Lunch bij Les Brasseurs

Chez les Brasseurs is alleman aan het knabbelen, op het middaguur zit ik  midden Chez Les Lapins. De meeste komen van ernaast, van bij La Suisse, met een in vleespapier gehuld stokbrood onder de arm.

Er zijn de gehaasten, ze knabbelen veel te snel, onderwijl danst hun rechtervoet. Ze zijn meestal alleen, slikken en weg. Dan zijn er de tweezamen, collegae, ze eten en zwijgen, ze kijken eindeloos ver weg. Ze malen hun brood genoeglijk, nadien gaan ze nog wat onwennig zitten rondkijken tot er iemand het ijs breekt : dan steken ze een sigaretje op en bestellen nog een Hopus of Christmas.  De studenten in de hoek kunnen de twee combineren, eten, babbelen en vooral giechelen. Toch slagen ze erin met gesloten mond te eten.

De twee zakenlui in de niet-rokershoek eten heel traag, heel soms rolt hun tong over hun kiezen om hun gebit te fatsoeneren. Alles gebeurt evenwel keurig achter gesloten rolluiken. Ook zij praten, het is een werklunch, time is money. Het is eerder overleggen, een strategie bepalen, helemaal anders dan het gejaagde van het jonge volkje.  Twee snorremannen eten het traagst, alsof iedere beet dient gewikt en gewogen, de calorieën geteld. Ze praten slechts af en toe want het is duidelijk dat de maaltijd opperste concentratie vraagt.  Ze kijken over mekaars schouder. De ene heeft een tic, hij wrijft voortdurend met zijn linkerhand over zijn kin en de onderkant van zijn kaak, het lijkt wel alsof hij verlangt naar een baard of deze recentelijk heeft afgeschoren en hem nu al mist.

Een ouder koppel heeft zich helemaal achteraan geposteerd. Zij houdt haar zwarte hoedje op haar rechthoekig hoofd, hij zit blootshoofds naast haar. Vanop die plek kunnen ze het ganse café overzien. Zij hebben zelf hun boterhammen gesmeerd, ze liggen opengespreid in aluminiumfolie in het midden van de tafel. Zo spaarzaam als ze zijn met het dagelijks brood zo karig, maar gevat, is hun commentaar, slechts een paar woorden volstaan. Ze houden elk aparte bezoekers in de gaten, er wordt nooit gewezen, soms zegt de vrouw iets, hij kijkt dan argeloos naar de tafel en geeft wat aanmerkingen. Dan wordt er even gezwegen, hij ontdekt een nieuwe prooi, wat later kijkt zij onmerkbaar en ontkracht zijn waarneming. Dat bevalt hem niet, hij argumenteert lichtjes, zij reageert nog heel even. Dan is er weer stilte en nemen ze beide nog een hap. Als zij terugkomt van het toilet is er weer wat nieuw volk gestrand. Ze knikt bij wat hij vertelt, ze moeten even glimlachen. Dan kijken ze beiden naar buiten.

“Toujours la neige,” – “Oui, ça sera pour toute la semaine.”   –   Hij knikt en inhaleert. Niks meer of minder vult hun dag, zo traag als het vallen van de sneeuw.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share