De Gewijde Stilte

Er zijn geen muizen in deze ruimte.
Ik zou ze ongetwijfeld horen.

Raakt u bijwijlen uitgeput door het tempo van de stad ?
Er zijn plekken, in volle centrum, waar u dit helemaal kan stilleggen.

In de Huidevetterstraat staat zo’n gebouw, amper tien stappen van de straat verwijderd,
gaat u een tempel van Gewijde Stilte binnen.
Het Archief van de stad Brussel heeft daar een voortreffelijke stek gevonden waar men zich kan verdiepen in de Grote Geschiedenis maar evenzeer in les petites histoires van deze stad.
Het interieur van het gebouw is haast onberoerd gebleven. Voor één keer heeft men bedachtzaam gerenoveerd.
Er wordt gedempt gepraat in het archief alsof men de rijping van het verleden niet wil verontrusten.
Als men de leeszaal, na het afleggen van jas en tassen, uiteindelijk met een zekere schroom binnengaat door een dubbele glazen deur, betreedt men de kathedraal van het geheugen.

Duizenden verhalen, anekdotes, gebeurtenissen, processies, veldslagen, verdwenen wijken en huizen wachten daar om ontgonnen te worden.
Het is precisiewerk, met dezelfde behoedzaamheid waarmee archeologen het graf van Toetanchamon blootlegden en proper veegden, graaf je in de brusselse historie.
Je kan niet zomaar met je gulzige fikken in de verzamelingen graaien.
Neen, er is wat bedaardheid nodig.

In de bewaarplaats hebben ze nog fichebakken, steekkaarten zeg maar.
Daarin moet je geduldig alles opzoeken, noteren in drievoud en aan de balie afgeven.
De archivarissen halen dan een en ander uit verborgen kelders die enkel door ingewijden mogen worden betreden.
Zij alleen kennen de geheime codes van de kluizen uit hun hoofd.
Niets wordt prijsgegeven. Het monogram wordt van vader op zoon doorgegeven.
Als de dossiers dan naar boven komen en je worden aangereikt, gelieve ze dan met respect en eerbied te behandelen.
Soms zijn de documenten wat vermolmd, in oud-frans of nederlands.

Zonder verweer wordt je driehonderd jaar in de tijd teruggezogen.
Ik zie het klootjesvolk strompelen en wroeten in de smalle impasses.
Ze lopen blootsvoets, maar vantijd hoor ik klompen op de kasseien.
Aan de Steenpoort ga ik de stad binnen.
Men hoort het slijpen van de bijl en het gemor van het volk bij de onthoofding van Egmont op de Nedermarckt.
Ik ruik het rottende vlees op de mestvaalt aan de Vlaamse Poort.

In de leeszaal maak ik kennis met éne mijnheer Mehouden. De man zit er alle dagen.
Hij brengt alle cafés en restaurants van de stad in kaart van de laatste tweehonderd jaar.
“Chez Schele Peïe”, “Chez Ket” of “Bij Jef Cluut”, “Chez Chou et Bourinneke”.
Ze worden niet meer gemaakt. Boerecafés in het hart van de stad.
“Zot van Brussel”, zegt hij over zichzelf.
Een meisje verdiept zich in de Gouden Textieldriehoek.
Een keurige man in blauwe vest en dito cravatte zit blootsvoets aantekeningen te maken. Heeft hij zich te zeer vereenzelvigd met zijn onderzoek ?
Ik buig mij over de Coin du Diable, een oude vergane volkswijk aan de Papenvest.

Omdat ik wat te luid praat komt een charmante mijnheer op zijn sloffen vanachter de balie.
Hij vraagt me vriendelijk wat stiller te praten.
Hij fluistert. Ik durf amper te knikken.
Dan valt de stilte weer in de zaal.
Hier spreekt alleen het verleden.

Ik was er gisteren en eergisteren.
Misschien ga ik morgen terug, maar dat vertel ik pas overmorgen.
Dat ik er gisteren was.

william deraedt
hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share
  • Duidelijk een gebouw om niet te slopen…