De eerste sneeuw

Het is één van die memorabele momenten in de Passa Porta, waar ik vooral op ruige winteravonden mag proeven van proza en poëzie.
Het Literatuurhuis is immers één van mijn geliefkoosde plekken op de ietwat
beschimpte Dansaert.
Had het beter een locatie gezocht op de Vlaamse steenweg of in het verlepte deel ervan achter de Varkensmarkt ? In de Duivelshoek ? In de VandenBrande of in een opnieuw ontdekte, lang vergeten impasse in de O.L.VvVaak ?
Alsof poëzie niet mag bestaan tussen de chique boetieks van Olivier Strelli en Cotélac?
Is poëzie enkel voorbehouden voor groezelige achterkamertjes en donkere kelders waar het gedijt bij oude jenever, tussen de rook van gerolde sigaretten ?
Poëzie is overal – zeker in Brussel. Aan de stinkende oevers van de Zenne, op de kitsch van de Winterfoor, in de Ossengang op de Grasmarkt, op de Oudijzergang in de Maagdenstraat.
Altijd en overal mag poëzie bestaan.

Ik mag in het Literatuurhuis luisteren naar een icoon van de Nederlandse literatuur, de ondertussen tachtigjarige Remco Campert.
Hij werd er ondervraagd door zowat de beste vraagsteller van het westelijk Halfrond, een zekere Piet Piryns – die ik voor het eerst ontmoette, diep in de jaren zeventig op de wei van Jazz Bilzen.
Hij zal zich dat niet meer herinneren, want ik weet niet zeker of hij nuchter was, net zomin ik dat van mezelf nog weet.
Sommige herinneringen vertroebelen met de tijd.

Campert draagt zijn gedichten voor en het wordt stil.
Terwijl hij op bedachtzame toon leest hoor ik de sneeuw.
Het sneeuwt nog altijd als ik via de ellenlange gang op straat beland.
Het is goed dat er een hele lang gang is die leidt naar buiten, zomaar direct op het voetpad, het zou te bruusk, te abrupt zijn.
Ik begrijp nu pas tenvolle dat die doorgang een oversteekplaats is, een overtocht.

Vlokken dansen in het licht van de Dansaert als voortdurende poëzie.
Het verdriet mij dat ik geen dichter ben.
Brussel is verblindend mooi als het sneeuwt.
Maar het moet niet altijd sneeuwen in Brussel.

Share
  • Die laatste 4 regels – dat is toch al poëzie voor mij.

  • dM3

    mooi, heerlijk. heerlijk mooi!

  • Tom VB

    Poëzie mag altijd en overal bestaan, en liefst ook op Brussel Blogt. Knappe observaties, mooie formuleringen. Bedankt!

  • Piet Piryns

    Beste William,

    Die wei in Bilzen kan ik me inderdaad nog maar vaag herinneren. Het kwam vast door Cuby & The Blizzards. Of anders door Steve Marriot. Of door nog iets anders.

    Leve Remco!

    Alle goeds,

    Piet Piryns