Het Achterhuis

Laag na laag wordt afgepeld, hier en daar worden de wonden behoedzaam blootgelegd en gesoigneerd, men aarzelt nog om te amputeren, wellicht kunnen er nog gave delen worden gespaard of prothesen die het gehavende lichaam kunnen stutten. Waarom duurt het zo lang ?

Er schuilen vele geheimen in het kleine huizenblok aan de Onze-Lieve-Vrouw van Vaak. Heel langzaam worden de huizen gestreept. Het muffe uitgewoonde, mazout, zwammen, zure soep. De roest van oude castrollen – een zwarte kater, gele ogen.

Iedere nieuwe holte lijkt een nieuw verhaal te verbergen. Zie ik daar geen trappenhall die nergens begint en dan weer uitgeeft op een buitenvenster. Waarom ? Wie woonde daar met zijn neus in de hall van zijn buren ? Of het peilloze diepe binnenkoertje, waar eindigt het, waar begint het ? De voordeur van het eerste huis blijkt de achterdeur van het tweede. In de kleine nis stond een beeldje, maar het is weg, wie nam het mee ? Werd het argeloos gedumpt ? Het had zoveel kunnen vertellen. Hoeveel gezinnen woonden er tussen, onder, boven mekaar in de smalle Wekkergang ? Hoeveel Joodse families leefden hier ondergedoken in de talrijke achterhuizen ? 

Zie, daar is weer een nieuwe spelonk blootgelegd. Ook de kelders hebben hun diepe donkere raadsels. Wie woonde er achter het smalle deurtje achteraan ? Een flits, af en toe, een late auto. Enkel een vermoeden. Waarom is er geen trap in de kelder ? Ik lees op de gevel de contouren van de oude kamers, maar er is meer in deze huizen.

De geest van de Coin du Diable dwaalt nog in deze wijk. De duivel laat zijn hoek niet los.

Duivelshoek, oktober 2O11.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share