Onteerd, 9 juli 1912

uit ‘De Duivelshoek’ – Kroniek van een verdwenen volksbuurt (186O-196O) – W. Deraedt – 4o kortverhalen & geschiedenis & kaart impasses. Te verkrijgen via zinnekesrijkst@hotmail.com

..Brussel, Negen juli 1912.

..Hij was amper veertien toen hij zijn kabaske oppakte en fier als een gieter, maar toch met een eit in zijn gat vertrok. Gasten van veertien jaar gingen in de Duivelshoek niet naar l’Ecole Secondaire, maar gingen op stiel, als leerjongen bij een schrijnwerker of slager, of naar ‘t fabriek. Hij mocht beginnen in de Brasserie Cornet de Poste in de Fabrieksstraat. In het begin was dat het vuile werk, het schrobben van de tonnen, de flessen spoelen, stillekesaan het onderhoud om dan na een tijd volle brouwersgast te worden.

Veel ervaring met het vrouwvolk had hij niet, jongens speelden niet met meiskes, toch niet op die leeftijd. In de Brasserie werkten ook jonge vrouwen, zestien, zeventien jaar – die kuisten in de brouwerij en soigneerden het gerief en het huis van de patron. Ze waren nog jong maar in ‘t fabriek zijt ge rap ontgroend. Omdat ze met vier waren en hij nogal klein van stuk en vooral heel naïef was wist hij eerst niet wat hem overkwam. Hij dacht dat het een onnozel spelleke was en omdat hij nieuw was dierf hij niet te rouspéteren. Hij lachte eerst nog mee toen ze aan zijn lijf trokken en giechelden, maar toen ze zijn broek aftrokken werd hij opeens weer een hele kleine jongen. Daar stond hij in zijn blote flikker terwijl de meisjes hem bespotten met zijn piemeltje.

Poeterneusterdroeger! Comptoirpisser!  riepen ze. Twee meisjes hielden zijn armen tegen en hij dierf amper tegensputteren toen de twee anderen zijn edele delen instreken met stroop en confituur. ‘s Avonds kwam hij thuis, beschaamd en onteerd. Zijn moeder kon één en ander loswrikken, over dat soort zaken werd niet veel gepraat in het kotier, maar moeders zien rap in de ogen van hun opgroeiende koters dat er iets scheef zit. De vader die zijn soep at zei niet veel, alleen, een wijf zonder slagen is gelijk soep zonder zout. De moeder schudde haar hoofd en lei haar hand op de schouder van de kleine ..daar zijt ge nu vanaf,” zei ze alleen maar.

Alleen op zijn strozak liet hij zijn tranen de vrije loop. Buiten vloekte een man, een verdwaalde kater jankte.

Duivelshoek, 9 juli 1912.

hetrijkderzinnekes.blogspot.com

Share