Abat-jour

Ik weet nog dat ik nog maar eens een van de Jubelparkmusea bezocht. Een deel van de vaste collectie was als tijdelijke tentoonstelling te bekijken in de kelder van het museum. Men had archeologische vondsten uit het Tweestromenland en het gebied dat nu Syrië is, van onder het stof gehaald. Er had nog maar eens een oorlog gewoed in het Midden-Oosten. Als toemaatje kon ook een fototentoonstelling met journalistiek werk bekeken worden, schrijnende beelden van burgerslachtoffers waren het.   De tentoonstelling van artefacten bracht echter sereniteit.

De zalen lagen er  halfduister bij. De vitrinekasten stonden opgesteld in zwarte, ronde kokers die tot aan het plafond reikten en waaruit het schaarse licht door gordijnen van dikke draden ontsnapte. Het leken wel abat-jours.   Bij het betreden ervan werd je verblind door de eclatante eenvoud van de kunst- en gebruiksvoorwerpen van de eeuwenoude volkeren. Het viel me op dat de vormentaal aan primitieve Midden- en Zuid-Amerikaanse kunst deed denken.

Share

AboutMichel

Heeft een boontje voor Brussel, pendelde jaren lang om er te gaan werken en komt er, ook nu nog, graag terug. Hij vindt multiculturaliteit, zeker in steden, onvermijdelijk en verrijkend. Dat verschillen zichtbaar en soms uitvergroot worden is er een consequentie van. Als ze inspiratie opleveren is het mooi meegenomen.