De talenproef: en de Brusselaars?

Deze week was er op de Nederlandstalige omroepen heel wat te doen rond de taaltesten die Europa ons heeft opgelegd. De kennis van het Frans gaat erop achteruit en de kennis van het Engels vooruit in de Vlaamse Gemeenschap. In de Waals-Brusselse Federatie (vroeger bekend onder de noemer Franse Gemeenschap) hadden ze pech en werd hun kennis van Engels (als tweede taal) en Duits (als derde!) getest. Dat het Nederlands niet werd getest heeft niks te maken met het voorkomen van kaakslagen (‘gifles’) en politieke relletjes, maar alles met Europa, dat enkel de kennis van de grotere talen binnen Europa wou testen. Indien u zelf een niveau A2 haalt in Frans, moet u in staat zijn dit verslagje in Le Soir te lezen, bijvoorbeeld. Daarin wordt van Franstalige kant weinig ingegaan op vooruitgang of achteruitgang, enkel over de cijfers tels quels!

In mijn nieuwe thuisland werd maar weinig ingegaan op de materie en dat zal wel met pure schaamte te maken hebben 😉 Voor de mensen met een A2 niveau Engels toch even dit uit The Times:

It (the study) found that pupils in England start learning a language later than average, are taught it for fewer hours a week, and spend less time on homework than average.
Only 1 per cent of English foreign language students (!) were able to follow complex speech, compared with an average of 30 per cent. Sweden, Malta and the Netherlands head the table, followed by Estonia, Slovenia and Croatia.

Overal kon je horen en lezen dat een aantal factoren een belangrijke rol spelen:

  • Blootstelling aan vreemde talen in dagelijks leven.
  • De bruikbaarheid van de geleerde taal
  • De media (ondertitels versus dubbing)
  • Moedertaal

Leerlingen in de Brusselse regio worden veel meer blootgesteld aan een tweede en derde taal en aangezien op die manier die talen (potentieel) meer bruikbaar worden gemaakt in het dagelijkse leven, kan ik alleen maar hopen dat zowel de leerlingen uit het scholennet van de Waals-Brusselse Federatie als die uit de Vlaamse Gemeenschap betere scores hadden dan hun medeleerlingen buiten Brussel. De Franstalige leerlingen hebben daarbovenop nog eens het voordeel dat in tegenstelling tot dieper in Wallonië, de films hier vaak in originele versie te zien zijn in de bioscopen. Een voordeel dat Nederlandstalige studenten die naar een Franse film willen gaan kijken, vaak niet krijgen.

Hebben de ministers van beide gemeenschappen Smet en Simonet zicht op de talenkennis van de Brusselse leerlingen? Indien ja, zijn dat resultaten die aan de bevolking zullen worden voorgelegd?

Share
  • Tom

    Wat ik geleerd heb van het onderwijsdebat van Wij Brusselaars: een goede moedertaalkennis is primordiaal om op school of op straat vreemde talen te leren. Lager opgeleide allochtone ouders maken wel eens de fout om thuis slecht basis-Frans of -Nederlands met hun kinderen te spreken, terwijl die meer gebaat zijn bij een kennis van de rijkgeschakeerde, complexe moedertaal als basis voor andere talen.