Comme des cochons!

tekst FR: Pierre Duys (je me souviens de bxl), vertaling: BrusselBlogt

Je me souviens, au Coq, face à la Bourse, Jacques Brel y passait, paraît-il, souvent. J’étais un moutard mais je l’ai vu, c’est sûr. Trente ans plus tard, la serveuse m’affirme que c’était l’un de ces bistrots préférés, à Bruxelles. L’ambiance a changé, je suppose, même si l’aspect de la salle, ses banquettes brunes, son carrelage blanc et jaune et la vitrine mangeant un poil du trottoir sous des trétaux boisés doivent être proches, sinon identiques, à ce qu’ils furent à l’époque.

Des édentés boivent des pils. Des artistes. Des paumés. Le fonctionnaire avant de prendre “son” train pour la province. Le stoeffeleir du coin. Des bonnes femmes blondes aux seins protubérants qui t’accostent et te disent: “Alors, beau gosse, mon chéri, je m’appelle Cathy, tu prends une pils, une fois ? ”

Je me souviens que mon vieux chantait dans sa voiture décapotable, à tue-tête, la chanson des bourgeois. J’étais à l’arrière, j’avais le vent dans la face. Je me souviens, j’adorais le refrain et le rythme, cette irrésistible ascension. Je ne savais pas trop ce qu’était un bourgeois mais je sentais bien que c’était une sorte de connard. Des étudiants brailleurs devenus juge et flic. C’est lorsque le vieux s’est dévoilé dans toute sa splendeur, lorsqu’il quittât l’esprit brailleur, que j’ai compris le vrai sens de cette chanson.

Bij de beesten af!

Ik herinner me, in Le Coq, recht tegenover de Beurs. Jacques Brel kwam er vaak over de vloer, zei men toen. Ik was nog een dreumes maar ik heb hem er gezien, zoveel is zeker. Nu twintig jaar later krijg ik de bevestiging van de serveerster, het was een van zijn favoriete tavernes. De sfeer zal er nu wel anders zijn maar de inrichting is ongewijzigd gebleven. Bruine banken, het wit-geel patroon van vloertegels  en het venster, wat vooruitgeschoven op het door bomen beschaduwd trottoir, het is er nog als in de tijd, als het al niet helemaal ongewijzigd bleef.
Je houdt het niet voor mogelijk wat soort volk je hier ziet. Vaste klanten die er hun pils komen drinken. Artiesten en zakenmensen. In een hoek  een wat verwaand manspersoon die luidruchtig zijn mening verkondigt. Aan de toog een ambtenaar die, voor hij ‘zijn’ trein van alle dag naar de thuisbasis in de provincie neemt, er nog even aanloopt. En vrouwen met verwachtingen, blond en voorzien van prominente boezems. Ze vleien zich naast je neer en zeggen: ‘Mooie jongen, ik heet Cathy. Je drinkt toch een pilsje voor mij, schat?’

Ik herinner me mijn vader in zijn décapotable, zonder hoed op, hij zong Les bourgeois. Ik achterin, haren in de wind. Ik herinner me hoe ik weg was van het ritme en het refrein, dat niet te weerstane aanzwellen. Ik wist niet echt wat een bourgeois was maar het moest wel een soort smeerlap zijn, een brallende student die rechter of politieagent werd. Pas toen mijn ouwe in alle glorie zijn ware aard prijsgaf en het brullerige achter zich liet, verstond ik de betekenis van het lied.

 

Share

AboutMichel

Studeerde elektronica en werkte o.m. voor een Italiaanse multinational en de Universiteit Gent. Zoekt het de dag van vandaag in de bibliotheekwereld. Zijn voorkeur op kunstgebied gaat uit naar werken die van metier getuigen en esthetische kwaliteiten bezitten. Zijn literaire interesse richt zich voornamelijk op al dan niet vertaald verhalend proza. Heeft tevens cinefiele trekjes (Europese en Verre Oosten-cinema, documentaire film). Raakt wel eens gepassioneerd door politiek en geschiedenis.