Volksuniversiteit strijkt neer in Molenbeek

Vandaag gaat de tweede editie van Brussels Academy van start. Gedurende negen weken kun je gratis les volgen over Brussel om de stad beter te begrijpen en dus ook beter ‘samen stad te maken’. De zes cursussen vinden plaats in het Huis van Culturen in Molenbeek en – een nieuwigheid – ook in De Markten. Thomas Sennesael was een  ijverige leerling-burger bij de eerste periode van Brussels Academy en blikt terug op zijn ervaring.

Brussels Academy, het initiatief van professor emeritus Eric Corijn, ging eind april van start in het Huis van Culturen in hartje Molenbeek. De bedoeling was de kennis over de stad die op universiteitscomputers ligt opgestapeld, beschikbaar te maken voor allerlei belangstellenden die Brussel gebruiken als werkmateriaal. De kennis is er en er is vraag naar, maar ze is versnipperd en moeilijk toegankelijk.

Vers water voor de Molenbeek

Een reeks proffen en experts zou langskomen, daar in Molenbeek, om de hoek van het Sint-Jan Baptistvoorplein en de Ribaucourtstraat, helemaal gratis bovendien. Dat is ver weg van de universitaire sferen, goed en wel over het kanaal. Waarom zo’n statement? Was het een uitnodiging aan de plaatselijke Maghrebijnse bevolking? Het was, zo hoorde ik, op zijn minst een signaal aan hun adres dat ze meer en meer deel van de stad worden, een stad die haar centrum uitbreidt of verplaatst. ‘De kanaalzone’ klinkt als begrip de laatste tijd inderdaad fris. Een Franse kunstenaar-architect, Alexandre Chemetoff, werkt er een globaal plan voor uit dat ons Brusselaars uit het urbanistische moeras moet trekken en ons met een stedelijke trots moet vervullen. Het nieuwe Meininger-hotel trekt massaal jeugdige toeristen aan.

Tijdens pauzes ging ik de buurt verkennen, de eerste keer dat ik zoveel tijd nam in hartje Molenbeek. Ik was verrast het gewone leven te ontdekken, dat best aangenaam scheen, en ik zou er elke vrijdag een klein beetje aan deelnemen.

 

Hoe ziet een volksuniversiteit eruit?

Sommigen waagden effectief de sprong over de kloof die de rangen en standen scheidt – iedereen was in elk geval welkom – en het heterogene publiek van beginnende en gevorderde stadsexperts, jong en oud, rijk en minder rijk, was wat de bijeenkomsten aantrekkelijkheid en spanning meegaf. Tussendoor, aan een lange bank en met een broodje, leerden we elkaar kennen. De een bleek jong, knap en geïnteresseerd, de ander diste een waarlijk lang levensverhaal op dat hem rechtstreeks met de Industriële Revolutie connecteerde, nog iemand kende het wijkleven in de Marollen door en door, of je zat gewoon met een prof, een juf of een schrijver te praten.

De interactie tussen sprekers en zaal maakte het toegankelijk. Kleinere rondetafelgesprekken waren ontspannen en direct, en wie zich sterk genoeg voelde om een vraag, een opmerking of een nuance toe te voegen kon makkelijk zijn gang gaan. Een volksuniversiteit was geboren!

Diepgravend en tegelijk toegankelijk

Het feit dat het gratis was, was geen detail, en het bekoorde mij grondig. Zonder mijn kritische geest te moeten afscherpen, kon ik voluit gaan proeven van de expertise die recht uit de moeizaam verkregen studies kwam. ‘Informeren, en niet opiniëren’, gingen ze doen, echte kennis verspreiden, in plaats van voer aanleveren voor gemakkelijke forumpraat. Kon het beter voor een beginnende journalist die met een goede reden zijn huis uit mag, op zoek naar contacten en hongerig naar wetenschap?

Ik sprong het Huis van Culturen dus gezwind binnen, werd nog enthousiaster toen ik de veelbelovende zin hoorde: “Il y a beaucoup de choses qui nous dépassent. Le savoir sert à les connaître.” (“Er zijn veel dingen die ons petje te boven gaan. Kennis zorgt ervoor dat we er toch toegang toe krijgen.”). Je kunt niet alles weten, verre van, de werkelijkheid is complex, misschien uiteindelijk zelfs ontoegankelijk, maar het frustreert me dat ik vaak bots op een indirecte wereld, een ondoorzichtige realiteit. Zoals een pijp geen pijp is (Nee, Magritte, dat maakt het niet gemakkelijk), is een aardbei geen aardbei, maar iets technologisch, de supermarkt is anoniem, het vuil op straat is van niemand, uitleg over mijn energiefactuur verloopt via een telefonische helpdesk, mijn groenten reizen de wereld rond, en het nieuws van de wereld, dat ik zo vlotjes binnenkrijg, is onverifieerbaar. De aarde ligt verstopt onder asfalt, de migratie brengt mij vreemde metroreizigers, Europa is een UFO, de ministers die mij regeren, in hoeveel parlementen en commissies zetelen zij? Een beetje opheldering, indien mogelijk, kon deugd doen.

Over raspaardjes en stokpaardjes

Gelukkig maar, het hielp. En wonderlijk genoeg waren de proffen ook grotendeels genietbaar. Was het het Molenbeek-effect, het Corijn-effect of was ik bang van oude spookbeelden? Ik herinner me de universiteit en haar aula’s, lange lesuren, ex cathedra en de zin van dat alles die soms vaag werd.

Deze equipe bracht verandering: aantrekkelijke vrouwen met internationale levensstijlen, actieve mannen recht uit het Brusselse werkveld, proffen die op zijn minst vragen toelieten (de aula was eerder een klein zaaltje), kennis die praktisch en actueel aanvoelde.

Enkele stokpaardjes, die ik aan mijn kritische blik onderwierp en dan ter observatie liet nahijgen, passeerden ook de revue, en soms, dan toch, begon het te duren. Zitten luisteren staat niet altijd garant voor een dolle rit met een volgehouden spanningsboog. Nu goed, zelfs in de filmzaal of het theater lukt dat niet altijd.

Wat zit er in mijn winkelwagentje?

Als je dus iets wil horen over de grondige veranderingen in Brussel de laatste dertig jaar, over mondialisering, over de politiek van het pendelen, over het resultaat van de outsourcing, over peri-urbanisatie, gentrificatie en glocalisatie, over de plaats van de vrouw, van de arme en van het stadscentrum (dat overbodig dreigt te worden), over decentralisatie, de zwakke identiteit van een stad (wat volgens Corijn een kracht is), recepten voor de ideale stadsbewoner, voor een samenleving (‘société’), over de evolutie naar multilinguïsme en naar superdiversiteit, de teloorgang van het erfgoed, het belang van de natiestaten, de geschiedenis van de stad, en ook haar wording, de zoektocht naar een stedelijke visie (‘Bruxelles n’est pas encore bien raconté’) of de spanning tussen de verbeelding en het institutionele: kom dan eens langs voor het tweede seizoen. Je mag het ook met minder doen. Of iets anders voorstellen.

Share