I’m not a fuckin’ tourist

Er is al een tijdje commotie over de vermeende saaiheid van Brussel voor toeristen. Volgens één of ander reisbureau, dat blijkbaar naast citytrips ook enquêtes organiseert, vinden haar klanten Brussel maar zo-zo als bestemming. Provincialen uit Antwerpen en Gent sprongen graag mee op de kar en verklaarden zichzelf terstond wél interessant. En Brussel-fans vonden het dan weer nodig om te reageren en pakten uit met de troeven van de hoofdstad.

Er is een soort dogma dat verkondigt dat toeristen goed zijn voor een stad en iedereen gelooft dat. Toeristen zouden nodig zijn voor de economie. Onzin is dat. Dure restaurants met slappe maaltijden, die profiteren ervan. Grote hotelketens ook, en hebberige marchanten die doen in souvenirs en wansmaak. En verder? Ik denk niet dat de patron van mijn stamcafé echt geniet van het half uurtje dronken Britten dat hij elke vrijdagavond over de vloer krijgt. Ik ook niet trouwens.

Hoge prijzen en een lelijk straatbeeld, dat krijg je met toeristen. Een koffie op een terrasje wordt duurder, de straat wordt drukker, de duiven worden vetter. Iemand moet mij eens uitleggen hoe dat goed is voor een stad of voor haar inwoners.

En dus ben ik, als Brussel-fan, zeer verheugd als overal breed wordt uitgesmeerd dat het een saaie stad is. Hoe saaier ze ons vinden, hoe beter. Toeristen mogen gerust wegblijven. Of naar Antwerpen en Gent gaan, daar mogen de duiven gerust wat dikker staan.

een artikel van De Gebroeders Plasky

Share