Dixit: de degelijkheid der monsters

Allez, allez, nog een laatste rondje! De Zuidfoor is aan zijn laatste week bezig. Zaterdag en zondag bieden heel wat attracties kortingen van 20 tot 40%  aan, zodat kermisgangers met een bijna lege portemonnee ook nog aan hun trekken kunnen komen. Welke schrijver schreef dag op dag 103 jaar geleden voor de krant De Standaard een stukje over de kermis  en beklaagde zich daarin over de moderne tijden?

Al de actieve krachten van de Hoogstraat, de Kapellewijk, het kwartier van Onze-Lieve-Vrouw te Rooje, de slachthuizen, de lage stad, de Marollen en de tegen-Marollen (St.-Gillis en Molenbeek) al wat Brussel aan sap, aan bloed, aan fut bezit, het bruist ginds onder de lampionfestoenen tussen de dubbele rood-en-groene girandolen, in het geel, het blauw, het groen, het wit, het overdadig elektrisch foorlicht.

Maar de foor zelve, hoe modern! Waar zijn die oude vunzige barakjes, waar men ‘in’ het uitgaan betaalt hetgeen een bewijs was van de degelijkheid der monsters die men daarbinnen te zien kreeg en tegelijk als een blijk van het vertrouwen dat een eerbaar saltimbank kon stellen in zijn vereerd publiek? Waar zijn de peperkoektenten, de porseleinschranken, de muntebollenstok-, meestamper-, citoenknol-, smoutsbol-, vetkwabbel- en kramelkramen? Waar zijn de paardjesmolens, de goeie ouwe piepende paardjesmolens die door kinderen in gang werden gezet of door een afgetreende houterige merrie aan het draaien gekregen?

Het fragment is van de Brusselse toneel- en romanschrijver Herman Teirlinck, nu vooral bekend van het gelijknamige instituut annex studio in Antwerpen. Hij kreeg de Prijs der Nederlandse Letteren in 1956 voor werken als Maria Speermalie, Rolande met de bles, Het gevecht met de engel, Zelfportret of het galgemaal en Het ivoren aapje, dat zijn naam gaf aan een tweedehandsboekenwinkel aan het Begijnhofplein. Hij publiceerde echter ook talrijke journalistieke teksten in kranten en tijdschriften. Zijn bijdragen over Brussel werden gebundeld door J. van Schoor in Herman Teirlinck. Brussel 1900.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.

  • Tom

    Tip: alea iacta est.

  • Het citaat komt uit Brussel 1900 van Herman Teirlinck. De tip “alea iacta est” verwijst natuurlijk naar: alea = dobbelsteen = teerling = Teirlinck.

  • Tom

    Inderdaad! En meteen een link naar het hele artikel waarin Teirlinck ook herinneringen ophaalt aan de vrouw met de baard en de twaalf vingeren.