Het gaat niet goed met Vlaanderen

Eerder verschenen op Radio Plasky

De onheilstijdingen moeten niet altijd over Europa gaan. Laat het ons eens over mijn geliefde Vlaanderen hebben: daar gaat het ook niet bijster goed. Gek is dat, de N-VA zit in de Vlaamse regering, je zou toch denken dat alles dan op rolletjes loopt. Maar dat klopt dus niet.

Onlangs was ik in Grimbergen. Voor een begrafenis. Ik zeg het erbij, zodat u niet denkt dat u moet lachen omdat een Plasky te Grimbergen vertoefde. En het was op die somber gestemde ochtend in Grimbergen dat het me plots daagde: het gaat niet goed met Vlaanderen.

Grimbergen ligt net ten noorden van Brussel. Zoals u weet is dat een gevaarlijk gebied voor het Vlaams karakter der Vlaamse gemeentes. De Franstaligheid ligt er overal op de loer en allochtonen uit Brussel zijn nooit veraf. Daarom zijn de Grimbergenaars waakzaam.

Op het eerste gezicht lijkt Grimbergen op en top Vlaams. Een modelgemeente. Een prettig bier en bijhorende kaas behoren tot het patrimonium. De inwoners zijn vriendelijk en spreken beschaafd Nederlands. De voetpaden zijn netjes, het piepkleine historisch centrum is maximaal opgepoetst, de bloembakken staan er fleurig bij.

In dit kraaknette en welgemanierde dorp kwam ik dus aan, met de bus, omdat Grimbergen een uitstekende busverbinding met Brussel heeft. Niet zó uitstekend echter, dat het dienstrooster van De Lijn is afgestemd op de uren van uitvaarten in Grimbergen. Daarom was ik ruim een half uur te vroeg ter plaatse.

Wat doet een beschaafd mens wanneer hij in een hem onbekend dorp een half uur te vroeg voor een begrafenis arriveert? Hij zoekt de kroeg die Onder Den Toren heeft en bestelt er koffie. Voor bier was het te vroeg, ook al omdat ik in de kerk voornamelijk collega’s zou zien. Maar welke café zou een te vroege begrafenisganger een kop koffie weigeren?

Geen enkel café, en zeker niet in het knusse Grimbergen. Veronderstel ik tenminste, want ik vond om half tien ‘s ochtends geen enkel café op wandelafstand van de kerk van Grimbergen dat open was. Kan u zich dat voorstellen? Er was geen enkel café open om half tien ‘s ochtends! Ik kon nergens koffie krijgen een half uur vóór een begrafenis. Dat is tegelijk onvoorstelbaar in Vlaanderen en toch steeds typischer voor Vlaanderen.

Want het is natuurlijk heel goed dat het kerkplein nieuwe klinkertjes krijgt. Het is heel goed dat handelaars alleen Nederlandstalige affiches uithangen. Het is heel goed dat het OCMW een leefloon alleen uitkeert aan anderstaligen als die plechtig beloven dat ze graag Nederlands willen leren. Dat is allemaal heel Vlaams.

Maar qua Vlaams karakter verzinkt dat allemaal in het niets tegenover de aanwezigheid van voldoende cafés, waar men, óók om half tien ‘s ochtends, een pintje kan drinken tegen een schappelijke prijs. Of desgewenst een koffie. Dát is pas Vlaams.

Met hun schoongeveegde trottoirs en hun regels voor vanalles en nog wat, staat een Vlaamse gemeente tegenwoordig vooral voor een truttige gemeente. Burgemeesters dreigen met sluitingsuren voor cafés, nachtwinkels mogen geen alcohol meer verkopen, het historisch centrum wordt keer op keer heraangelegd en “als toeristische troef uitgespeeld”.

Dat heeft niets met een Vlaams karakter te maken, maar alles met een burgerlijk karakter. En nu is de Vlaming tamelijk burgerlijk, ik zal het niet ontkennen, maar hij is minstens even volks. Hij laat zijn neefjes op familiefeesten stiekem van zijn bier drinken, hij heeft zijn tuinhuis zelf in mekaar gestoken, de asperges uit zijn eigen hofje zijn altijd de lekkerste.

Maar daar denken de Vlaamse dorpspolitici niet aan. Die horen alleen de klagende Vlaming, die denken dat wij over altijd over alles ontevreden zijn en dat er dus zoveel mogelijk beteugeld, ingeperkt, verboden en gecontroleerd moet worden. Het idee is dat zoiets de gemeente leefbaarder maakt.

Maar hoe wordt een gemeente leefbaarder wanneer elke straathoek getooid wordt met wegwijzers naar lokale bezienswaardigheden die het bezien nauwelijks waard zijn? Wanneer er op elke straathoek ook camera’s hangen die de kleine criminaliteit gewoon naar de volgende straathoek jagen? Wanneer in winkelstraten wel overal lompe reclamepanelen van winkelketens mogen staan maar nergens straatmuzikanten? En vooral: wanneer wij ‘s ochtends een half uur voor een begrafenis nergens een kop koffie kunnen krijgen?

Het oude Vlaanderen was mij zeer dierbaar, maar als het zo blijft doorgaan woon ik net zo lief in Brussel.

Share
  • Lene

    Zo. Ik weet weer precies waarom ik er dik 10 jaar geleden vertrokken ben! 🙂

    (en nog altijd graag terugkom, zo nu en dan. Maar nooit te lang.)

  • Jasper

    Zelfs in Aalst is het ver gekomen. De stad wordt vernieuwd en pleinen heraangelegd, geen betere plek om op drie uur een pannekoek met ijs te eten. Maar vanaf acht uur ‘s avonds, is er de meeste dagen bij wijze van spreken geen kat te bespeuren in het centrum. Enkel op vrijdag en zaterdag nog wat, maar vaak ook dan is het triest. De Cafés en het nachtleven die ooit zo floreerden in deze stad zijn vervangen door tearooms, die open gaan om 10 uur ‘s ochtends en sluiten om 6 uur ‘s avonds. En laten we dan in alle eerlijkheid nog stellen dat Aalst één van de bruisendere Vlaamse provinciesteden is. Groeten uit het nog steeds toffe Aalst, dat hopelijk geen al te trieste slaapstad wordt van het Mooie, Levendige Brussel.