Taverne

De industrie was al decennia naar de rand van de stad verbannen en het dienstengedoe deelde nog een site aan de Koolmijnkaai met wat techniekers. Over de middag zaten die er voor een werktafel en in het aanzien van collega’s een lunch te verorberen, misschien voor velen de  uitverkoren wijze om hun huiselijk geluk hun werkplek te laten innemen, voor mij was het maar niets. Een broodtrommel vol lekkers kon dan wel de Italiaanse connotatie van familieconspiraties op afstand houden, een uitgang gebruiken was voor mij even goed.

 

Sint-Jans-Molenbeek had nog een meer autochtoon karakter en op een hoek in de buurt van het gemeentehuis kon je nog dagschotels krijgen die deden denken aan een platteland dat wel vlakbij leek. Ook nu kan je er nog lekker eten maar de echo van de vroegmarkt lijkt verloren gegaan.
Je kon er anoniem binnen en anoniem buiten gaan. Een voor jou eerder schamele bijdrage hielp de keuken over de middag draaiende te houden en de tooggasten die later op de dag kwamen deden de rest. De bazin dweilde voor de middag om de frisse geur van de taverne het te laten halen op de bierlucht van de volkscafé.
Volkse keuken vraagt herhaling en vertrouwen. Waar vind je het tegenwoordig nog? Sappen, purees en slaatjes halen het van een saus die iedereen voorgeschoteld krijgt.

 

 

Share

AboutMichel

Heeft een boontje voor Brussel, pendelde jaren lang om er te gaan werken en komt er, ook nu nog, graag terug. Hij vindt multiculturaliteit, zeker in steden, onvermijdelijk en verrijkend. Dat verschillen zichtbaar en soms uitvergroot worden is er een consequentie van. Als ze inspiratie opleveren is het mooi meegenomen.