Groenten uit Brussel

Drs. P bezong in de jaren 80 al de lof van knolraap en lof, schorseneren en prei. In de wondere wereld van de groenten zijn er twee die met recht en reden Brussels genoemd kunnen worden. Wat maakt spruiten en witloof tot onvervalste ketjes? Op zoek naar de Brusselse roots van twee groenten.

 Iedereen kent wel ’choux de Bruxelles’ of ‘Brussels sprouts’. Maar er zijn wel meer talen die spruiten als Brussels beschouwen. Wat dacht u van ‘brukselką’ (Pools), ‘couve-de-bruxelas’ (Portugees), ‘brysselkål(Zweeds),Brüksel lahanası’ (Turks), ‘col de Brussel·les’ (Catalaans) of ‘bruselaza’ (Baskisch)? Volgens foodwriter Marc Declercq beschreef de Franse botanicus Jacques Dalechamps in 1587 als eerste de koolvariëteit. In de streek rond Brussel zouden spruitjes voor het eerst volop geteeld zijn, nadat ze daar in de achttiende eeuw als een spontane mutatie van een koolplant werden ontdekt. Decennialang bleef de teelt beperkt tot Vlaanderen, en dan vooral de driehoek Brussel-Leuven-Mechelen.

Tussen 1800 en 1860 deed de wintergroente haar intrede in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Engeland. De Amerikaanse president Thomas Jefferson, een verwoed tuinier, introduceerde ze naar verluidt in de Verenigde Staten. De Brusselse herkomst bleef in de meeste talen in de benaming behouden.

Witloof wordt ook ‘Brussels lof’ of ‘Belgian endive’ genoemd. Plattelandswijzer schrijft dat het oorspronkelijke gewas, de cichoreiwortel, afkomstig is uit het Middellandse Zeegebied, maar dat de witloofteelt omstreeks 1830 in Vlaams-Brabant uitgevonden is. De volkse overlevering wil dat een Schaarbeekse boer, Jan Lammers, een partij cichoreiwortels in een donkere kelder verstopte onder een laagje aarde. Na enkele weken stelde hij vast dat de bittere wortels waren uitgelopen en dat de blaadjes zoet en mals smaakten.

Officieel wordt de uitvinding van het witloof echter toegeschreven aan Frans Bresiers, hoofdhovenier van de kruidtuin (Botanique) in Brussel. Waarschijnlijk ontdekte hij het witloof in gekropte vorm in de winter van 1834-1835. Door verdere selectie werd in de kruidtuin een vast witlooftype ontwikkeld. Het ‘wit loof’ werd voor het eerst in 1867 op de Brusselse markt verkocht. Tot het einde van de eeuw bleef de teelt van witloof beperkt tot de gemeenten Schaarbeek, Evere, Haren en Diegem. Daarna verspreidde de teelt zich verder over Vlaams-Brabant, en nog later over heel Vlaanderen, Nederland en Frankrijk. Door de toepassing van de hydrocultuur is witloof nu het hele jaar door verkrijgbaar. Het traditionele Brusselse grondwitloof heeft inmiddels een Europees streeklabel gekregen als beschermde geografische aanduiding.

 Conclusie: groenten uit Balen mogen dankzij Walter van den Broeck bekender in de oren klinken, die van Brussel hebben hun plaats in de geschiedenisboeken verdiend. Misschien zit er zelfs marketingpotentieel in: het zijn groenten die je moet leren appreciëren, bitter en guur, eigenzinnig, weerbarstig, verfijnd en voedzaam, aards, tussen volks en aristocratisch. Zoals Brussel, quoi.

 Voor wie de smaak te pakken heeft gekregen, is er in Sint-Katelijne-Waver een heus Groentemuseum. Zowel in Kampenhout als in Evere is er een Witloofmuseum.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.