Nieuwe wind in Vorst

De begroeting is hartelijk. En ze blijken het over heel wat punten eens te zijn. De centrumverantwoordelijke van GC Ten Weyngaert, Rik Fobelets, en Frédéric Fournes, directeur van Forest Centre Culturel (actief in Brass en de abdij van Vorst), geloven allebei in de mogelijkheden van Vorst en van Brussel. En daarbij willen ze het gesprek aangaan met alle mogelijke partners. Ze dromen van een centrum als open huis en ontmoetingsplaats. Grenzen zijn geen onoverwinnelijke obstakels.

“Niemand is perfect,” reageert Frédéric, als ik hem voorleg dat hij Fransman is. Sinds een tweetal jaar heeft hij zijn vaderland ingeruild voor België. Hij woonde ervoor in Pau, waar hij eerst vier jaar aan het hoofd stond van de cultuurdienst van de universiteit en vervolgens bijna tien jaar directeur culturele ontwikkeling van de stad en de agglomeratie Pau-Pyreneeën was. Hij heeft in die functie verlof zonder wedde genomen en is uit vrije wil naar Brussel gekomen.

“Brussel is een laboratorium voor de wereld” (Frédéric Fournes)

Waarom de stad aan de Zenne? “Ik bezoek de stad al meer dan tien jaar en heb een boontje voor het Belgische culturele en artistieke leven. Alain Platel is een van mijn persoonlijke helden. Brussel fascineert mij als laboratorium voor de wereld. Het is een kleine stad op mensenmaat en je kunt er van het goede leven genieten. De complexiteit is geen bezwaar. Het leven is nu eenmaal niet simpel. Uiteindelijk kun je hier voor alles een oplossing vinden”. Kortom: Frédéric voelt zich geen expat, maar Brusselaar, want hij beperkt zich niet tot een gesloten milieu en heeft dankzij de vrienden die hij hier heeft de verschillende hoeken van de stad leren kennen.

Vol enthousiasme begon hij in mei 2012 bij Forest Centre Culturel. Zijn eerste jaar werd een testjaar. Er was al ruim een jaar geen directeur en een herstructurering drong zich op. Er moesten nog werken gebeuren. Aanvankelijk was er geen budget om activiteiten te organiseren. Frédéric maakte van de gelegenheid gebruik om alle actoren te ontmoeten en plaatselijke kunstenaars te leren kennen. Zijn eerste ontmoetingen waren met Dirk Snauwaert, artistiek directeur van Wiels en buurman op dezelfde site, en BLI:B, de Nederlandstalige openbare bibliotheek van Vorst, die in het gebouw van Brass gevestigd is.

“Taal hoeft geen barrière te zijn voor ontmoetingen.” (Rik Fobelets)

Sinds februari 2013 is er meer leven in de brouwerij van Brass. Concerten, ateliers en tentoonstellingen volgen elkaar op. In de zomer zijn er activiteiten in het park van de Abdij van Vorst in het kader van Les Plaiziers du Park. Met de collega’s van Sint-Gillis werkt Frédéric in 2014 samen voor de tweejaarlijkse Zinnekeparade en voor SuperVlieg/SuperMouche, een dag voor kinderen vol theater, muziek, circus, animaties en kunstenateliers. Met BLI:B in hetzelfde gebouw, kijkt hij ook steeds over het eigen taalmuurtje.

Rik beaamt volmondig: “Taal hoeft geen barrière te zijn voor ontmoetingen. Openheid en nieuwsgierigheid zijn essentieel. Waarom zou er geen uitwisseling van medewerkers tussen Nederlandstalige en Franstalige instellingen kunnen plaatsvinden? Verschillende partners in Vorst zouden donderdagavond concerten in uiteenlopende genres kunnen organiseren, zodat die dag uitgroeit tot een vaste wekelijkse afspraak. Het aanbod in Brussel is divers, maar mensen hebben ook behoefte aan lokale activiteiten in hun buurt.”

Het is ook de droom van Frédéric: een open en dynamisch cultureel centrum met een hoge participatiegraad van de bewoners. Samenwerking met partners is een must. Een koor, een demonstratie breakdance en een alfabetiseringscursus, het kan allemaal in Brass, dat in de toekomst ook residenties voor het groeiende aantal artiesten moet kunnen aanbieden. Les portes sont ouvertes!

“Expats mengen zich helaas te weinig in het lokale leven” (Rik Fobelets)

Vorst biedt met zijn gemengde bevolking heel wat opportuniteiten. Volgens Rik kan een gemeenschapscentrum pas in de wijk geworteld zijn als het de deuren resoluut opengooit voor bewoners die hun steentje willen bijdragen. Vrijwilligers zijn de beste ambassadeurs. Starre bureaucratie is niet meer van deze tijd. Ook minder geprivilegieerden zoals kansarmen en werklozen moeten hun weg naar het centrum vinden. En expats? “Zij zijn hoog gekwalificeerd en verrijken de stad, maar ze mengen zich helaas te weinig in het lokale leven, terwijl net zij met hun kennis het sociaal-culturele weefsel kunnen verrijken.”

Wat kunnen de verantwoordelijken van elkaar leren? Frédéric denkt aan burgerparticipatie als uitgangspunt in de strategische visie van Ten Weyngaert. Rik kijkt met een gezonde na-ijver naar het open, transparante en polyvalente gebouw van Brass, terwijl zijn werkplek nog te veel wegdraagt van een Vlaams cultureel centrum van de jaren zeventig. Het moet meer openstaan voor informele ontmoetingen tussen bewoners onderling, verenigingen, mensen van verschillende leeftijden en achtergronden. Hij nodigt daarom studenten van Sint-Lucas uit om een project uit te werken om Ten Weyngaert om te vormen tot een ‘warmer’ centrum. Kortom, er is voor beide heren nog werk aan de winkel!

Deze tekst is eerder verschenen in Duden, het tijdschrift van Gemeenschapscentrum Ten Weyngaert.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich beroepsmatig bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.