Grenoble, een voorbeeld voor Brussel

Olivier Beys noemt zichzelf “iemand die zonder god noch gebod een weg voor zichzelf zoekt en die een scherpe bocht neemt als het doembeeld van de sleur opduikt”. Hij is een van de drie auteurs van de Brusselse blog Zinneket.

Gebruikt u het openbaar vervoer in Brussel? Ik mag hopen van wel, en in dat geval is u wellicht iets opgevallen in de metrostations van de MIVB. Ik heb het over de nieuwe reclamepanelen van JCDecaux, of eerder: de reclameflatscreens zoals het exemplaar op het perron van station Rogier hieronder afgebeeld. Het is een van de 122 schermen die geleidelijk in de Brusselse metro’s verschijnen sinds 7 oktober 2014.

“Wij moeten mee zijn met onze tijd,” zal een of andere gladde manager gedacht hebben op de 17de verdieping van een glanzende toren. “Die tijd wordt gekenmerkt door digitalisering en verspilzucht, wat als we nou es zelf het goeie voorbeeld geven door die twee te combineren?” En zo geschiedde: manshoge flatscreens knal in het midden van een perron. Ik hoef u niet te overtuigen van de perfide invloeden van reclame op een mensenbrein. Tot voor kort was dat echter beperkt tot statische ruis via affiches, die een normaal mens mentaal kan buitensluiten.

Dat is wel wat anders met flikkerende, flonkerende flatscreens. Op het gevaar af als een zure mens te klinken: ze zijn eenvoudigweg storend. Maar, zo wordt ongetwijfeld verteld, ze brengen een flinke duit in het zakje. En onze openbare financiën verkeren in diepe crisis! Niets aan te doen. TINA. There Is No Alternative! Een populaire gedachte die tot mijn grote vreugde is doorprikt door Grenoble.

Grenoble is de eerste Europese stad (in Brazilië was Saõ Paulo gidsstad van dienst) die reclame uit haar publieke ruimte verbant. 326 panelen (het equivalent van 2051 vierkante meter aan reclame) gaan het stort op. In de plaats zal de stad een vijftigtal jonge bomen aanplanten. Het stadsbestuur besloot nu zondag om het contract met de hierboven verfoeide JCDecaux simpelweg niet meer te vernieuwen. Doelstelling: de publieke ruimte bevrijden van reclame, ruimte voor publieke expressie vrijmaken en een vleugje groen aan de stad toevoegen.

Een tweede belangrijke motivatie voor de beslissing ligt in het verval van de klassieke reclame ten voordele van internetreclame. In het oude contract kreeg de stad van JCDecaux nog 600.000 euro per jaar. Een nieuwe deal, waarbij gewerkt zou worden met digitale schermen zoals we die vandaag in Brussel zien opduiken, zou slechts een  100.000 à 150.000 euro opleveren. Volgens het stadsbestuur heeft de stopzetting van de samenwerking met JCDecaux geen impact op het budget, aangezien de stad al eerder 190.000 euro had bespaard op haar werking.

Niets daarvan in Brussel. De MIVB, weliswaar geen stadsbestuur maar toch ook een publieke instelling, sloot eerder dit jaar een deal met JCDecaux voor 12 jaar. Volgens berichtgeving uit de pers destijds brengt de overeenkomst jaarlijks 1,8 à 2 miljoen euro in het laatje. Op een totaal budget van  572 miljoen euro (in 2013) is inderdaad slechts 2,1 miljoen euro aan reclame-inkomsten voorzien. Peanuts eigenlijk.

Conclusie: de MIVB haalt geen financieel voordeel bij deze nieuwe deal, met uitzondering van enkele door JCDecaux nog te installeren aanraakschermen waarmee reizigers hun route kunnen plannen (zie NMBS in Centraal- en Zuidstation). Needless to say, mobiele apps en affiches in stations doen dat even goed, en bovendien veel efficiënter, aangezien slechts één persoon gebruik kan maken van een dergelijk scherm.

Ik bezing graag technologische vooruitgang als het de maatschappij vooruit brengt. Niet wanneer het een nutteloze uitspatting is van onze verspilzucht en consumptiedrang. Een gemiste kans voor Brussel.

Share