Restaurant STEAKfrit’

STEAKfrit interieurIk had gisteren de plezierige taak een groep van 10 Europese collega’s te begeleiden naar een restaurant in het centrum van Brussel. Daar een beetje chauvinisme mag, heb ik de kwaliteitsvolle Italianen, mysterieuze oosterse eettenten en andere alternatieven links laten liggen. Zonder twijfelen koos ik voor de degelijke brasseriekeuken, om enkele van onze Belgische specialiteiten in hun volle glorie te presenteren. Ok, stijl ligt vast, nu nog het restaurant kiezen. Dat werd STEAKfrit’, gezien de recente positieve reviews in Agenda en De Standaard (login nodig).

De verkenning van het menu op hun – overigens zeer mooie – website deed me twijfelen over de beschikbaarheid van een vegetarisch voorgerecht. Gelukkig heeft het reservatieformulier een ruim veld voor commentaren. Binnen de dag had ik een antwoord van hun commercieel manager dat de chef iets zou voorzien. Prachtig, een droom van klantvriendelijkheid!

Ik was er iets te vroeg en had dus ruim de tijd om hun interieur te bewonderen. Bij een brasserie denk ik spontaan aan bruintinten, hier heeft men voor zwart (of zeer donker bruin) en wit gekozen. Verrassend fris en toch aangenaam warm. Ruim geslaagd op uitstraling! Mijn tafelgenoten kwamen druppelgewijs binnenvallen, vanaf drie werden er reeds aperitiefhapjes (kop met zachte pickles) en brood gebracht. De menukaart is simpel, mooi gelay-out en degelijk (EN, FR, NL); niemand had problemen om zijn gading te vinden in het aanbod (5 voorgerechten, 6 hoofdschotels – meer moet dat niet zijn).

De bestelling wordt aan tafel gememoriseerd, en het dient gezegd, de cynici aan tafel kregen iets later gelijk: bij beide gangen kwamen verkeerde borden onze richting uit, gelukkig telkens snel rechtgezet. De vraag naar het vegetarische voorgerecht (met verwijzing naar het antwoord dat ik ontving) werd door de serveerster op een onvriendelijke manier afgedaan als quatsch. Als er iemand iets vegetarisch wou, dat hij dan maar soep zonder kalfsballetjes moest kiezen. Zo gezegd, zo gedaan – geen probleem, maar dan had ik toch liever een ander, eerlijker, antwoord ontvangen van de manager.

De garnaalkroketten (die ik aan 7 van de 10 disgenoten had aangesmeerd) waren gelukkig zeer lekker. Aan de presentatie mag wel nog iets gesleuteld worden: de citroen was groter dan een kroket en domineerde het bord. De gefrituurde peterselie zonder takje gepresenteerd lag er maar “zonder ruggengraat” op een hoopje en een stukje brood (bv op z’n soldaatjes gesneden) had zeker gemogen. Mijn tweede kwaliteitstest voor een brasserie is de américain préparé. Misschien iets te vet geprepareerd, maar verder prima van smaak en textuur. De drie moedigen die zich ook aan het rauwe vlees durfden te wagen, spraken zelfs in superlatieven. De obers lopen geregeld rond met een pot stoemp en een “schudkom” (zoals in ‘t frietkot) vol verse frietjes. De idee hierachter is zeer goed, alleen zou het leuk zijn mocht men systematisch de hele zaal rondwandelen, en zich niet voornamelijk tot de eerste tafels beperken. ‘t Is immers niet zo leuk om je conversatie tot drie keer toe te moeten onderbreken om de aandacht van een kelner te trekken. Ook elders in de zaal bemerkte ik hierover gefrustreerde uitdrukkingen. Zeer lekkere frietjes trouwens, terecht “Belgian fries” genoemd in het Engelse menu! Tot mijn verbazing koos de Oostenrijker voor stoemp als accompagnement voor zijn américain, maar klant is koning en het smaakte hem overduidelijk… Ook de andere schotels (de steak, zalm en groenteschotel) waren mooi afgewerkt en gingen vlot naar binnen. Dat men aan het einde nog rondkwam met extra stukken steak (normaal enkel voor wie dit bestelde, maar ik vermoed dat men iets guller wordt naarmate het einde van de avond nadert) werd aan verschillende tafels enthousiast onthaald.

Ik ben zeker dat Fernand David een prachtig concept met veel potentieel heeft bedacht. Alleen schort het hem nog een beetje in de details, waardoor de totaalervaring geen unaniem positief beeld achterlaat. De prijs (40 EUR per persoon) is niet astronomisch hoog, maar voor dat bedrag is er beter te vinden in Brussel. Kortom: STEAKfrit’ was zeker goed genoeg om een leuke avond te beleven, maar ik ben niet overtuigd of ik er snel nog eens opnieuw heen trek.

Share

Aboutnico

Nico. Bijna 30. Jonge vader. Blijven hangen in Brussel na studies. Ambtenaar. Gewoond in Etterbeek, Aalborg (DK), Oudergem, Etterbeek, München (DE), Schaarbeek en nu Sint-Joost-ten-Node. Levensgenieter (naar eigen gevoel), beetje workaholic (volgens anderen) - maar daaraan wordt gewerkt :-). Bierliefhebber, amateur-kok. Totaal a-muzikaal. Believer van het goede in de mens en/of maatschappij. Check www.deblauwe.be als je meer wenst te weten...