Brussel en zijn oorlogzoontjes

Een drietal jonge kereltjes bewegen zich rond een grijze Audi in de Zespenningen.
Eéntje achteraan, de anderen opzij.
Willen ze de wagen molesteren, glasbraak plegen, carjacken ?
Niets van dat alles, hun bal is er gewoon ondergerold en moet onderaan in het midden van het voertuig zijn stilgevallen. Hun armpjes zijn te kort om er bij te kunnen. Vervelend.

Net op dat moment komt de dikke chauffeur eraan.
Hij is al druk aan het sticuleren als hij de kwajongens ontwaart rond zijn auto.
Bovendien begint hij te roepen in het nederlands.
Dat is zijn goed recht – alleen : de jonge snaken snappen er geen snars van.
Vermits de kinderen niet wijken, pakt hij meteen de kleinste bij de kraag en scheldt hem de huid vol.
De kleine begrijpt er niets van.
Zoveel drukte voor een verloren voetbal ?

De andere jongen, die zijn broertje bedreigd ziet, geeft de dikke man een flinke duw in de rug en begint in het frans te foeteren.
De man is Oostvlaming en begrijpt er evenmin een jota van. Hij steekt zijn discours af, dreigt met de politie maar het kleine grut geeft niet thuis.
“Kutmarokkaantjes,” zie ik de dikkerd denken.
“Sale Flamand,” denken de kinderen.

In het Fontainasparkje ernaast hebben de wachtende kinderen onderwijl een ander spelletje bedacht.
Een oude dame met haar hondje en een paar zware zakken van de Lidl, staat aan de rand van het pleintje.
Om beurten rollen de kinderen een versleten tennisbal naar mekaar.
Het hondje gaat er gretig op af.
De kinderen lopen heen en weer, het balletje gaat gezwind van Ahmed naar Youssef, alle partijen amuzeren zich kostelijk.
De oude dame heeft gezelschap, het hondje hijgt vrolijk en de kinderen hebben een nieuwe bezigheid ontdekt.
Alleen maar winnaars.
In tegenstelling tot het tafereel amper vijf meter daarvandaan, wordt er nauwelijks gesproken, wél gelachen. In het Arabisch, Frans, Berbers en Brussels Vloms.

Het bevestigt alleen maar wat ik altijd al dacht :
“De tael is niet gansch het volk.”

http://hetrijkderzinnekes.blogspot.com/

Share
  • Amaai, denk jij in het Oud-Vlaams?

  • Heymbeeck

    Et oui Tineke !

    Je pense en Bruxellois, je lis en néerlandais et écrit en français.
    Heï ma vast ? = dialecte Bruxellois.