Mijn Brussels hart bloedt

Anaïs Maes is een Brussels ketje, doctor in de Geschiedenis (VUB) en momenteel leerkracht aan het Koninklijk Atheneum Etterbeek.

Het multimediale Brussel-debat woedt al meer dan een week en ik verorber de columns, blogposts, radio-interviews en debatten op televisie. Waarom? Omdat Brussel me na aan het hart ligt en ik graag hoor wat anderen erover te zeggen hebben. Maar nu schreeuwt mijn gevoel dat het welletjes is geweest.

Als je alle bijdragen naast elkaar legt, blijkt dat, op een enkele uitzondering na, de auteurs inwijkelingen zijn die naar mijn mening veel te snel oordelen en de kern van de zaak missen. Het is niet mijn bedoeling hier het subjectieve debat over de onveiligheid in Brussel te heropenen. Het is wel mijn bedoeling om aan te tonen dat het hier eigenlijk om een heel andere en wel degelijk subjectieve zaak gaat.

Ondergetekende werd 30 jaar geleden in Etterbeek geboren, liep er school, ging een kilometer verder naar de Vrije Universiteit Brussel, ging alleen wonen in Etterbeek en verhuisde samen met de liefde 5 jaar geleden naar Brussel centrum. Ik leef, woon en werk dus al drie decennia in het zo gehate Brussel. Ik hoop te mogen stellen een ‘ervaringsdeskundige’ te zijn. Wat meer is, ik ben een ‘sucker’ voor Brussel.

Ik hou van deze stad. Ik zou er het liefst van al, indien de immobiliënmarkt het mij toelaat, nog heel mijn leven blijven. Ben ik naïef ? Heb ik een beschermengel die me zo lang behoed heeft voor nare ervaringen? Nee. En nog eens nee. Natuurlijk heb ik zelf mijn lijstje negatieve ervaringen. Maar die doen er niet toe. Want in de grote weegschaal van het leven wegen de positieve aspecten van het stadsleven er nog altijd tegen op.

Een kleine bloemlezing van mogelijke reacties die bij mij natuurlijk opkomen wanneer iemand Brussel probeert neer te sabelen:

Mijn ouders hebben een tuin van 5 op 5? Maar: op 50 meter van hun voordeur wandel je het Jubelpark binnen. Bomen, groen, musea en de plaats waar ik heb leren fietsen, ben gaan wandelen met mijn eerste lief. Waar ik met mijn papa elke zondag naar het museum ging. Waar ik met mijn mama kastanjes ging rapen en een herbarium aanlegde.

In Brussel zijn weinig jeugdhuizen? Maar ik heb school gelopen op het Koninklijk Atheneum van Etterbeek en in tegenstelling tot vele van mijn niet-Brusselse kennissen zie ik een groot deel van die schoolvrienden 10 jaar later nog wekelijks. Iedereen is hier blijven hangen.

In Brussel is veel lawaai? Maar je vervelen doe je hier nooit. Je komt de deur uit en er gebeurt wel iets: een festival, een manifestatie, een feestje,…

Het Brusselse verkeer zit vast? Maar ik heb geen auto nodig. Ik geraak overal met het openbaar vervoer of de Villo-fietsen.

Brussel heeft een migrantenprobleem? Maar ik vond het heerlijk om als kind op bezoek te gaan bij mijn Marokkaans vriendinnetje en er overheerlijke couscous te eten. En nu kan ik die couscous bij mijn Marokkaanse onderbuur halen.

Brussel is lelijk? Kijk eens goed! Om elke hoek wacht een architecturaal pareltje. Ik heb geschiedenis gestudeerd en word nog altijd verbaasd door de historische rijkdom van deze stad.

De Europese gemeenschap is een eiland in de stad? Maar ik ken een heleboel jonge mensen die er werken en mijn vrienden zijn geworden. Die internationale inzichten maken van de Brusselaar volgens mij een echte wereldburger.

Brussel is onveilig? Maar ik vind het heerlijk om om het even wanneer doelloos door de stad te lopen en nieuwe straten te ontdekken of de seizoenen te zien veranderen vanop de Kunstberg. En ik heb van jongs af aan geleerd dat je in deze niet naïef moet zijn. Ik heb mijn interne kaart van Brussel waarop buurten staan waar ik overdag gerust doorloop, maar die ik ’s avonds vermijd. Dat is spijtig, maar dat is een onderdeel van de ‘big city life’, ook elders ter wereld.

Brussel is Franstalig? Maar ik vind het heerlijk om een Brussels tussentaaltje te spreken, met ‘quoi’, ‘à fond’, ‘ket’ als tussenwoordjes. En vooral met scherpe klinkers en een zeer duidelijke huig-r.

Ik kan nog een tijdje doorgaan. Ik ben er vooral van overtuigd dat als het Brussel betreft ‘onbekend is onbemind’ van toepassing is. Als je de moeite doet om deze stad een kans te geven, laat ze je nooit meer los. Waar je ook geboren bent. En misschien ligt daar net de kern van dit debat. Alle nare ervaringen even terzijde genomen moeten sommige inwijkelingen gewoon aanvaarden dat het stadsleven niets voor hen is, of dat nu in Brussel, New York of Bangkok zou zijn. Misschien heeft hun angst en woede niets met Brussel in se te maken, maar meer met de voorwaarden die ze in het algemeen stellen aan hun woon- en werkplaats.

Mijn Brussels hart bloedt van al het vuil dat over haar gestort wordt, maar hopelijk voelt mijn stad de liefde van de mensen die haar wel nog beminnen.

Share