Uitgelaten Nederlanders

Drie Surinederlandse toeristen zijn verdwaald ter hoogte van de Beurs. Ze bestuderen het kaartje en vragen in schabouwelijk Frans naar de rue du Midi.
Zoals de meeste Nederlanders zijn ze in de veronderstelling dat er in Brussel alleen maar Frans wordt gesproken.

Ik heb ooit eens op de Kunstberg twee Nederlanders uitleg horen vragen in koeterwaals aan een blozende suppoost , afkomstig uit Nederbrakel. De man antwoordde in iets wat op Letzeburgs trok want hij dacht dat het Duitsers waren.

Helemaal ongelijk hebben onze Noorderburen niet, maar zeker overdag zouden ze zich verbazen over de Nederlandstaligheid in de hoofdstad. 

Hoe groot moet Brussel niet zijn voor Nederlanders als Amsterdam je hoofdstad is? Hoe exotisch moet Brussel niet zijn voor Hollanders, een stad waar er meer dan één taal wordt gesproken? Hoe fascinerend moet deze stad niet zijn waar zoveel architectuurstijlen over elkaar schroeien, als je het in A’dam alleen moet stellen met 17de eeuwse herenhuizen aan de grachten? Hoe ‘fijn’ moeten ze de rue d’Aerschot niet vinden nu de Walletjes gedempt zijn? Hoe ‘heerlijk’ chaotisch moeten ze Bruxelles ervaren, waar men pist in de spleten, waar je struikelt over de hondenpoep, waar bedelaars de trottoirs bezetten en Roma-zigeuners de autoruiten wassen? Hoe Frans moeten ze Brussel niet vinden aan het Anneessensplein met zovele clochards in alle geuren en kleuren? Hoe ‘geweldig’ vinden ze niet de Vlooiemarkt, met zovele ‘snuisterijen’ en de vrolijke winkeltjes in de Blaes- en Hoogstraat?

Ze zijn verbaasd over het Hortahuis en de bollen van het Atomium vinden ze helemaal het einde : dat is wat anders dan Madorudam, alhoewel ze ook Mini-Europe enig vinden. Helemaal het einde vinden ze de skylines aan het Poelaertplein, de Botanique en de Kunstberg – waarom zingt Brel over ‘Le Plat Pays’, dat verstaan ze niet? De hall in het Justitiepaleis, daar worden ze helemaal stil van, hier zouden ze graag berecht worden. Waarom geen deal : hun misdadigers hier berechten terwijl wij hun gevangenissen bezetten? Kan dit niet in het Belgisch-Nederlands verdrag ?

Aan het Brugmannplein morren ze een beetje over de rekening maar smullen verlekkerd van de abrikozentaart. Ze eten mosselen bij Chez Leon en drinken wijn aan de Noordzee, ze lachen met een visrestaurant dat ‘Le Rugbyman’ heet. Hoe heerlijk surrealistisch zijn die Brusselaars toch. 

Ze vragen mij ook nog naar de St-Katelijnekathedraal. Gelukkig was De Ridder niet in de buurt. Hoe zeer zullen ze versteld staan bij het aanschouwen van Sint-Goedele als ze het kapelletje aan St-Katelijne verwarren met een kathedraal ?

Hollanders in Brussel: we kunnen véél leren over hun verbazing.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share