Wandeling tussen verleden en heden

Sinds kort herontdek ik Brussel. Wat een gidsenopleiding al niet kan doen! Het moet gezegd, het is een aangenaam weerzien.
Dertig jaar geleden zakte ik nl. elke dag af naar de “grote stad” om er mijn centen te verdienen. Ik hield er een haat/liefde-verhouding aan over.
De Babelse sfeer, de grootsheid van de gebouwen, de rijkdom van de lanen, de Marokkaanse buurtwinkel waar ik fruit ging kopen, de overvloed in de Galeries Anspach, de avonden op het Muntplein … ze gaven me een warm gevoel.
Tegelijk ergerde ik me aan de constante bouw-, verbouw- en metrowerken. Het leek of de hele stad één open wonde bleef. En er waren buurten waar ik elke dag doorheen moest. Die situeerden zich rond de Beurs, de Brouckère, St. Géry, de Vismet… Al die jaren bleef ik Brussel associëren met deze ongure, grauwe, donkere straten. Niet dat ik me er echt onveilig voelde maar ze spraken niet aan. Bovendien voelde ik me een vreemde in deze stad en dat had niet alleen met taal te maken.
Na 6 jaar besloot ik Brussel de rug toe te keren. Ik had er geen zin meer in. Ergens vond ik het een gemiste kans.

Als kind had ik Brussel immers wél graag gezien. Twee tantes hadden er, met gezin, hun leven doorgebracht. Wij, van den buiten, trokken er regelmatig naartoe. Met de tram, met de bus. Overstappen van de éne lijn naar de andere, vaak de hele stad door. Van de Porte de Ninove naar Anderlecht en vandaar terug naar Schaarbeek. En dan was er mijn grootmoeder die de stad leek te kennen als haar binnenzak. Ze had er gewerkt, ze kende er mensen, vroegere buren, kennissen die in Brussel ‘een commerce hadden uitgebouwd’.Met mijn kleine hand in haar vertrouwde greep trippelde ik overal met haar heen. Van de Zavel naar de Marollen, zaterdags naar de Rue Neuve, zondags naar de markt aan het Zuid. Ze wist waar je mooie stoffen kon kopen, de betere (hand)schoenen en ze wist waar een goeie koffie werd geserveerd. Sfeerbeelden, opgeslagen door kinderogen, zijn vaak écht en authentiek. Ze maken dromen los. Dus keek ik er in die late jaren 70 naar uit om de stad zelf te gaan ontdekken. Alleen leek er een grauwe, grijze sluier over de stad heen te zijn gedrapeerd. De aantrekkelijkheid was verdwenen.

Daarna kwam ik nog zelden naar Brussel. Andere steden gingen lopen met mijn voorkeur. Concerten, een theatervoorstelling, winkelen… het gebeurde niet in Brussel. De Ancien Belgique vormde een uitzondering. Tot vorig jaar dus. De start van een gidsenopleiding. Ik kan niet meer terug. Brussel vormt een centraal thema. Voor opdrachten wordt er door de stad heengetrokken, van Noord naar Zuid, van Oost naar West. En ik stel vast dat de stad niet alleen is veranderd, neen, naar mijn gevoel is ze eerder opnieuw ontwaakt. “Hét” was er altijd al, “het” komt nu weer tot leven. Ik fleur dus weer op nu, als ik Brussel doorkruis en vooral de straten waar ik 30 jaar geleden haastig doorheen sloop. Het ruikt er naar hip, fris, vernieuwend. Dat één en ander niet zonder de nodige blutsen en builen gaat zal wel de onoverkomelijke price to pay zijn. Maar ik hoor en lees dat er veel groot geloof aanwezig is om op dit élan verder te gaan.
Of zie ik dat verkeerd?
Iets kan er helemaal anders uitzien vanaf een afstand dan wanneer je er elke dag middenin zit of er mee te maken hebt.

Het is één van de vragen die ik me stel, niet alleen uit persoonlijke interesse, ook in het kader van een opdracht ivm de opleiding. Naast mijn eigen ervaringen ben ik dus op zoek naar mensen die me willen helpen met hun meningen, verhalen, pro’s en contra’s over het Brussel uit de jaren ’70 en nu, over de recente ontwikkelingen tussen de Beurs en het Kanaal, over het (uitgaans)leven, over de bewoners (vroeger/nu), over een favoriet café of restaurant, over het overheidsbeleid in die buurt…..etc. Wie zich aangesproken voelt kan altijd een paar regels schrijven of contact opnemen via vee_tje@yahoo.com. Mijn dank is alvast groot !

Share