Angst voor de grootstad

Wat is dat toch met die diepgewortelde angst voor de grootstad van vele Vlamingen? In Sint-Niklaas, een zelfverklaarde centrumstad, maar toch vooral een Oost-Vlaamse provinciestad, kreeg ik het van een vriend opnieuw te horen: “De charmes van Brussel? Ik ken ze niet. Ik zou er voor geen geld ter wereld winnen wonen!”  Je zou hem spontaan willen meenemen naar de stad voor een geïmproviseerde picknick aan de Ter Kamerenabdij, een Marokkaanse pannenkoek op de Zuidmarkt, hoogstaande cultuur in de Bozar, de KVS of De Munt, mensen kijken op een zonnig terrasje in Brussel-stad, Sint-Gillis of Elsene, een fietstocht  langs prachtige art nouveau-gebouwen, een zoektocht naar bijzondere winkeltjes en verrukkelijke horecazaken.

Uiteraard is niet alles rozengeur en maneschijn in Brussel. Er is bijvoorbeeld, eigen aan een grootstad, meer verkeersdrukte, criminaliteit en verloedering. Een mooie en betaalbare woning vinden, is lang geen evidentie. Maar mag er alstublieft ook aandacht zijn voor de troeven: de diversiteit, het internationale, multiculturele karakter, de meertaligheid, de verrassende contrasten, de centrale ligging en – beste pendelaars – het comfort om in de stad te wonen waar je werkt?

Maar toch niet met kinderen? Want kinderen moeten volgens de meeste Vlamingen opgroeien in een ruim huis met een grote tuin in een veilige, intacte, overzichtelijke wereld. Valt er niets voor te zeggen dat kinderen in een chaotische, maar eerlijke en altijd veranderende grootstad alle prikkels krijgen die ze nodig hebben en voorbereid worden op de complexiteit van het leven? En is het soms niet beter van onder de kerktoren vandaan te komen en een nieuwe wereld te ontdekken? Want tenslotte zegt het Vlaamse spreekwoord: wie bang is, krijgt ook slaag.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.
  • Ik merk dat vooral het internationaal karakter van Brussel te weinig wordt erkend. Jammer!

    (een student in Brussel)

  • Thijs

    Eigenlijk straf ik net hetzelfde verhaal kan vertellen, met alle gelijkaardige clichés van dien. Telkens, maar echt telkens, moet ik als het over Brussel gaat in de verdediging gaan. Niet altijd prettig en soms laat ik het voor wat het is. Soms is het verloren moeite, gelukkig kan ik soms ook prikkelen en mensen doen inzien dat er meer is dan de rellen in Molenbeek of het dagelijkse fileleed. Brussel verdient zeker meer: jammer dat het Brussels gewest niets snapt van citymarketing. Kijk maar eens naar de buren in Antwerpen…

  • Joris

    Inderdaad, en dan is Brussel nog helemaal niet eens een grootstad; amper 10 km doorsnede. Het provenciale karakter van Belgie heeft zijn charmes en daarom zijn we over het algemeen best bescheiden, gezellige mensen, maar het houdt ons tegen om massaal te verkennen, naar andere plaatsen te gaan, en ons te ontwikkelen. De meeste andere landen hebben op zijn minste enkele steden ter grootte van Brussel. Als je langere tijd naar het buitenland gaat om te werken of studeren, kom je mensen tegen die zelf al in verschillende grotere steden hebben gewoond en die zijn toch wat meer gewoon. Dan is het een nadeel dat je 20 jaar lang bent opgegroeid onder de kerktoren met bijhorend conservatief denken. Een beetje Brusselse “chaos” in je jeugd zou inderdaad je goed doen, als je uiteindelijk ook eens buiten België gaat neuzen.

  • Ik vind het zelf heel jammer dat mijn kinderen niet zijn opgegroeid in Brussel. Wat een kansen zouden ze hier hebben gekregen in de workshops van het Jubelpark, in de Bronks, stoeien in de bx parken, ontmoetingen én confrontaties met zoveel mensen met elke een verschillende achtergrond. Veelkleurigheid, meertaligheid, kunst en cultuur en ja, ook de grauwheid, het grimmige, bijwijlen het geweld : moeten kinderen opgroeien in een bokaal ?
    In alle geval, ook al zijn ze als pubers hier komen wonen, het heeft hen niet afgeschrikt want twee van de drie zijn hier graag gebleven (ja zelfs een appartement gekocht in Molenbeek) en de derde, is jammer genoeg moeten uitwijken, omdat het te duur werd, ook al was hij graag gebleven.
    Discussiëren over het wel en wee in Brussel, doe ik al lang niet meer, het enige wat ik zeg : ik woon hier graag, het is een aangename stad met voor- en nadelen, het is geen sprookjesstad maar evenmin een spookstad, welintegendeel. Wie komt is welkom, wie niet komt weet niet wat hij mist, maar ik zal ze niet bekeren.