Aannemen in Brussel: a race to the bottom

Eerder verschenen op Zinneket

Tegenwoordig gaat de in luxe badende westerling door het leven met de diep ingebakken neiging om een stevig potje te kankeren over een of ander denkbeeldig probleem. U kent het fenomeen ongetwijfeld. De Verkavelingsvlaming klaagt graag steen en been over potverteerders bezuiden de taalgrens, of over de ‘groenen’ die ‘hunne naft’ duurder maken. In Brussel is pispaal nummer een het mobiliteitsbeleid. Ook ik kan dankzij de laatste berichtgeving over het plein voor het Centraal Station het azijnzuur en bijhorend cynisme niet onderdrukken.

Volgens schepen van Stedenbouw Geoffroy Coomans de Brachène (MR) moet het hele plein tussen het Centraal Station en hotel Le Méridien onherroepelijk heraangelegd worden. “Minderwaardige stenen, een ondoordachte lichtput en stenen zitblokken pal op een fietstraject” zijn de aanleiding voor die beslissing, weet Brussel Nieuws.

De schepen had mijns inziens ook de ontzettende lelijkheid en het gebrek aan groen van het nieuwe plein kunnen aanhalen, maar goed. De brave man hekelt terecht hoe aannemer Wegebo de kosten drukte “door blauwe steen te gebruiken die maar een paar centimeter dik is en op een minderwaardige variante is gekleefd.” Alsof dat niet schandalig genoeg is, legt de liberale schepen de kers op de taart: “wanneer het vriest, breken die stenen.” Dat ruikt naar regelrecht bedrog. Vreemd genoeg wil Coomans dat Wegebo de werken opnieuw uitvoert, in plaats van de aannemer te laten boeten en een concurrent onder de arm te nemen. (Olivier Beys)

Wat er ook van zij, deze typisch Brusselse farce is er eentje in een lange reeks. Het verhaal over de Elsensesteenweg is een ander hoogtepunt van Brusselse knulligheid. De aannemer legde bij de heraanleg voetpaden aan die 60 cm te breed waren, waardoor de bussen zich nog nauwelijks een weg door het kloppend hart van Elsene konden banen. Alweer een foutje van de aannemer, dixit de woordvoerder van minister van Mobiliteit Brigitte Grouwels (CD&V).

Tal van openbare werken in de Zennestad hebben te kampen met dergelijke ‘foutjes’. Men kan zich afvragen hoe de openbare aanbesteding voor dit soort projecten verloopt. Mijn gut feeling – maar meer dan een vermoeden is het niet – is dat de aannemer die de laagste kostprijs biedt aan de haal gaat met het project. Criteria zoals kwaliteit, ervaring, materiaalkeuze, opgeleverde projecten e.d. lijken van ondergeschikt belang als je het knoeiwerk in Brussel bekijkt.

Het opgeblazen trompetgeschal van de politieke notabelen over de heraanleg van het Centraal Station en de omgeving ervan als de ‘Brusselse Ramblas’ is dus nergens voor nodig. Nu goed, Brussel zal altijd op financieel vlak in moeilijke papieren zitten. Maar beknibbelen op kwaliteit lijkt me een weinig duurzame aanpak.

En overigens ben ik van mening dat de 19 Brusselse gemeenten moeten fuseren.

Share
  • Jos

    Dezelfde aannemer moet wel de werken opnieuw uitvoeren, maar op eigen kosten.

    En vervolgens moet hij op een zwarte lijst gezet worden zodat hij de eerste 5 jaar geen contracten meer kan uitvoeren.

    Een ander triest voorbeeld is de Nieuwstraat.