De parken van Brussel

Frans Gooskens komt uit Breda. Elke zomer verblijft hij een maand in Brussel. Op zijn eigen blog en op BrusselBlogt brengt hij verslag uit.

De laatste vijf jaar huur ik met mijn vrouw in de zomer voor een maand een appartement in Brussel voor iets wat tussen een vakantie en een verblijf zit. Het appartement moet aan drie criteria voldoen: gemeubileerd zijn, in een multiculturele buurt staan en er moet een park in de nabijheid zijn. Je deur uitgaan ‘s ochtend en direct tussen de winkels en restaurantjes staan. Iets verder lopen en je zit in één van die mooie Brusselse parken. Dat willen we. Zo hebben we een appartement gehad bij het Flageyplein aan de Elsense Steenweg en in Schaarbeek bij het Josaphatpark.

Nu verblijven we in Sint-Gillis vlak bij het Park van Vorst. Dat is een groot park met glooiende grasvelden en een weids uitzicht over een deel van Brussel. Met mooi weer is het er druk en zijn er mensen die circuskunstjes oefenen. Als je op een bankje zit, komt er een parade langs van veelal oudere Brusselaars met een hondje. Hondenpoep wordt meestal keurig opgeruimd.

https://fransgooskens.files.wordpress.com/2014/07/brussel-blog-20140718-vorstparkzand.jpg

We komen zelf uit Breda. We wonen daar aan de oostkant van het centrum. Voor de boodschappen moeten we naar een winkelcentrum en je kunt dan kiezen uit Albert Heijn of de Jumbo. Wonen en winkelen is in Nederland veel meer uit elkaar getrokken, zeker in de buitenwijken. Breda heeft zo’n 6 parken tegenover Brussel 52. Maar ja Breda heeft 180.000 inwoners en de agglomeratie Brussel 1,8 miljoen, dus tien maal zo veel. We wonen zelf dicht bij twee Bredase parken: het Koolwijkpark en het Valkenberg. Het kleine Koolwijkpark ligt verstopt tussen villa’s en is geïnspireerd op de Engelse cottagestijl. Het grotere Valkenberg ligt iets verderop en vormt de verbinding tussen het treinstation en het centrum van Breda.

Het Valkenberg was eigenlijk het park dat hoorde bij het kasteel van de heren van Breda. De graven van Nassau herbouwden in de zestiende eeuw hun kasteel naar voorbeeld van het hertogelijk paleis in Brussel. Bij zo’n paleis hoorde een park, meestal aangeduid als Warandepark. In zo’n warande liepen herten en pauwen rond. Het Warandepark van Brussel heeft zeker als voorbeeld gediend voor het Bredase Valkenberg met zijn bloemperken, vijvers en fonteinen. De Nederlandse naam Warandepark dekt veel beter de lading dan de neutrale Franse naam ‘Parc de Bruxelles’, de historische basis van dit oudste Brusselse park. Vreemd daar de term ‘warande’ is afgeleid van het oud-Franse woord ‘garande’.

De Brussels burgers ontspannen zich dus ook graag in een park. Voor de parken en de omliggende wijken zou meer reclame gemaakt moeten worden. De gemiddelde Nederlander die Brussel bezoekt, komt niet verder dan de Grote Markt en de musea op de Kunstberg. Die zijn natuurlijk de moeite waard, maar de hele gordel rond het centrum met de vele art-deco- en art-nouveauhuizen biedt ook heel veel rondloopgenoegen.

Nederlanders beginnen langzaam hun eigen parken te herontdekken. Ze willen ontsnappen aan de tuin bij hun standaard doorzonwoning en de ruimte van een park om zich heen weten. Brussel met zijn grote aanbod van prachtige parken zou op deze trend in kunnen spelen. Een tip voor de stadsbestuurders: Nederlanders drinken graag een drankje op het terras van een uitspanning in het park. In het park van Vorst ontbreekt bijvoorbeeld zo’n uitspanning.

Share
  • Johan

    Mooi stukje, maar toch een opmerking. Brussel telt zo’n honderd parken, niet 52, en verder heeft Brussel slechts 1.1 miljoen inwoners. Om aan 1.8 miljoen te komen moet je al heel de voormalige provincie Brabant erbij tellen en dan ook alle parken en bossen van die provincie.

  • Els Somers

    Hoi Frans,
    Leuk je hier te lezen!
    Groetjes,
    Els – CCMC