Boon in Brussel

Boon en Brussel, het is geen evidente combinatie. Maar er zijn verbanden. Louis Paul Boon gaf zijn eerste boeken uit bij uitgeverij Manteau in Brussel en werkte er van juli 1945 tot september 1947 op de redactie van het communistische blad ‘De Roode Vaan’. Een Boon-wandeling in het kader van het literaire festival Interlitratour legde de Brusselse fundering bloot van ‘Vergeten straat’. Vertrekpunt: het artistieke volkscafé ‘Het Goudblommeke in Papier’, waar Boon, net als Claus, Walravens en Vinkenoog, ooit een graag geziene gast was.

 ‘Vergeten straat’ uit 1946 is het derde werk van Boon, na ‘De voorstad groeit’ en ‘Abel Gholaerts’. Het is het verhaal van een anarchistische utopie. Een doodlopende straat wordt afgesloten voor werken aan een nieuwe spoorlijn dwars door de stad. Aanvankelijk blijven de bewoners ontredderd achter, totdat zij de kans zien die deze absurde situatie hen biedt. Tot elkaar veroordeeld slaan ze de handen in elkaar en besluiten ze zonder enige vorm van gezag met en naast elkaar te leven. De ernstige ziekte van twee van de bewoners dwingt hen uiteindelijk contact te maken met de buitenwereld. De utopie gaat ten onder. Boon toont zich ook hier als de schrijver die de mensen een geweten wil schoppen en zich achteraf vertwijfeld afvraagt wat het alles voor zin heeft.

 De inspiratie voor ‘Vergeten straat’ haalde Boon bij de Vertinnersgang, een doodlopend straatje met honderd bewoners in de buurt van de Nieuwstraat. Hij leerde de omgeving in de loop van de Tweede Wereldoorlog kennen tijdens stadswandelingen met de bevriende schilder Maurice Roggeman. Boon verwerkte in zijn roman ook de realisatie van de noord-zuidverbinding (1904-1952), die in het stadsgedeelte gelegen tussen de boven- en benedenstad grootse onteigeningen en afbraakwerken met zich meebracht. Dat project ging uit van een onwrikbaar geloof in de vooruitgang, dat Boon in zijn oeuvre meer dan eens hekelt.

 Boon schreef ook reportages over Brussel, gebundeld in ‘Brussel, een oerwoud’. Hij schildert hierin het leven van het naoorlogse Brussel en zijn kleurrijke inwoners. Achter de imponerende façade van de grootstad ontwaart hij het verval en de armoede.

 De wandeling geleid door Gilberte Geerts voerde van station Kapelle via de Kunstberg en de Magdalenakerk tot Centraal Station. Een alternatieve Boon-wandeling beschrijft John Jacobs: van Noordstation via het vroegere kantoor van ‘De Roode Vaan’ in de Hopstraat tot café Monk in de Vlaamse Steenweg.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.