Geen plaats in de herberg

In brasserie Le Louvre aan de Parvis ga ik binnen, net na een blonde onopvallende vrouw.
Ze is heel Sint-Gilliaans gekleed, dat wil zeggen, niet slordig, evenmin deftig, gewoon nonchalant.
Ze bestelt een pintje en de baas begint meteen rustig tegen haar te babbelen. Het bier komt niet op de toonbank.
Naast haar ziet ze vele pintjes verdwijnen op het dienbord van de nieuwe dienster in jeans.
Het gesprek met de kastelein duurt maar even, plots schiet ze heel erg uit haar krammen.
Ik begrijp dat ze niet kan betalen en dat het niet de eerste keer is.
De grijze cafébaas blijft heel kalm, hij is één en ander gewoon.

Uit de boxen weerklinkt “I wonder where you go,” een heel ontroerend lied, gedrenkt in lichte melancholie, gezongen met een hese stem.
De scène duurt maar heel even, ik hoor haar schreeuwen “er zijn nog andere cafés” en “pas de respect pour les clients.”
Ze verdwijnt en trekt de deur gewoon achter haar dicht – niks geen slaande deuren.
Het café en de waard hernemen hun gewone activiteiten.

Ze steekt de Waterloose over en stapt binnen bij La Stivale, rechttegenover Le Louvre. Luttele minuten later wordt ze daar ook op straat gezet.
Daarop gaat ze Verschueren binnen, opnieuw hetzelfde scenario.
Ze vervolgt haar weg door de Fortstraat : een stijfkop.
Kersttijd : in geen enkele herberg is er plaats voor haar.

Ook Brel moeit er zich mee, hij zet “Ne me quitte pas,” in.
Het dienstertje geeft de hond van de grijze baard naast mij, een teil water.
Het beest drinkt gulzig.

william deraedt
hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share
  • Pas op, William, je brengt ons nog in kerststemming, zeg…