Dixit: ik ben een Flagey

Wie heeft er nooit zin in knapperige, goudgeel gebakken frietjes van het frietkot? Gezond is anders, maar zo nu en dan eens zondigen, met een lekkere saus erbij, mmmm. Maar waar komen we aan goed spul in Brussel? Uit welingelichte bron verneem ik dat je voor de ultieme frietervaring naar de vijvers van Elsene moet gaan. Welke Belgische auteur verdedigt hier met vuur Frit Flagey tegen de concurrentie uit Etterbeek?

In Verona waren er de Montagues en de Capulets. In Brussel zijn er de aanhangers van het frietkot Flagey en de aanhangers van het frietkot Jourdan. Ik ben een Flagey en ik zou eerder vader en moeder verloochenen dan ooit te proeven van de frieten van de snoodaards van place Jourdan: ik heb zin voor het heilige. Ach, wat zou ik er niet voor geven om vanavond, met zicht op de vijvers van Elsene, een grote portie Flagey-frieten met pickles te eten, niet ver van het standbeeld van Tijl en Nele Uilenspiegel. Ja, niets stemt me lyrischer dan die gedachte!


Het juiste antwoord is Amélie Nothomb, de schrijfster van romans zoals ‘Hygiène de l’assassin’ (1992) en ‘Stupeur et tremblements’ (1999). Het oorspronkelijke Franse citaat is terug te vinden in het mooie fotoboek ‘Baraques à frites/Fritkot’ van Marina Cox en Marc Ots (2002, Les Editions de l’Octogone). BrusselBlogt ging in 2006 al op zoek naar de beste frieten van Brussel.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.

  • Tom VB

    Tip: het citaat is uit het Frans vertaald. En als je een klinker wilt kopen: neem de o!

  • Is dat niet Amélie Nothomb?

  • Tom

    Bingo!