Dixit: bezoedeld door een Vlaams lijk

Niet elke buitenlandse waarnemer kan waardering opbrengen voor Brussel. In het kamp van de Brusselhaters neemt een negentiende-eeuwse Franse dichter op zijn minst een bijzondere plaats in. Wie schreef deze hatelijke verzen over Brussel en de Vlamingen die er wonen en sterven?

Opschrift voor het werkhuis van de heer Rops, lijkenkistenmaker te Brussel:

Ik droomde, kijkend naar die kisten
uit palissander- of mahoniehout
op honderden manieren versierd door handige ebenisten
Welk schrijn! En welk juweel eraan wordt toevertrouwd
Poog niet de doden hier schaamtegevoel bij te brengen
Elk van die fraaie koffers hier te kijk
Wordt eenmaal bezoedeld door een Vlaams lijk!
Zulke kokers vervaardigen voor zulke krengen.

Het scheldgedicht komt uit de Amoenitates Belgicae van Charles Baudelaire. De schrijver van Les Fleurs du Mal verhuisde in 1864 van Parijs naar Brussel, op de vlucht voor schuldeisers. Hij verbleef er in het al lang verdwenen Hôtel du Grand Miroir in de Bergstraat 26. De verhoopte erkenning bleef echter uit en hij was al duidelijk aangetast door syfilis. Zijn frustraties wou hij luchten in een nooit afgeraakt pamflet Pauvre Belgique. Hij zou uiteindelijk in 1867 in Parijs sterven. De vertaling van het gedicht is van Bert Decorte. Het wordt geciteerd door Marcel Van Nieuwenborgh in Literaire wandelingen door Brussel.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.