met frans.

    Ofwel stuur je die mensen (italianen, britten, turken,..):
    – allemaal naar franstalig onderwijs (in dat geval zou er dus zo’n 15% naar nederlandstalig onderwijs, 85 frasntalig gaan). Maar dat lijkt me nogal moeilijk te rechtvaardigen standpunt…
    – noch naar franstalig noch naar nederlandstalig onderwijs, maar naar een anderstalig onderwijs (in dat geval is de verdeling 15% NL, 40% FR, 45% ander onderwijs)
    – ofwel spreid je ze over nederlandstalig en franstalig onderwijs. (zoals nu dus geval is. Nu is zowat 25-30% van de brusselse leerlingen in NL onderwijs. Afhankelijk van leeftijd: +-30% lager, 25% secundair)

    Dat wetenschappelijk onderzoek klinkt interessant, heb je daar een link naar?

  • tom, ik ben het helemaal met je eens dat we de Brusselse bevolking niet zomaar kunnen verdelen in twee gemeenschappen. Ik bouwde gewoon verder op de bijdragen van bepaalde mensen op dit forum… we schijnen echter maar niet out of the box te kunnen denken.
    in dat verband vergeet je trouwens een optie tom, maak een brussels onderwijs waarin verschillende opties worden aangeboden :
    tweetalig onderwijs frans-nederlands, nederlandstalig onderwijs met groot aanbod frans en franstalig onderwijs met groot aanbod nederlands. In dit systeem kan je ook enkele uren turks, arabisch, spaans etc aanbieden (het oetc-model) om de band van allochtonen met ons onderwijs te versterken.

    onderzoek naar groepscompositieeffect voor prestaties wiskunde en taal door het steunpunt schoolloopbanen en onderzoeker jp verhaeghe :
    http://www.steunpuntloopbanen.be/loa_rapporten.html

  • Tom

    oh ja, ik ben inderdaad de optie tweetalig onderwijs vergeten.

    bedankt voor de link ook.

  • Jo

    Bedankt voor de tip.
    Als mijn kind volgende keer naar huis komt omdat ze totaal niet opgenomen wordt in haar (voor de rest Franstalige klas) zal ik volgende keer zeggen dat ze “out of the box” moet denken.

  • frederic

    jo, enige tijd terug zei je hier en ik citeer ‘ Politiek is er geen wil om het probleem aan te pakken of bij te sturen. Dat blijkt zeer duidelijk uit de historiek van het ontstaan van het GOK-decreet. En ook de scholen blinken uit door immobilisme. ‘ Volledig akkoord maar als mensen hier dan voorstellen lanceren om ons onderwijs te hervormen reageer je met een zure opmerking die niet echt veel tot de discussie bijdraagt…Ik begrijp je frustratie maar aan zo’n reacties heeft niemand wat. Wat is jouw voorstel ? Ik ben benieuwd…

  • ieldk

    Is er iemand die hier weet waarom dat GOK hier gekomen is? Waarom is GOK op de beleidsagenda gekomen? Waren er drukkingsgroepen, studies…?

  • frederic

    de “schuldige” is toenmalige minister van onderwijs marleen Vanderpoorten. De intentie was echter zeer nobel en daarom verdient ze toch wat krediet…Vanderpoorten wou af van de dubieuse praktijken van enkele (vooral katholieke) scholen om bepaalde (lees allochtone of kansarme) leerlingen systematisch te weigeren. Het idee was dat scholen niet meer zomaar leerlingen konden weigeren en de eerste leerling die zich zou aanbieden dan ook zouden inschrijven. Het decreet vetrok van de fictie dat iedereen op dezelfde manier van zijn of haar rechten gebruik zou maken. Het klopt wel dat je vroeger niet eens de kans had om aan te schuiven voor de schoolpoort, de directeur besliste immers wie erin kwam en wie niet. Over de specifieke Brusselse situatie werd zeer zeker niet voldoende nagedacht (dat is wel vaker een probleem van Vlaamse politici). In vlaanderen heb je immers geen twee gemeenschappen die onderwijs aanbieden.
    In de loop der jaren werd het decreet bijgewerkt…zo kwam er een voorrang voor broers en zussen en voor Nederlandstalige in Brussel. De problemen in pakweg maria-boodschap, sint-jan-berchmans ea. zijn echter niet volledig te wijten aan het GOK-decreet. Het gaat hier voornamelijk om vraag en aanbod. Er zijn x plaatsen en x+y kandidaten. Een absolute voorrang voor Nederlandstalige is juridisch niet mogelijk. We moeten het GOK-decreet niet van al het kwaad beschuldigen. De vroegere praktijken waren niet te verdedigen.

    Het GOK-decreet gaat echter niet alleen over inschrijvingen maar ook over het extra ondersteunen van scholen met veel kansarme leerlingen. Hierover is weinig controverse. Dit luik is geïnspireerd op het werk van professor Ides Nicaise (http://www.hiva.be/publicatie_detail.php?id=3012&option=detail) , een groot voorvechter van meer gelijke kansen in het onderwijs. Zo werkt het ministerie met een set van indicatoren die worden bevraagd bij de ouders en die goede voorspellers zijn van kansarmoede. Op basis hiervan krijgen scholen extra lesuren.

    Het laatste luik van het decreet is het oprichten van lokale overlegplatforms die voor het eerst scholen, clb’s en andere partners samenbrengt ronde enkele pertinente thema’s (inschrijvingen, schoolkosten, kleuterparticipatie, …) en scholen uit hun isolement haalt. Het is dankzij het LOP Brussel dat alle basisscholen op hetzelfde ogenblik inschrijven, een voorrang van 45% Nederlandstalige hebben afgesproken etc etc…

  • ieldk

    Hey Frederic,

    Ik hoor dat je er heel veel over weet. Werk jij in de sector?
    Ik had graag nog wat informatie over het vroegere onderwijsvoorrangsbeleid, wat daar de knelpunten waren… Hoe geraak ik aan je e-mailadres? Om zo de anderen hier niet te ‘storen’ met mijn nieuwsgierigheid.

  • frederic

    tom en co…Ik had het hier een tijdje geleden over een onderzoek van prof jp verhaeghen over concentratiescholen …wel het onderzoek is nu gepubliceerd :

    Kinderen in zogeheten concentratiescholen boeken gemiddeld evenveel vooruitgang als hun evenknieën in “witte” scholen. Dat blijkt uit een studie van de K.U.Leuven.
    Onderzoekers Jean-Pierre Verhaeghe en Jan Van Damme van het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -evaluatie onderzochten de schoolresultaten van kinderen in de eerste twee jaren van de lagere school voor de vakken wiskunde, technisch lezen en spelling.

    Uit het onderzoek blijkt dat het aandeel van – al dan niet anderstalige – kansarme leerlingen in de schoolpopulatie doorgaans geen rol speelt in de vooruitgang die geboekt wordt. “Soms speelt dat aandeel zelfs een licht positieve rol”, luidt het.

    Wel blijken er grote verschillen te zijn tussen de scholen onderling, los van het feit of ze nu veel of weinig kansarme leerlingen tellen.

    Een leerachterstand wordt vooral in het eerste leerjaar ingehaald, daarna vermindert ze nog nauwelijks. Volgens de onderzoekers hangt achterstand vooral samen met de sociale of etnisch-culturele achtergrond van de leerlingen in kwestie.