Ondergoed moet onder de broek

Een maandje, zo lang werk ik hier in Brussel.
Vaak begonnen aan een blog en steeds weer elke byte in de prullenbak gedropt. Mijn pennenvruchten liggen te rotten op een mossige bodem. Een maand is blijkbaar nog niet lang genoeg om door de clichés heen te schrijven…

Vanmiddag liep ik door de Nieuwstraat, nog steeds de duurste straat van de Belgische versie van Monopoly. Liep ik, of was het eerder struinen? Misschien zelfs dolen, wie weet. Ik dacht aan de stad en hoe ze op de ene dag naar pis stinkt, en op de andere naar lavendelvelden geurt. En aan die haveloze man die voor de ingang van de Quick lag te bloeden – en hoe de mensen door de bloedplasjes stapten om binnen te geraken.

Ai, stap ik alweder in een cliché: het harde leven in een grootstad, wars van menschelijkheid en brüderschap belijden wij de apathie…

En ik ben uit hetzelfde wrakhout gesneden. Ik laat niet vaak een muntstuk achter in de uitgestoken handen die me kruisen. Terwijl ik me toch graag zou spiegelen aan Lazyboy die in het liedje Underwear Goes Inside The Pants zegt: “This homeless guy asked me for money the other day. I was about to give it to him and then I thought he was going to use it on drugs or alcohol. And then I thought: that’s what I’m going to use it on. Why am I judging this poor bastard?”.

Mediamarkt en H&M staan anders ook te springen om eens in onze geldbeugel te graaien, maar daar hebben we dan weer minder problemen mee…

Het is niet dat ik het gepland had of zo – happy endings houd ik liever voor in het massagesalon – maar mijn middagwandeling in de Nieuwstraat eindigde in mededogen. Een oudere dame zat tegen een gevel te breien. Ze zat op een handdoek en had haar schoenen uitgetrokken. Naast haar stond een kartonnen bordje waarop ze “j’ai faim” had geschreven. Een blonde vrouw hield halt en boog zich voorover om te vragen wat er aan de hand was…

Meteen gebeurde er iets in de straat. De energie van de winkelende massa veranderde. Andere mensen vertraagden om te luisteren naar wat de hongerige vrouw te vertellen had. Iedereen leek plots tot compassie bereid.
Eén vrouw had bij velen het schild der onverschilligheid doen verdwijnen.

Nu, voordat ik hier met twinkelende oogjes “Merry Christmas, Mister Scrooge!” begin te roepen, de blondine heeft de wereld niet van de ondergang gered. Maar ze deed de straten even weer naar lavendel ruiken, dat dan weer wel…

Share
  • Tom

    De song van Lazyboy ken ik niet, maar het artikel smaakt naar meer! Mooi geobserveerd en geformuleerd. En zo herkenbaar, die inwendige strijd tussen onverschilligheid en mededogen en het Brussel van zowel lavendelgeur als urinestank.

  • Een aanwinst. Laat je niet tegenhouden door de angst voor clichés. Niemand ontkomt eraan. Maar ook: we lezen ze graag.

    Zelf geef ik nooit geld aan bedelaars, tenzij aan muzikanten of artiesten. Ik denk niet dat die enkele muntjes hen zouden helpen.

  • Pingback: Brusselblogt » Blog Archive » 2010: een terugblik()