Terugblik: het jaar van de vlinder (2)

In de tweede aflevering van ons jaaroverzicht passeren o.a. de revue: het rookverbod in de horeca, de zwerfvuilproblematiek, de leefbaarheid van Molenbeek, gevallen van agressie tegen holebi’s, de plaag van het wildparkeren, de Zuidfoor, een frietkotapp, de programma-automaat aan de ingang van het vroegere Filmmuseum en een zomerse tentoonstelling in de Bozar.

Mei

Het vuilnisprobleem weegt op een stad als Brussel. Niet enkel lijdt haar imago schade, maar de mentaliteit onder de Brusselaars wijzigt in de negatieve richting. Ik betrap me er zelf vaak op dat ik meer en meer wen aan de hopen rommel en sluikstort. Is gewenning misschien het ideale lapmiddel om frustraties uit de weg te gaan?  (Tommeke, Tommeke, wat doe je nu?)

Geen rush, geen haast, geen haantjesgedrag. Geen toeterende wagens, even ligt het leven stil.  Er ontstaat poëzie die opstijgt uit de diepe kuilen en open riolen. Is daar geen glimp merkbaar van de oude Zenne? Een bouwvakker spuwt zich in de handen vooraleer hij zijn spade grijpt, een man rolt een sigaret. Er zijn te weinig wegenwerken in Brussel. (De Metamorfose van de Wegenwerken)

Onlangs dan, zonder een vergunning ervoor te vragen – hoeveel jaren moet je niet in Brussel op die vergunningen wachten? – werd een heus, frivool auto- fiets- en speelparcours op de Nijverheidskaai aan het Driehoeksplein met witte spuiverf uitgetekend. En plots kwamen ook kinderen deze plek bevolken! En dan, ja het hoeft niet steeds zo moeilijk te zijn, werden bij de Gemeente, bij de Koning Boudewijnstichting fondsen gevonden om ook enkele speelelementen op het Driehoeksplein te installeren. Een atelier met sociale inschakeleconomie uit de buurt hielp mee om de speeltuigen te verankeren in een aangebrachte betonlaag, en zo verrees warempel een heerlijk leuke speelplek voor kinderen uit de buurt. (Feest op het Driehoeksplein in Molenbeek)

Juni

De werknemers hebben recht op een rookvrije werkstek. Andere klanten mogen niet gedwongen worden passief te roken, want dat kan kanker veroorzaken. De horecazaken kunnen met gelijke wapens strijden. De ervaring uit het buitenland leert dat de omzet niet hoeft te dalen, welintegendeel. Rokers hebben nog altijd de mogelijkheid met gelijkgestemden buiten te roken en kunnen van de gelegenheid gebruik maken om te smirten. (De laatste sigaret op café)

De diagnose is al eerder gesteld: structurele sociale problemen, het bestaan van een illegale economie, het gebrek aan een gecoördineerde veiligheidsaanpak én eenzijdige berichtgeving door de media. Maar hoe houden we Molenbeek leefbaar? Hoe vermijden we het om in een wij-en zij-verhaal te verzanden? Blijft de conclusie overeind die op deze site in 2010 stond in verband met zero tolerance: “Armoede, werkloosheid, uitzichtloosheid, normvervaging, verpaupering. Brussel heeft jarenlang wijken laten verrotten en ik heb de indruk dat ze nu de open wonden proberen te genezen met een pleistertje”? (Is Molenbeek onleefbaar?)

De app, die eenvoudigweg “Fritkots Bruxelles” heet, kost 1,59 euro. Voor die prijs krijg je niet alleen een overzicht van 49 Brusselse frietkoten, maar ook een top-10. Bovendien wijst de applicatie de kortste weg naar elk van de frituren en duidt een icoontje aan of het frietkot op dat ogenblik open of gesloten is. De app bevat ook heel wat randinformatie en een ludiek opgevat frietwoordenboek. Voorlopig is de app enkel in het Frans beschikbaar. Hopen dus dat een Nederlandstalige frietfanaat mee wil werken aan een Nederlandstalige versie. (Brusselse frietkotengids voor de iPhone)

Een andere goeie vriend wees op het verschil tussen een gewone ‘ruzie’ en ‘gaybashing’, zoals we dit kunnen noemen. Een gewoon ‘gevecht’ is meestal tussen twee mannen of een paar mensen en is eerlijker, ‘menselijker’. Maar dit is iets helemaal anders dan met een grote groep laf inslaan op 1 jongen, bij sommigen duidelijk met de bedoeling om hem te doden, omdat je vindt dat hij geen recht heeft om te bestààn. (Leven en onmacht in Brussel)

Waarom groeten fietsers mekaar niet in Brussel? Is de afdaling van de Mont Ventoux op een zwarte Suzuki gevaarlijker dan het kruisen van de Barrière of de oversteek van de Kleine Ring? Ik dacht van niet. Ook wij zijn broeders in het verkeer die het gevaar en de risico’s van de Brusselse boulevards tarten. Wij maken geen lawijt, er kan behalve een opgestoken hand zelfs nog een vriendelijk woord af: “Hoi Trapper! Salu Cyclist!” (De Vrolijke Fietsers)

Terwijl het gros van de groep pubers waarschijnlijk op een terras één van hun eerste pinten ging drinken, ging ik samen met een klasmaat hopeloos op zoek naar de FNAC, een boeken- en muziekwinkel waar je naar het schijnt alles, maar dan ook werkelijk alles kon vinden. Dat was de tijd dat er in Oostende enkel een fluttige Standaard boekhandel was, geen Corman, en dat dingen bestellen via internet nog onbekende toekomstmuziek was. Mijn klasmaat wist dat de FNAC ergens richting Noordstation was, maar we liepen over de Keizerlaan consequent richting Zuidstation. We vonden onszelf heel dapper maar vonden het Walhalla niet. (Herinneringen aan Brussel deel 1: van viaduct tot zoektocht naar de FNAC)

Juli

Het zal wel zijn dat er urgenter problemen zijn om aan te pakken. Het ineenslaan van homoseksuele medeburgers. Of de zure woningnood, het drama van de jeugdwerkloosheid, de aanpak van dealers en junkies in de Maritiemwijk. Maar het is natuurlijk geen verhaal van ‘of of’ maar een ‘en en’-historie. Dat soort volk zware boetes opleggen komt alleman ten goede. De passanten en gebruikers van de pleinen e.a., en het spijzen van de povere stadskas. Daardoor kan men dan weer agenten inzetten die zorg dragen voor het welzijn van de stadsbewoners. Het is maar een idee. (Wildparkeerders : in de vuilbak !)

Als je als kelner in de Europese hoofdstad staat te paraderen, mag je het Nederlands echt wel machtig zijn. Je mag het eens te meer als die hoofdstad op zich al een tweetalig statuut heeft. En al ken je geen woord, leer dan gewoon je twee pagina’s tellende drankkaart uit het hoofd! Om een punthoofd van te krijgen, die koppigheid. Veel zin om mijn verfrissende glas perziksap -quoi? perziksap; pardon? perziksap; quoi? JUS DE PÊCHE!! aaah, jus de pêche!- in haar Cruella de Vil-gezicht te gooien! Soms, heel soms, denk ik dat de  Franstaligen echt geen moeite doen! (Over Vlaamse leeuwen, papieren irissen en een glas perziksap)

Augustus

Bewaar ons van onze niet-realistische verwachtingen. Heilige Joëlle, bid voor ons. Bewaar ons van onze extremistische culinaire bekoringen. Bartolomeus de Zware, bid voor ons. Verlos ons van het onhoudbaar status-quo. Olijk duo van de Wetstraat, bid voor ons. Verlos ons van het Germano-Romeins embroglio. Alberto due, bid voor ons. (Kliekjesdag voor de lapjeskat)

Welke taferelen hebben zich afgespeeld in de vernielde kamer? Is de vrouw met het haarnetje en het met een doek bedekte dienblad op weg naar een bejaarde die ze verzorgt? Wat drijft de slapeloze man om op de koude vloer onder de keukentafel te gaan liggen? Waarom heeft het trosje Noord-Amerikaanse indianen zo een troosteloze, industriële plaats uitgekozen voor hun eigen ‘déjeuner sur l’herbe’?  Ook de commentaar op de audioguide geeft geen uitsluitsel. Kunst roept meer vragen op dan ze beantwoordt. En mag te allen tijde storen en hoeft zich daarvoor niet te verontschuldigen. (Het raadselachtige universum van Jeff Wall)

Ook toen had het Filmmuseum twee zalen: ééntje voor een dertigtal mensen waar de stille films begeleid werden op piano, en de grotere zaal. Twee donkere zalen waar de geur door gebrek aan ventilatie bij momenten niet te harden was, zeker als het warm was buiten. Het filmmuseum werd mijn tweede living. Als cinefiel ging ik er dikwijls tot tweemaal per week, zowel om films uit de canon van de filmgeschiedenis te zien, als om films te ontdekken waar ik wel al over gelezen had maar nog geen glimp van gezien had. Toen publiceerde het Filmmuseum zijn maandelijks programma nog op een minuscuul vouwblaadje, dat je voor 20 frank uit een soort sjiekenbak kan halen aan de ingang. Het maandprogramma zat dan opgevouwd in een kartonnen omhulsel de grootte van een luciferdoosje. (Herinneringen aan Brussel deel 3: de grote sprong)

Voor buurtbewoners zoals mezelf is het vijf weken lang op de tanden bijten want uiteraard moeten die 1,3 miljoen bezoekers ergens hun auto kwijt of lijkt onze trottoir voor sommige onder hen de ideale plek om hun verorberde frietjes, oliebollen en popcorn terug uit te braken. Gratis en voor niets krijgen we meezingers, top-30 hits en beklijvende oneliners als “Blijven zitten tijdens het draaien”, “nog een rondje, allezhuppa”, “oe-oe-oelala, pong-beep-pong”,… echo-gewijs op ons terras geserveerd. Om 1u of 2u ‘s nachts dimmen de boxen en kunnen we eindelijk van de stilte genieten. Helaas slapen we dan meestal al. (Blijven zitten tijdens het draaien)

Ik ben – helaas – te veel gehecht aan vlees en vis om vegetariër te worden, maar sta open voor vegetarische alternatieven, om redenen van dierenwelzijn, gezondheid en milieu, maar ook omdat het heel lekker kan zijn. Onlangs moest ik op restaurant een keuze maken tussen vlees, vis en vegetarisch. Ik koos voor het laatste en kreeg de opmerking van vrienden of ik misschien vegetariër geworden was. Maar zeg nu zelf: niets tegen frietjes met stoofvlees, maar is een groentestoofpotje met tofu, kokos, rode curry en jasmijnrijst niet een tikje verfijnder? Het bleek een gastronomische voltreffer. (Wat schaft de vegetarische pot?)

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.