Bruxelles mon amour

Wat ben ik blij om in Brussel te wonen. Niet alleen omdat ik blind verliefd geworden ben op deze stad, maar omdat mijn ogen zijn geopend naar de kracht en de pracht die schuilgaat onder deze prettig gestoorde, rumoerige, slordige maar bovenal charmante gemeenschap.

In Aalst hebben de Vlamingen hun territorium opgeëist, de schrik van de kleine Vlaamsche Mensch heeft de bovenhand gehaald.  Weg met de vreemde menschen die ons schoon volk komen pesten. Ze zijn erin getrapt, de sukkelaars. Ze weten niet waaraan ze zijn begonnen.

En hier wandel ik door de gekleurde straten, wuif naar mijn Turkse buur die met een grote glimlach zijn verse tomaten in de kijker zet, begroet de Poolse bouwvakkers die elke ochtend hun koffie drinken in het schaarse zonnetje op de hoek van de straat, ruik de verse pistolets die geserveerd worden aan jonge internationale wereldreizigers die worden geherbergd in Youth Hostel CHAB, denk aan het heerlijk Ethiopische gerecht dat vorige week nog voor mijn neus stond in restaurant Toukoul in hartje Brussel, vloek op het eeuwige verkeer in de hoofdstad, daar mag wel dringend iets aan gedaan worden, en bedenk me dat we toch gewoon allemaal mensen zijn die er het beste van proberen te maken.

Dat het hier nog lang mag duren, en dat ze maar lekker hier blijven, al wie op den buiten niet binnen mag. We slaan er ons wel door.

Share