Het onveiligheidsdebat

Is Brussel een roversnest zoals sommigen wel durven te beweren? Zijn sommige wijken in Brussel beter te mijden? Met de regelmaat van de klok staan kranten bol van opinies over hoe onveilig Brussel kan zijn en waarom dat dat zo is. Much ado about nothing? Faits divers? Is Brussel niet even (on)veilig als eender welke grootstad? En zit het allemaal niet ‘in het koppeke’? Het hele land heeft een opinie  over (on)veiligheid in Brussel, maar wat denken Brusselaars zelf? Het collectief Wij Brusselaars organiseerde op donderdag 3 mei een publieksdebat met opiniemaker Luckas Vander Taelen en politiecommissaris Saad Amrani. Een verslag.

Foto & tekst: Wij Brusselaars

Het was drummen in het Ritscafé. Het publiek is talrijk opgekomen: jong, oud, man, vrouw, links, rechts, centrum en  averechts. Tijdens het debat en achteraf aan de toog viel de verscheidenheid van het publiek op. Veiligheid is duidelijk een hot item in Brussel en laat weinigen onberoerd. Niet het minst door het recente geval van brutale agressie, waarbij MIVB-controleur Iliaz Tahiraj werd doodgeslagen. Onder begeleiding van Xavier Taveirne (Radio 1) lieten Luckas Vander Taelen en Saad Amrani hun licht schijnen over een vijftal stellingen die Wij Brusselaars hen voor de voeten wierp. Het publiek volgde met stembakjes in de hand en kreeg desgewenst een micro-baladeur onder de neus geschoven.

Laksheid

“Ik  voel mij altijd op mijn gemak in Brussel” Zo luidde de eerste stelling bij wijze van opwarmer. Een ruime meerderheid verklaart zich eigenlijk wel op zijn gemak te voelen in Brussel. Vander Taelen weet dat te bevestigen. Het is niet zozeer de veiligheid maar wel de laksheid die in Brussel vele verschijningsvormen heeft. Dat gaat van sluikstorten over indringende urinegeuren in metrostations tot verkeersagressie in de Brusselse straten. In Brussel heerst een klimaat van je m’en foutisme.  Dat is niet alleen het geval in de armere centrumwijken maar ook in de  zogenaamde betere wijken. Op het stuk Louizalaan dat grenst aan de  kleine ring, beter bekend als le goulet, wordt er duchtig wildgeparkeerd door het ‘rijkere’ segment van de Brusselse bevolking.

Moeilijke context

Als je Brussel vergelijkt met andere grootsteden is Brussel een relatief veilige stad, vervolgt Amrani. Maar er zijn problemen en die kan je niet ontkennen. Om het juiste voorschrift te krijgen moet je de juiste diagnose stellen. De kleine overlast is inderdaad een probleem en bezwaart het samenleven in de stad. In Brussel heb je een toevloed van  mensen uit alle windstreken die er een verschillende perceptie op nahouden over gebruik van het openbaar domein. Bovendien hernieuwt de helft van de Brusselse bevolking zich in de armere centrumwijken om de tien jaar. In die context is het moeilijk om een cultuur van burgerzin op te bouwen.

Après nous le déluge

Een van de grote onderliggende problemen is het gebrek aan eenheid van  bestuur volgens Vander Taelen. 19 gemeenten en 6 politiezones telt Brussel voor een stad van amper 1,2 miljoen inwoners. Bij het busincident in maart twitterde de Molenbeekse burgemeester vrolijk dat het ongeval niet gebeurd is in zijn gemeente Molenbeek. Dat karakteriseert veel lokale politici: après nous le déluge. Moeten we dan streven naar één politiezone? Amrani denkt van niet. Overlast bestrijd je door een politie die dicht bij de bevolking staat en daar zijn de  gemeentes of zelfs de huidige politiezones het geschikte niveau. Je hebt een metropolitane politie en nabijheidspolitie nodig. De Brusselse politie investeert meer en meer opnieuw in de “wijkagent”.

Flikken uit Brussel?

“Maar waar is dan die wijkagent?” “Wie is mijn aanspreekpunt in de wijk?”,  oppert het aanwezige publiek. Als je je in Antwerpen settelt krijg je vrij snel een folder in de bus met daarin een voorstelling van de wijkagent en zijn contactgegevens. In Brussel is dat onbestaande. Een ander probleem volgens Amrani is dat politieagenten vaak mensen zijn die van buiten de stad komen en die onvoldoende vertrouwd zijn met de problematieken van de grootstad. Maar het blijkt ook niet eenvoudig te  zijn om te recruteren onder Brusselaars. Kampt de Brusselse politie met  een imagoprobleem onder jonge Brusselaars? Misschien. De politiezone in Brussel Stad is zich hiervan bewust en trekt daarom naar scholen om zichzelf voor te stellen.

Korte rokken

“Een  veilig Brussel is er één met korte rokken”, was een andere stelling. Iedere vrouw in Brussel kent wel een paar anekdotes waarbij ze allerlei onfrisse seksistische frases naar haar hoofd geslingerd krijgt. Volgens Amrani kan je hier moeilijk een politioneel antwoord op geven. Het gaat om een cultureel probleem dat aangepakt moet worden via onderwijs en  opvoeding. Vanuit de zaal wordt er opgemerkt dat de politie dat probleem ook onvoldoende ernstig neemt. Als je met een klacht over seksistische intimidatie naar de politie stapt, bots je vaak op onverschilligheid. Hoewel er ook verhalen zijn van empathische politieagenten. Voor elk negatief verhaal is er wel een positief verhaal. Dat is ook Brussel.

Zero tolerance?

De vierde stelling luidt “Zero tolerance is de oplossing”. De veiligheids- en overlastproblemen in Brussel zijn multicausaal. Je kan ze niet los zien van de socio-economische achterstelling, repliceert Amrani. En dan  is er de justitie die het goede werk dat vaak op het terrein geleverd wordt tenietdoet. Boefjes die  opgepakt worden, staan na enkele dagen terug op straat. Dat voedt mee een  cultuur van straffeloosheid in Brussel. Ondanks het feit dat alle  sociale indicatoren in het rood staan in Brussel is de boel nog niet ontploft. Dat hebben we ook te danken aan een fijnmazig net van verenigingen en organisaties die al die jongeren die uit de boot vallen toch nog perspectief bieden. Ik houd mijn hart vast als men daar ook op gaat besparen, aldus Amrani.

Vander Taelen pleit voor een nieuw sociaal contract: we hebben criminaliteit omdat veel jongeren geen perspectieven hebben. Zero tolerance lost niet alles op, we moeten een contract afsluiten met de jongeren. We bieden hen garantie op een goede opleiding maar moeten ook vragen dat ze zich gedragen als correcte burgers.

Volgende afspraak

Op 14 juni, om 20u, gaat Wij Brusselaars opnieuw in debat in het Ritscafé. Ditmaal is het thema onderwijs. Vlaams Minister van Onderwijs Pascal Smet en filosoof Philippe Van Parijs zijn te gast. Bert Reymen modereert de avond en Joost Vandecasteele zorgt voor een  kritische reflectie achteraf. Je kunt je alvast inschrijven op de Facebook-eventpagina.

Share
  • Thijs

    Interessant om dit soort verslagen hier te lezen. Meer van dat graag!