Tussen Mortier en Goethe

Gerard Mortier was deze week nog eens in Brussel te beleven. Van 1981 tot 1991 was hij opera-intendant van de Muntschouwburg. Na omzwervingen in Salzburg, het Ruhrgebied en Parijs is hij nu directeur van het Teatro Real in Madrid. Maandag nodigde het Goethe-instuut hem uit voor een gesprek over zijn Duitsland. De 68-jarige Gentenaar toonde zich ook in het Duits als een onvermoeibare spraakwaterval, een bevlogen muziekliefhebber, een Europese denker en een beschavingscriticus.

Zijn kennis over de opera heeft Mortier naar eigen zeggen volledig aan Duitsland te danken. De interesse heeft hij meegekregen van zijn ouders, een bakkersechtpaar. Als jongeman al spelde hij het vakblad Opernwelt uit. Hij herinnert zich nog goed dat hij in Keulen naar zijn eerste opera, Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss, ging. Na zijn aanklacht over het Gentse operabeleid in 1970 was hij  achtereenvolgens artistiek directeur in Düsseldorf (1972-73), Hamburg (1973-77) en Frankfurt (1977-79). Van 2002 tot 2004 was hij de eerste intendant van de RuhrTriennale. Enkel in Berlijn kon hij geen voet aan de grond krijgen. Drie maal liepen de besprekingen spaak.

Hij heeft in al die jaren een sentimentele band met Duitsland opgebouwd. Tegelijk heeft hij de geschiedenis en de literair-filosofische canon uitvoerig bestudeerd. Het is het meest democratische land waarin hij al gewerkt heeft, zegt hij, omdat het zijn verleden grondig onderzocht heeft, omdat burgerinitatieven er een grote waarde hebben en omdat er in het federalisme evenwichten en controlemechanismen zijn. Waar hij niet van houdt? Carnaval en dronken feestvierders op Mallorca, de zeventiende deelstaat van Duitsland.

Het gepassioneerde betoog van Mortier ging alle richtingen uit, sprankelde en verveelde nooit. Europa en de eurocrisis passeerden de revue, de Arabische lente en Wikileaks, maar ook de decadente consumptiemaatschappij waarvan enkel kunst ons bewust kan maken. Hij ging tekeer tegen de reuzeaffiches van H&M met David Beckham in zijn onderbroek, hersenloze tv en de oppervlakkige communicatie via Twitter en Facebook.

Uit al die polemische terzijdes bleek enerzijds een onbetwistbare liefde voor schoonheid en waarheid, maar anderzijds ook een ivorentorenmentaliteit. Tenslotte maakt Gerard Mortier als goed betaalde operadirecteur deel uit van het kapitalistische systeem dat hij meent te bestrijden. Opera blijft bovendien een elitaire kunstvorm voor de happy few en schotelt vooral escapisme voor. Sociale media blijken een communicatiemiddel te zijn voor de jonge democratiebeweging in de Arabische landen – en wie kan daar tegen zijn? Was de boekdrukkunst misschien ook een slecht idee omdat alle informatie plotseling razendsnel over de wereld verspreid werd? Kortom: Gerard Mortier springt als intellectueel vlot van Seneca over Franz Werfel naar Norbert Elias, maar weet hij daarom wat er nu leeft bij de mensen? Misschien moet hij toch eens deelnemen aan het Duitse carnaval. Of een Twitter-account openen.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.