Arm Brussel herlezen

Toen Geert Mak voor zijn fascinerende reis door de twintigste eeuw van Europa Brussel aandeed, legde hij zijn oor te luister bij een gezaghebbende connaisseur: Geert van Istendael. De essayist, dichter en oud-journalist publiceerde in 1992 Arm Brussel, dat uitgroeide tot een onmisbare klassieker in de literatuur over Brussel. Vorig jaar verscheen een nieuwe, herwerkte editie. Ik volgde de sporen van Van Istendael.

Wat de lezer meteen opvalt, is dat de geschiedenis van Brussel veel plaats inneemt in het boek. Wie de stad van vandaag wil begrijpen, moet volgens de schrijver haar verleden kennen. Van Istendael blijkt een belezen en bevlogen geschiedenisleraar, die met veel zwier vertelt over oude en nieuwe tijden. Hij beschrijft onder meer de opstand van de geuzen tegen de Spaanse koning Filips II, brengt het oogstrelende kasteel op de Koudenberg, dat in 1731 afbrandde, in herinnering en schetst een portret van de burgemeesters Jules Anspach, Karel Buls en Adolphe Max.

Zijn passie viert hij bot op een aantal stokpaardjes. Zo beklemtoont hij meermaals dat Brussel in zijn meer dan duizendjarige bestaan meestal Nederlands heeft gesproken. Tot diep in de negentiende en wellicht zelfs twintigste eeuw sprak de overgrote meerderheid van de bevolking Brabants. Een Franstalige die dat betwist, heeft “geen flauw benul van Brussel”. Nu is Brussel een stad van hyperdiversiteit en allestaligheid, waar geen enkele groep nog een meerderheid heeft.

Een andere dada van Van Istendael is dat Brussel zichzelf onophoudelijk “vernield, verscheurd, opengebroken, besmeurd en verkracht” heeft. In andere steden zijn daar oorlogen voor nodig, maar in Brussel gebeurde het in vredestijd, in naam van de vooruitgang, uit geldgewin, door wanbestuur en ter meerdere eer en glorie van België en Europa. De “manke, melaatse bruid”, die in de voorbije eeuw gefolterd werd door Belgische en Europese bureaucraten, politici en zakenlieden, minacht zichzelf en moffelt haar verleden weg.

Zoals de bovenstaande citaten aangeven: Van Istendael beschikt over de gave van het woord en gebruikt zijn stilistische brille graag voor polemische doeleinden. Als minnaar van de stad mag hij zich kritisch uitlaten over zijn geliefde. De overdrijving is daarbij zijn favoriete stijlfiguur.

Wie van Arm Brussel een objectief relaas verwacht, is eraan voor de moeite. De schrijver grossiert in meningen, kankert erop los en verliest de nuance al eens uit het oog. Zijn scepticisme tegenover de huidige EU, zijn orangistische gezindheid en zijn literair-culturele voorkeuren steekt hij niet onder stoelen of banken. Het effect is dat ik bij de zoveelste tirade (in de Europese wijk ontwaart hij “torens die nederig smeken om tot puin te worden geramd door een terroristisch vliegtuig”) de schouders ophaalde en verlangde naar een ander perspectief.

Toch verdient Van Istendael hulde voor de verrijkende inzichten die hij biedt en zijn gedrevenheid. Het mooist komt dat tot uiting in zijn lezenswaardige hoofdstuk over literatuur in Brussel. Ten onrechte vergeten schrijvers als Odilon-Jean Périer en Jos de Haes brengt hij voor het voetlicht. De dichter Jan Van Nijlen laat hij als vanouds een glas drinken in het Ukkelse instituut Au Vieux Spijtigen Duivel. E.L.T. Mesens eert hij als een van de uitvinders van het surrealisme. En hij eindigt bij zijn internationale vrienden van het Brussels Dichterscollectief, dat zich in 2009 waagde aan een Europese grondwet in verzen.

De nieuwe editie van Arm Brussel van Geert van Istendael verscheen in oktober 2013 bij uitgeverij Atlas Contact.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich beroepsmatig bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.