2014 in vogelvlucht (1)

Het is de tijd van de jaaroverzichten. Ook BrusselBlogt kijkt terug op een gevuld jaar met veel bijdragen over uiteenlopende onderwerpen. Een terugblik op 2014 in citaten uit onze artikels. Vandaag het eerste deel.

Januari

Een Brusselse straathoekwerker riep mij ooit terecht tot de orde toen ik sprak over ‘marginalen’. Toen ik hem vroeg hoe ik hen dan wel moest noemen, zei hij met een onmiskenbaar West-Vlaams accent: “Menschen. Menschen zijn en blijven menschen.” (Toch toffe mensen hier in Brussel!)

De wintermaanden zijn voorlopig nog niet erg koud geweest, maar als ik elke avond opnieuw een ellenlange rij mensen zie aanschuiven, in de buurt van de Botanique, voor een warme maaltijd en een slaapplaats, dan breekt mijn hart. Ik kan hen niet echt helpen, denk ik, maar ik word er niet graag mee geconfronteerd. (Een warme druppel op een koude dag)

Ik vind het heerlijk om om het even wanneer doelloos door de stad te lopen en nieuwe straten te ontdekken of de seizoenen te zien veranderen vanop de Kunstberg. En ik heb van jongs af aan geleerd dat je in deze niet naïef moet zijn. Ik heb mijn interne kaart van Brussel waarop buurten staan waar ik overdag gerust doorloop, maar die ik ’s avonds vermijd. Dat is spijtig, maar dat is een onderdeel van de ‘big city life’, ook elders ter wereld. (Mijn Brussels hart bloedt)

Christophe is er nu niet meer. Maar ‘his mind took a picture’ en de vele foto’s die hij maakte, die schrijfsels met licht, zullen ons nog een hele tijd ontroeren, verbazen en doen glimlachen. (I.M. Christophe Legasse (1979-2014))

Mensen komen met de fiets of te voet naar de Marché des Tanneurs en nemen hun eigen zakken en dozen mee. Ze hebben respect voor het materiaal, de producten en de grond. Nog belangrijker: de producten hebben ongeveer dezelfde prijs als die van op de Zuidmarkt. En de intrinsieke prijs (ethiek, kwaliteit)? Die is veel hoger! (Het verschil tussen de markt en de markt)

Christophe Legasse (1979-2014), © Didier Jouret

Februari

Inkomensongelijkheid viert hoogtij en de activiteitsgraad van het individu verschilt ook al grondig. Tweeverdieners weten niet wat eerst doen terwijl werklozen zeeën van tijd hebben. Vrije tijd is de luxe van deze tijd wordt dan beweerd, door mensen die er te weinig hebben. Ben je meer dan vijftig, dan wordt van je verwacht dat je jonge mensen een kans geeft op de arbeidsmarkt en wil je nog actief blijven, dan doe je toch aan vrijwilligerswerk. (Werken of niet)

Een Belgisch park zou geen Belgisch park zijn als het verval niet om de hoek loerde. Naast het gebouw zonder ramen is een poort die nergens heen leidt. Daarachter is een stijl ravijn. Een leegstaand gebouw zonder functie is erg normaal in een Brussels park. Soms kun je je beter niet afvragen waarom bepaalde dingen in Brussel zo zijn. Dat moet je gewoon aannemen. (Foute koning waakt over Brussels park)

Papa spreekt Frans met Léon, mama Nederlands. En Léon? Die mixt de twee momenteel zo hard dooreen dat rasechte Brusselaars er niets bij zijn. “Ik mag papa niet toucheren.” “Je mag niet bougeren.” “Dat gaat uit mijn handen glisseren.” (in bed) “Zo kan ik niet coucheren.” “Mag ik eens goûteren?” Maar het kan ook omgekeerd. Zo hoorden we daarnet: “J’ai quelque chose verstoppé.” (Léon-eren)

Zoals altijd zijn we als beesten deze ochtend uit ons nest gekropen. Te vroeg in de ochtend om elkaar mens te kunnen noemen. Vervolgens beginnen we aan onze job in dezelfde stad. We redden wat er te redden valt, zijn te sociaal om goede sociale werkers te zijn, ontwijken op het laatste van de dag nog enkele agressieve gastjes in de metro die net zoals wij dromen van warmte en ruimte. We ontmoeten elkaar ’s avonds opnieuw in het midden van onze woonkamer waar je de Poolse buurman hoort zingen wanneer de nacht valt. (Twee meisjes)

Terwijl de niet nader genoemde grootproducenten een bier in amper vijf dagen brouwen, duurt het ambachtelijk productieproces ongeveer twee maanden. Het verschil zit hem in de gisting. In de kleinere silo’s krijgen de gistcellen meer bewegingsruimte om de aroma’s en de textuur te versterken. Trouwens, de koeien van boer Rudy uit Ternat krijgen het uiterst voedzame brouwresidu draf te eten na het doorkoken van de mout. (Zennebier is gezond)

Brasserie de la Senne, © Kwinten Lambrecht

Maart

Brussel is de enige echte grootstad van het land. De maatschappelijke uitdagingen zijn groot, maar de superdiversiteit is een unieke troef. Ken je dat Congolese liedje: “C’est le mélange qui fait qu’on avance”? Als je zoals ik positief ingesteld bent en houdt van verandering, is Brussel the place to be. (Mark groet de dingen in Vorst)

De helft van de mensen met Marokkaanse migratieachtergrond in België woont in Brussel. Opvallend is dat hun wortels vooral in de Noord-Marokkaanse Rifstreek liggen. Dat door de Spanjaarden gekoloniseerde gebied lijdt van oudsher onder een gebrekkige infrastructuur en bengelt sociaal-economisch duidelijk onder het nationale gemiddelde. Maar ook politieke motieven speelden mee. Rabat beschouwde de Rif als een dwarse regio die met al zijn opstandige Berberstammen niet te controleren viel en liet de streek daarom maar al te graag leeglopen. (De mensen van België)

Nog meer dan overdag laat Brussel je ’s nachts dromen, laat de stad je verdwijnen en schept ze nieuwe verwachtingen. Andere, soms duistere, krachten, nemen de bovenhand. “Nachtlucht bevat de meest eigenzinnige smaken,” zong Jamie Woon. Niemand die het kan vatten, niemand die het wil proberen. Maar het biedt een bodemloos vat aan inspiratie. De nacht betekent eenzaamheid, stilte en duisternis, maar ook vrijheid, vreugde en verleiding.  (Nachtlucht)

Ontroerend was het moment waarop een ‘leerling’ uit mijn klas, die naar school ging in Molenbeek, me mooie, paarse tulpen overhandigde. Ook prachtig om te zien hoe de ouders ons hartelijk begroetten en bedankten voor ons werk. Wat een oprechtheid ging er uit van hen. Dat terwijl wij zo vaak horen hoe de Brusselse bevolking wordt gestigmatiseerd en met de vinger gewezen. (De lenteschool)

Heden ten dage eet je in Brussel vooral Luikse wafels. Die variant heeft afgeronde hoeken en is mals, plakkerig en mierzoet. In de winkelstraten waait de weeë geur je vaak tegemoet. Ik ben zeker niet de enige die de teloorgang van de Brusselse wafel betreurt. (Wafelenbak)

Hoop doet leven, maar soms heeft die de neiging om in frustratie over te slaan. De Ninoofsepoort blijft een gigantische non-space. Het dossier ligt nog altijd stof te vergaren. Er zijn plannen, veel plannen: een park, een museum, een kantoor, een woontoren, twee woontorens,… of een melange van dit alles? Who knows? Tijd dat de Brusselse regering eindelijk een keuze maakt en er ook een planning aan koppelt. (Het nieuwe Brussel vier jaar later)

Nass Belgica, © Botanique

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich beroepsmatig bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.