Lentekriebels

Op een doordeweekse namiddag in deze milde lente wil een mens wel eens de vrije natuur in. In één van de groenste (dé groenste?) hoofdsteden van dit deel van de wereld kan je dit zonder veel dralen welhaast meteen waarmaken.

In het Neerpede dat twijfelt tussen het steedse leven of de dampende akkers van het Pajottenland is  het dus heerlijk vertoeven voor deze stadsmens wiens roots onvermijdelijk aan de zolen blijven kleven. Soms heeft dit landschap overigens verbazingwekkende vergezichten.

Zoals de twee volmaakt naakte lichamen die zich wellustig wentelen in het jonge gras van de lentegroene weide. Dit is ontegensprekelijk het begin van een nieuw seizoen. Hoe schoon en onbevangen is de Vrije Natuur. Hoe sprankelend, hoe pittig, hoe bronstig is het jonge leven. Zie hoe alles groeit en zindert, het kiemen van de jonge plantjes, het zaad dat wellustig gedijt. Hoort de knopen die ontwaken, zie de bloesems die ontspringen, het bloeien van de struik in het gewas, hoort het gehinnik van de jonge hengst op de wei.

Welk een vreugde dat de natuur zo weelderig mag ontluiken in de vroege lente van deze stad. Zou men het tolereren in Antwerpen, waar nog niet zolang geleden de fenomenale feminateek werd verbannen ? Of aan het Brugse Minnewater ? In het Mechelen van Leonard ? In Aalst daarentegen passeert dit dan weer moeiteloos. Maar in pakweg Kaboel of Teheran wordt je al voor minder geradbraakt.

We leven in een luilekkerstad, maar we willen het niet geweten hebben.

meeroverbrussel : hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share