De boer op in Brussel

Landbouw in Brussel. Het lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Toch zijn er wel degelijk 21 landbouwbedrijven in het Brussels gewest, die samen 268 hectare cultuurgrond bewerken. Naast graangewassen (tarwe, maïs, gerst, haver) en groenten telen boeren er snijbloemen en bloemen in pot. De Brusselse veestapel telt onder meer 238 runderen, 29 paardachtigen en 366 stuks pluimvee. Maar er is meer dan professionele landbouw. Als je de trein naar Schuman neemt, kun je niet naast de volkstuintjes kijken. Meer en meer stedelingen zijn in de ban van landbouw: ze telen hun eigen groenten en kruiden in hun tuintje of op hun balkonnetje, ze imkeren of ze sturen hun kinderen naar de stadsboerderij.

Een studie van het Departement Landbouw en Visserij uit 2010 wees er al op dat de traditionele grenzen tussen stad en platteland in ons verstedelijkte land vervagen. Wereldwijd is stadslandbouw in opmars.

De traditionele scheiding tussen stad en platteland, waarbij de stad was voorbehouden voor de industrie en het platteland voor de landbouw, vervaagt. Functies als wonen en industrie vinden hun weg naar het platteland maar ook landbouw vindt opnieuw zijn weg naar de stad: in ontwikkelingslanden is stadslandbouw een overlevingsstrategie (voedsel) en in het westen biedt stadslandbouw antwoord op de stedelijke vraag naar duurzame, groene en leefbare steden, lokaal geproduceerd voedsel, educatie, ontspanningsmogelijkheden, open ruimte, een mooi landschap, etc.

Nog volgens de studie heeft stadslandbouw een aantal voordelen, op sociaal, economisch en ecologisch vlak. Zo draagt hij bij tot de voedselzekerheid van de groeiende stedelijke bevolking en voornamelijk van arme en benadeelde groepen. Voedsel uit stadslandbouw legt minder afstand af tot de consument, waardoor het verser is en het aantal  voedselkilometers beperkt blijft. Stadslandbouw draagt bij tot de leefbaarheid van de steden door bepaalde ruimten in of rond de stad open te houden. Stadsboerderijen kunnen een positief effect hebben op het welzijn, zijn een goed middel voor educatie over voeding en gezondheid en kunnen recreatie en vrije tijd aanbieden. Tot slot zitten de stadslandbouwers dichter bij de markt, waardoor ze een beter zicht hebben op de vraag en ze erop kunnen inspelen.

Uiteraard is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Stadslandbouw kampt ook met nadelen. Kan de voedselveiligheid gegarandeerd worden als lucht, water en bodem vervuild zijn? Kunnen landbouwers optornen tegen de grondschaarste nabij stedelijke gebieden? Slagen ze erin om bouw- of milieuvergunningen te krijgen en klachten over geur-, lawaai- en verkeershinder te voorkomen? Lopen ze meer risico op vandalisme?

In Brussel zijn er alvast een aantal agrarische projecten die aandacht verdienen:

  • Kunstenares Annemie Maes heeft in hartje Brussel een ecologische tuin op het dak van een parkeerterrein, waar ze groenten en kruiden kweekt en honingbijen houdt. “De mediterrane planten doen het hier heel goed. Je kunt het vergelijken met het zuiden van Frankrijk soms,” vertelde ze aan TV Brussel.
  • Een ander initiatief dat gebruik maakt van daktuinen is Klorofil. De eerste vaste moestuin van het project op het dak van de oude Bellevue-brouwerij in Molenbeek droeg de principes van recycleren, passiefhuizen en cradle to cradle uit. Initiatiefnemer Hans De Man haalde zijn inspiratie nota bene uit Afrika, verklapte hij in 2010 aan MO*. Nu er ambitieuze plannen bestaan om de Bellevue-site om te toveren in twee hotels en een opleidingscentrum voor de horeca, wijkt Klorofil uit naar een nieuwe locatie op het dak van de Koninklijke Bibliotheek.
  • Kraker-kunstenaar Jeroen Peters legde op een braakliggend terrein van 11.000 m2 op de hoek van de Ninoofsesteenweg met de Alfonse Vandepeerenboomstraat in Sint-Jans-Molenbeek een openbare stadstuin aan. Het is een tijdelijke groene long in de stad, met veel bloemen en plekken om te zitten. Over een paar jaar worden er op het terrein sociale woningen gebouwd.
  • De vzw Le début des haricots beheert meerdere gemeenschapstuinen waar buurtbewoners samen groenten en fruit telen. De vereniging wil ook via scholen kansarme en jonge doelgroepen bereiken. Het project kleurentuin’ bevat een theoretisch gedeelte over milieuvraagstukken en gezonde voeding en een praktijkgedeelte, waarin kinderen zelf seizoensgroenten zaaien, telen en oogsten.
  • Eco Innovation beheert in Anderlecht moestuinen met uiteenlopende doeleinden. De groentetuinen produceren verse kwalitatieve voeding voor de lokale markten. Buurtbewoners kunnen bovendien tegen een symbolische financiële bijdrage kleine stukjes grond bewerken en kunnen daarbij een beroep doen op een uitgebreide dienstverlening, zoals advies en uitleenbaar materiaal.
  • De Boerderij van het Maximiliaanpark wil kinderen, vooral uit sociaal achtergestelde milieus, iets bijbrengen over dieren en milieuzorg en knoopt tegelijk relaties aan met de wijk. De boerderij creëert ook open ruimte in de sterk bebouwde omgeving van de Noordwijk.
  • Het project NatureWorks Vrije Universiteit Brussel stimuleert in de Oude Hoogstamboomgaard onderzoek, onderwijs en activiteiten die bijdragen tot de transitie naar een duurzame maatschappij. Vrijwilligers van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu komen eind juni de fruitbomen snoeien en eind september maaien. Naast de boomgaard bevindt zich een terrein met 140 volkstuintjes.

En hoe zit het met jouw groene vingers? Schuilt er een stadslandbouwer in jou en inspireren de bovenstaande projecten jou? Een aflevering van Bruxelles dans le vert van Télé Bruxelles zet je op de goede weg als je met een moestuin wilt beginnen.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.