Chanson verovert Vlaams Parlement

Er zit muziek in de Franse geschiedenis. En het Franse chanson is goed voor heel wat grandes et petites histoires. Dat blijkt uit het boek Chanson. Een geschiedenis van Frankrijk, dat de auteur Bart Van Loo vandaag tijdens een onderhoudende causerie voorstelde op de Literaire Loketten in het Vlaams Parlement. Het talrijk opgekomen publiek, onder wie veel vijftigers en zestigers, mocht zowaar raden, meezingen en zelfs dansen op Alexandrie Alexandra. Frans was voor één keer bon ton in het huis van de Vlaamse volksvertegenwoordigers.

Het vertrekpunt van de badinerende monoloog was de Pont Neuf. Vanop de oudste brug van Parijs kun je volgens Van Loo een blik werpen op de hele geschiedenis van Frankrijk, van Clovis tot Sarkozy. Op de brug traden ook straatzangers op, die de basis legden voor het Franse chanson. Een aantal grappige anekdotes en verrassende weetjes over liedjes en hun zangers en zangeressen, afgewisseld met geluidsfragmenten, passeerden de revue. Een selectie:

  • Bruxelles van Jacques Brel brengt het bruisende Brussel van de Belle Epoque en de ci-né-ma mu-et weer tot leven. Op het einde valt de muziek echter bruusk stil. De Eerste Wereldoorlog brengt dood en vernieling, gesymboliseerd door een hinnikend paard.
  • Edith Piaf schreef La Vie En Rose in 1945 na de bevrijding van Parijs. Ze was toen samen met Yves Montand, die als tiener in Marseille voor kapper leerde.

  • Welk nummer is Parijser dan Aux Champs Elysées van Joe Dassin? Het is nochtans een cover van het zeer Engelse Down Waterloo Road, geschreven door Mike Deighan en Mike Walsh. Een van de ultieme songs van Frank Sinatra, My Way, heeft dan weer Franse roots. Claude François schreef het origineel Comme D’Habitude naar aanleiding van zijn breuk met France Gall.
  • De piepjonge France Gall scoorde in Frankrijk in 1964 een hit met Sacré Charlemagne, een lied over Karel de Grote, de uitvinder van de school.  Een jaar later won ze voor Luxemburg het Eurovisiesongfestival met Poupée de cire, poupée de son (wassen pop, pop van zemelen of sprekende pop), geschreven door Serge Gainsbourg. Die schreef voor haar een volgend nummer: Les Sucettes, een wel heel dubbelzinnig lied over een meisje dat graag aan lolly’s likt. Gall wou het op latere leeftijd niet meer zingen omdat ze er te oud voor was geworden.
  • Serge Gainsbourg zorgde in 1979 voor ophef door een lome reggaeversie van de Marseillaise op te nemen. Het refrein, gezongen door achtergrondzangeressen, luidt Aux Armes Et Cétera. Tien jaar eerder nam hij met Brigitte Bardot het hijgerige Je t’aime, moi non plus op. Bardot krabbelde echter terug, zodat Jane Birkin met het nummer in één klap beroemd werd.
  • Gilbert Bécaud, bekend van o.a. Et maintenant, droeg altijd een bolletjesdas als eerbetoon aan zijn moeder en als herinnering aan het begin van zijn carrière. Als jonge pianist werd hij in een bar afgewezen omdat hij geen das droeg. Zijn moeder scheurde een stuk van haar blauwe bolletjesjurk, waarvan hij een das maakte.

Op de website van Bart Van Loo vind je meer informatie over het boek en een verzameling filmpjes. Op het volgende Literair Loket op 14 maart leest Saskia de Coster haar citybook over Skopje voor.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.