Achteraf

Deze bijdrage is een blogbericht die ik vanochtend plukte bij Pietel:

Ik werk in Brussel. Ons bureau ligt op een grote laan. Daarachter liggen kleine straatjes. In deze straten zijn dames werkzaam die hun fysieke diensten aanbieden. De snelste weg naar enkele eetplekken is door die achterafstraatjes, waar je een hotelkamer per uur kan huren. Ik loop er af en toe dus eens door.

Vroeger ging ik in Schaarbeek naar school. Iedere dag reed ik met de trein naar Brussel Noord en verliet het station langs de achterzijde. Daar stonden dames in fluoriscerende bikini’s achter het raam. ’s Ochtends vroeg al, zelfs in de winter. Het was altijd een beetje zon & zee toen ik daar ’s ochtends voorbij zombiede.

Er is een groot verschil tussen de dames achter ons bureau en die in de Noordwijk. De ene groep staat op een verhoog achter een raam, de andere op de hoek van een straat. En net dat is iets waar ik mij ongemakkelijk bij voel. Net zoals er vroeger weleens een dame tegen de ruit tikte als je voorbijliep, zijn er vandaag dames die u aanspreken, tot gebaren toe. En dat hoeft voor mij niet.

Een ander groot verschil is het uiterlijk. In de Rue d’Aerschot kijk ik weleens vanuit een ooghoek naar één van de dames en daar zaten soms ontstellend knappe vrouwen tussen. Vrouwen die alles kunnen krijgen. De vrouwen achter ons bureau, dat is echt één en al miserie. Vrouwen uit één of ander Oostblokland waar je absoluut niet warm van loopt. Toch stopt er om de vijf voet een camionette of wagen om een dame te inspecteren en op te pikken.

En op deze gedachte betrapte ik mij. Ik heb een ongelofelijke weerzin van de vrouwen op de hoek van de straat, waar ik blijkbaar minder problemen heb met de aanwezigheid van de dames achter glas. Is het een kwestie van looks? Knappe sekswerkers, daar heb ik geen weerzin van, maar o wee als ze uiterlijk allesbehalve zijn?

Ik houd het voor mezelf op de directe miserie die ik in de achterafstraatjes zie. Die dames staan daar niet omdat ze veel keuze hebben. Meer zelfs, zoals ze daar staan lijkt het alsof het voor hen een pijnlijke evidentie is. En dat is wat ik zie: iedere keer als zo’n juffrouw mij aanspreekt, zie ik een triest verhaal. Waar de mooi dames in fluo ondergoed de illusie nog hoog kunnen houden.

Voor mij hoeft het alleszins niet. Ik zou graag over de middag iets gaan eten, wetende dat deze dames ergens binnen achter een bureau kunnen werken. Maar ik geef toe, ik heb zelf ook niet meteen een oplossing voor de situatie. Als ik vanmiddag de deur uitga, dan zullen ze er nog steeds staan en zal ik opnieuw neen knikken, als ze mij aanspreken.

Share