De Grote Encyclopedie van de Kleine Hardloper VII

Verleden jaar ben ik erin geslaagd na diepgaand onderzoek 57 soorten joggers te onderscheiden. Alle types verdienen diepgaander onderzoek want iedere loopstijl verbergt een heel eigen karakter. Is de Soepstaatop een slof of een Nieuwe Man? Welk jeugdtrauma verloopt de Streber of is hij enkel brandend ambitieus en zoja : waarom ? Wat wil de Sneluitgebluste bewijzen? Voer voor sociologen en psycho-analytici.

In de bloeiende Joggersfauna van de Brusselse parken ben ik er weerom in gelukt een aantal unieke exemplaren te vangen die ik graag met u wil delen.

Laat ik beginnen met DeVroegeVogel, die zie je soms al om 7u door de straat scheuren. Meestal frisse jongemannen met een gezonde stijl, snel nog een rondje vóór de werkdag begint, daarachter een koude douche, spek met eieren en een glas fruitsap. Mensen die bergen verzetten op hun werk.

De Gymnastiekles: ze lopen rond de blokken van de Papenvest in onelegante sportkledij. De smalle malen hun rondjes zonder morren, de zwaardere meisjes komen bij de tweede toer al puffend vanachter de hoek. Als de juf niet kijkt stappen ze gewoon, en giechelen. Gemotiveerde turnleraressen hebben een fluitje en roepen ze terug in gang, de meer gearriveerde laten het rusten: het is hun lijf. Ze moeten het zelf maar uitzweten: de jongeluierikken.

De Langarm heeft inspiratie opgedaan in de dierenwereld. De loopstijl is heel onorthodox en kan alleen maar heel vermoeiend zijn: hij beweegt namelijk zijn armen niet. Heel grappig zicht : hij scheurt door het park aan een flink tempo maar houdt zijn beide armen strak naast zich, zonder de minste beweging: wat is daar in godsnaam het voordeel aan? Hij is niet verlamd, want soms stopt hij om het zweet van zijn voorhoofd te wissen.

Dan is er de Bange, waargenomen aan de Pantsertroepensquare. Ze heeft een miniatuurtoertje uitgetekend. Ze loopt alleen overdag, vooral in de voormiddag. Ze kijkt regelmatig rondom alsof er achter iedere hoek een onverlaat verscholen zit. Ze wijkt geen millimeter van haar parcours en begeeft zich uitsluitend op veilige paden.

In dezelfde buurt kan je de GSM-emmer treffen. Hij loopt al bellend of belt al lopend? Aan de andere kant van de lijn kan men hem verwarren met een Hijger: een hardnekkige afwijking en een heel ander type. Gevaarlijk speelgoed. Ik zou even stoppen maar daar heeft hij blijkbaar geen tijd voor: Time is Money. Een GSM heet niet voor niets een mobieltje.

De meest opvallende in deze lichting was de Strompelaar. Van deze jongeman was ik niet zeker. Toen hij voor mij liep in het Elisabethpark twijfelde ik heel erg : is deze man dronken of slingert hij zich door het park? Bij nader toezien was hij wel degelijk een Strompelaar, maar van de hele erge soort.  Het lopen is voor deze jongeman een straffe Gods, als een wandelend lijk strompelt hij wankel over en weer, totaal stuurloos en verdwaasd. Een fataal schot in de onderrug doet men vreselijk zwalken. Zometeen valt hij, als een blok, met een langgerekte doodsreutel. Maar het gebeurt niet, de strompelaar blijft overeind, de hele  dreef lang in het Park.

Meer van deze soort en vele anderen : binnenkort in de Grote Encyclopedie, aflevering VIII.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share