Kleine Encyclopedie van de Hardlopers

Er zijn zondagnamiddagen dat ik er gewoon van geniet om rustig op een bankje in het Warandepark een boek te lezen.
Wat mij dan telkens weer uitermate verbaast zijn de talrijke stadsgenoten die veeleer verkiezen hijgend door het park te galopperen.
Ten gerieve van de sociologen, die binnen pakweg tweehonderd jaar de gewoontes van mensen in de stad in kaart zullen brengen, geef ik hierbij een korte handleiding.
Gelieve te noteren dat het slechts over één uur in de namiddag gaat op een doordeweekse zondag. Het onderwerp verdient grondiger onderzoek.

De eerste die uit de bocht komt is de Stofzuiger. Hij heeft een ongemakkelijk, veel te groot joggerspak, een slenterende parachute.
Heel soms struikelt hij lichtjes als zijn broekspijpen weer onder zijn Reeboks glijden. Om één en ander te verhelpen schuifelt hij voort, hij heft amper zijn voeten op. Zonder twijfel is hij celibatair.
Na de Stofzuiger passeert de Nonchalante, het is een nog jong meisje, eerder breed bemeten.
Het kan haar allemaal niet schelen, waarom loopt ze hier ?
Ze weet het zelf niet – ze heeft de vervelende contre-goûtloop, eigen aan dikke meisjes tijdens de turnles.
Daarachter moet ik plaats maken : daar is de Gehaaste weer.
Man’s gezicht is altijd gespannen en verbeten. Misschien loopt hij tegen zichzelf en dat kan je natuurlijk nooit winnen.
Waarschijnlijker is dat hij gewoon heel gehaast is, hij heeft een kwartiertje vrij gekregen van zijn vrouw en moet in die tijd al zijn rondjes malen. De stress van thuis lees je van zijn verbeten gezicht, vijftien minuten zijn te weinig om één en ander van zich af te lopen.

Heel contrastrijk en verfrissender is dan weer de Soepele die hem kruist.
Hij lacht bijna bij het lopen, zoveel genoegen beleeft de jongen.
Zijn stijl steekt schril af bij de rest, sierlijk als een antilope, een plezier om naar te kijken en dus weinig over te vertellen.
Veel interessanter is de Gestoken Wesp. Die heeft de meest bizarre en chaotische stijl. Hij springt iedere keer verschrikt op bij elke pas, alsof hij telkens aan beide voeten tegelijk wordt gestoken door een bij.
Vermoeiend om naar te kijken.
Dat geldt ook voor de Tenenloper, die loopt echt op zijn tenen, zijn zolen raken nooit de grond. Ik word moe alleen van het kijken.
De Beginner, die merk ik nu voor het eerst. Hij loopt héél traag en heeft nog geen eigen stijl ontwikkeld, hij ziet enorm af en kijkt af en toe verschrikt opzij om te zien hoe de mensen reageren op zijn nieuwe gewoonte.

De Hijger is dan weer van een ander kaliber, ik hoor hem al zuchten vooraleer hij de bocht heeft genomen. Hij heeft geen uitgesproken stijl omdat hij zich vooral toelegt op een breed uitgesponnen ademhaling. Vroeg of laat wordt hij afgevoerd omdat hij een vette wesp inslikte.
De Dikke Vrouw staat dan weer stil. Zij zou zich beter begeven aan de loopband in een Fitness. Aan dit tempo gaat haar gewicht niet veel schommelen.
Bij iedere tred vrees ik voor een hartstilstand of hartaderbreuk.
In een Fitness is er een betere omkadering voor dit soort mensen.

De Hond : die man loopt verloren. Hij wordt vreselijk gestoord door zijn border-collie die haast voortdurend voor zijn voeten loopt. Daardoor heeft hij zich een schuine stijl eigen gemaakt, een schuinmarcheerder alshetware. Het is onduidelijk welke richting hij uitwil.
Het beest moet stekeblind zijn en zijn reukorgaan zwaar gestoord.

De Start To Runner blijft bij de les.
Hij kijkt om de vijf minuten op zijn uurwerk om te zien of hij binnen zijn schema blijft.
Soms stopt hij even en loopt stilstaand of stretcht zich aan een lege bank.
Tenslotte is er de Tandem – een mooie vrouw in strak joggerspak, ze loopt sierlijk.
Maar ze is niet alleen.
In haar zog fietst haar man, gezeten op een mini-velo. Hij heeft zich al helemaal ingeschreven in de NoGo-areacultuur.
Wie heeft angst voor wie ?
Leeft de schrik bij de vrouw voor de Hijger of houdt de jaloerse man een oogje in het zeil als de Soepele passeert ? Het is onduidelijk.

Zo passeert de zondag, heel ontspannen en ontstresst.
Ik heb geen bladzijde kunnen omslaan in het boek, maar ik heb mij geen minuut verveeld.
Misschien schrijf ik er ooit nog een stukje over.

http://hetrijkderzinnekes.blogspot.com/

Share
  • Mooi verwoord, precies zo is het! Ik zat daar ook al verbaasd te kijken hoe veel verschillende types daar hun rondjes draaien.

  • dM3

    Dan heb je mij nog niet zien voorbijscheuren 😉

  • Tom VB

    Ik vraag me af onder welke categorie ik zou vallen. Het beginnersstadium heb ik achter me gelaten, maar zo sierlijk als een antilope loop ik ook niet bepaald. De muzikale rondjesloper misschien? Zijn er al observaties van de soorten die voorkomen in het Jubelpark? 😉

  • Niels

    Nog een type dat je in de Warande kunt tegenkomen, meestal in de middag (of zwoele zomeravonden/nachten): de “cruiser” een man op zoek naar andere gelijkgeaarde mannen: rondjes lopend, omkijkend, stilstaan, oogcontact (of soms ook wegkijken als het niet bevalt), weer verder lopend, weer omkijkend, de putten afdalend in het park die aan de kant van het paleis liggen. Fascinerend die versiertactieken.